De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WELBEHAGEN IN MENSEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WELBEHAGEN IN MENSEN

Christelijke gemeente neemt verwonderd de tweede plaats in

7 minuten leestijd

In deze donkere dagen mijmeren velen over de woorden: Vrede op aarde, in mensen een welbehagen. In een verscheurde en harteloze wereld troost de ontredderde mens zich met de belofte van dit engelenlied. In die woorden gloort iets van een alomvattende hoop.

Op cruciale momenten lezen we in onze Bijbel van Gods welbehagen. In de hand van de lijdende Knecht zal Gods welbehagen voorspoedig zijn (Jes.53:10). Als Jezus gedoopt wordt in de Jordaan, ontbrandt de Vaderliefde voor Zijn Zoon: ‘Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!’ (Matth.3: 17). Bij de geboorte van Christus ontmoeten we het welbehagen van God opnieuw. Nu in het gloria door engelen gezongen:

Eer zij aan God in de hoogste hemelen,

en vrede op aarde

in mensen van het welbehagen


Ach Herr, was ist ein Menschenkind,

Dass du sein Heil so schmerzlich suchest?

Ein Wurm, den du verfluchest,

Wenn Höll und Satan um ihn sind;

Doch auch dein Sohn, den Seel und Geist

Aus Liebe seinen Erben heißt.

Ach Heer, wat is een mensenkind

dat Gij zijn heil zo smartelijk zoekt?

Een worm die Gij vervloekt

als hel en satan om hem heen zijn:

maar ook Uw zoon die ziel en geest

uit liefde zijn erfgename noemt.

(‘Unser Mund sei voll Lachens’, BWV 110, 4. Aria)


ALGEMENE LIEFDE

‘Vrede op aarde, in mensen een welbehagen.’ In die woorden, als ze tenminste in de gebruikelijke vertaling gelezen worden, gloort iets van een universele hoop. Een wereldwijde vrede die min of meer losgezien kan worden van de Prins der vrede (Jes.9:5). Is dat wat de engelen bezingen? Is ‘welbehagen’ Gods algemene liefde tot een vredeloze wereld? Laten we voorzichtig zijn in het beantwoorden van die vraag. Want, wat kun je daarop tegen hebben? Toch is dat niet de centrale gedachte van de engelenzang. De vrede op aarde heeft een meer specifiek adres. Het is een vrede op aarde in mensen ‘van het welbehagen’. Daarin licht de ontferming van God op. Deze ontferming ontspringt uit de overvloedige fontein van Gods goedheid en liefde. Deze liefde rust op haar beurt ten slotte in en komt op uit Gods verkiezing.

VREUGDE VAN DE VERKIEZING

Daarmee naderen we steeds meer tot het geheim van dit evangeliewoord. Welbehagen heeft in de Bijbel haar betekenis tussen enerzijds het raadsbesluit van God en anderzijds de vreugde van God. Gods welbehagen is de vreugde in het hart van God waarin Hij Zijn liefdevolle oog laat rusten op van Hem vervreemde mensen. Het raakt aan de zegenzang van Paulus, als hij in aanbidding zegt: ‘In liefde heeft Hij ons voorbestemd om als kinderen aangenomen te worden, door Jezus Christus, in (of naar) Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil’ (Ef.1:4-5). Gods welbehagen is Zijn vreugde van verkiezing. Na de geboorte van Christus wordt dit welbehagen door engelen bezongen: ‘Vrede op aarde in mensen van het welbehagen’. De uitdrukking, zoals hier bij Lukas gebruikt, was in zijn tijd een vaststaande uitdrukking voor ‘de mensen die God liefheeft’. Kerst is het wonder van welbehagen. De onthulling van Gods vreugde van verkiezing.

GENADEVLOED

Het kerstevangelie is vol van die realiteit, vol van de realiteit van de genade. Wat verkiezende liefde is, wordt duidelijk rond de geboorte van Christus. Of de hoofdpersonen in het evangelie voorbereid zijn op wat komen gaat, is moeilijk te zeggen. We ontmoeten Simeon en Anna, die beiden de vertroosting van Israël verwachten. We zien Zacharias en Maria die beiden overvallen worden door boodschappers van blijde tijding. De meest prangende vraag is trouwens niet of ménsen voorbereid zijn. De beste voorbereiding op de genade is Góds verkiezing. Heel de genadevloed gaat uit van God. Zij heeft in Hem haar oorsprong en kracht. Het is de eenzijdige ontfermingsbeweging die in de hemel ontspringt. En vanuit de hemel maakt zij haar opgang uit de hoogte.

VRIJE ONTFERMING

Het welbehagen van God stelt ons dus levensgroot voor de realiteit van Gods verkiezend ontfermen. Niet als de beperking, maar als bron van vreugde. Het leidt tot de lofzang. De engelen bezingen het met macht en majesteit. Wij mogen dat wonder opnieuw zien in gelovige aanbidding. ‘De lofzang is in stilte tot U, o God! Welzalig hij, die U verkiest en doet naderen!’ (Ps.65:1,5). Kerst is het wonder van Gods vrije ontferming. Met ‘vrij’ bedoelen we dat er voor Gods erbarmen geen reden in ons lag. De liefde van God vindt niet, maar schept het voorwerp van haar liefde, zei Luther. Het is God Die gedenkt, het is God Die Zich ontfermt over wie Hij wil (Rom.9:18).

MESSIAS VAN ISRAËL

Wie zijn nu die ‘mensen van het welbehagen’? In de aankondiging zoals beschreven door Mattheüs heten ze ‘Zijn volk’ (1:21). De herders horen de engel spreken van ‘grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal’ (Luk.2:10). Ik geloof dat we hier op een zeer cruciaal bijbels gegeven stoten: de christelijke gemeente kan geen advent en Kerst vieren als ze niet in het oog houdt dat Christus de Messias van Israël is. Juist rondom de geboorte van Christus belijden wij met kracht: ‘… eerst voor de Jood’ (Rom.1:16). In de adventstijd wakkert de hoop op Israëls heil opnieuw aan. ‘Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen.’ (Luk.1:32-33) Christus is het licht dat schijnt over de uitverkoren rest van Israël. Jesaja profeteerde hiervan (9:1). Het is daarom geen heidense blindheid als de wijzen vragen ‘waar de pasgeboren koning der Jóden is’ (Matth.2:2). Evenmin is het toeval dat Christus sterft met boven Zijn hoofd de aanklacht ‘Dit is Jezus, de koning der Jóden’ (Matth.27:37). Hij wordt geboren én Hij sterft als de Koning der Joden. Hij is de Messias van Israël, de Messias van het uitverkoren Godsvolk. Dat bewustzijn ontleent de christelijke gemeente aan Jezus’ eigen woord tot de Kananese vrouw: ‘Ik ben alleen maar gezonden naar de verloren schapen van het huis van Israël’ (Matth.15:24).

INGELIJFD

Als christelijke gemeente nemen we in Gods welbehagen bescheiden en verwonderd onze tweede plaats in. Het is het geheimenis van Gods wil, geopenbaard in de volheid der tijd, dat van God vervreemden erbij mogen komen. Als heidenchristenen stonden we erbuiten, vervreemd, van verre. Maar het is Christus Zelf, Die als Israëls Messias, vrede verkondigt aan ons die veraf waren en aan hen die dichtbij waren (Ef.2:17). De aankondiging daarvan vinden we al in het tweede lied van de Knecht:

‘Het is te gering dat U voor Mij een Knecht zou zijn om op te richten de stammen van Jakob en om hen die van Israël gespaard werden terug te brengen. Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde.’ (Jes.49:6)

Het wonder van Kerst openbaart ons deze verborgenheid. Hij verkondigt Zijn vrede niet alleen aan hét volk van Zijn welbehagen. Uit pure genade mogen wij delen in diezelfde vrede door het geloof. We mogen delen in de vreugde van de verkiezing en in het ontvangen van ontferming.

GELOVIGE AANBIDDING

Het geloof geeft gemeenschap aan dit geheimenis. Als we al willen spreken over een menselijk antwoord, kan ik maar één ding bedenken. Gods welbehagen kan alleen beantwoord worden in gelovige aanbidding. Als we ons hart laten vullen met de diepte van dit welbehagen, raakt het overstelpt. Gods genade is eeuwig, Zijn liefde onveranderlijk, Zijn trouw ondoorgrondelijk. De herders die deze lofzang aanhoorden, liggen even later geknield bij de kribbe neer. Ze hebben het wonder van Gods ontferming gadegeslagen. Verstild en verwonderd hebben ze het Woord gezien. En dan zendt mijn hart de lofzang in stilte op. Waar ik geknield neerlig bij Immanuël, daar verbleekt al mijn doen en laten. In Hem ben ik begenadigd. Hij is onze vrede. Door U, door U alleen, omdat er een eeuwig welbehagen is. God was me voor. Waar dat doordringt, komt aanbidding. Daar breekt de lof door. De lof van de heerlijkheid van Zijn genade. Kerst, als wonder van welbehagen, leert me te hopen op genade en ontferming. En daarop alleen.

Ds. J.J. Mulder is hervormd predikant te Hedel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

WELBEHAGEN IN MENSEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's