De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

3 minuten leestijd

In 2011 was het kwartaaltijdschrift voor regionale geschiedenis Tussen Vecht en Eem geheel gewijd aan ‘Huizen, identiteit en geschiedenis’. Daar groeide ook de bekende kinderboekenschrijfster An Rutgers van der Loeff-Bassenau (geboren 1910) op. Over haar kinderjaren:

• ‘In Ans jeugd hadden haar ouders een bijzondere tuinman, Jan Vos, in dienst’:

Elke zondag tweemaal naar de kerk om de dominee te horen, dat was niet voldoende voor hem.
Door de week moest hij zelf het Evangelie uitdragen en dat gebeurde op de meest onverwachte momenten. De geest kwam dan over hem. Zó was hij tuinman, zó was hij prediker. En dan spatten de vonken uit zijn oogkassen. In spanning wachtte ik op het moment waar ik tegelijk zo griezelend bang voor was. Want reken maar dat je hel en verdoemenis naar je jonge kinderhoofd geslingerd kreeg. Maar aan de andere kant was zijn God een zo verbijsterende wonder- en goeddoener, dat het je beurtelings huiveringwekkend koud en aangenaam warm over de rug liep. [...]
In het dorp had hij een bijnaam, maar ik zal hem hier anders noemen: Jan Predikheer. Het was bekend dat hij aan de openbare weg uren kon staan oreren. […] hij schreed daarbij op zijn toehoorders af, dreef ze in het struikgewas totdat zij ruggelings verdwenen. Sommigen maakten dat zij op tijd weg kwamen, maar gemakkelijk was dat niet. Mij lukte het nooit, ik bleef steevast te lang luisteren.

[…] ik weet nog hoe mijn vader opeens verlangde naar een eigen laantje dat op de weg van de stroomtram naar huis over het wild gelaten stuk terrein naar de rozenpoort zou leiden. Hij liet Jan Predikheer twee rijen prunusbomen planten, die heel mooi bloeiden in het vroege voorjaar en lekkere wilde pruimpjes gaven in de late zomer. Maar helaas, de boompjes groeiden snel, benamen het uitzicht op de verte, benamen zelfs vanuit de slaapkamerverdieping het zicht op de Zuiderzee, waar we elke vrijdagavond de vissersvloot van Huizen naar de thuishaven zagen varen, en toen werd besloten dat ze weg moesten.

Uit dit nummer nog een fragment over Huizen:

Het vissersbestaan was sowieso een hard riskant bestaan; vele vissers vonden op zee de dood. Ook het voor anker gaan op de rede was ’s winters voor mens en schuit gevaarlijk.
Een van de vele voorbeelden van de risico’s : In 1803 of 1804, werden er 23 vissersschepen in het ijs gekneld, waarvan er 4 totaal zijn verbrijzeld en de overige groote schade bekwamen…
Nog herinnert men zich hoe door eene N.O. stormvlaag in 1803 vele schepen tussen Huizen en Naarden zijn vergaan en in de kerk te Naarden 24 lijken van schipbreukelingen waren nedergelegd; een ongeval dat niet zou zijn gebeurd, zoo Huizen havenwerken had gehad. Zowel voor de ontwikkeling van de visserij en haar afzetmogelijkheden als voor de veiligheid van de vissers zelf werd de haven in 1854 een oplossing van vitaal belang. Alleen in de kerk zingen voor hen die zijn in nood op zee (gezang 467) was niet genoeg.


J. van der Graaf


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 31 december 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 31 december 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's