GLOBAAL BEKEKEN
Nelly van Kampen, werkzaam als docent in Maleisië voor een Bible Seminary in Kuala Lumpur, meldde in haar rondzendbrief het volgende.
Een nieuw jaar, dat niet zo goed begon: op 2 januari werd een inval gedaan in het kantoor van het Maleisische Bijbelgenootschap in Petaling Jaya, zo ongeveer om de hoek van de plek waar ik tot voor kort woonde. Hoewel de invallers (uiteraard een islamitische organisatie) geen huiszoekingsbevel hadden gedroegen ze zich zeer agressief, waardoor men ze toch maar binnenliet. Meer dan driehonderd Bijbels werden in beslag genomen. Het ging om Bijbels in de Maleise taal en in het Iban, een stamtaal van Borneo. In beide vertalingen wordt ‘God’ vertaald met ‘Allah’. De kranten staan er vol van en het geeft heel veel onrust. Men dreigde de volgende zondag de kerkdiensten te verstoren bij twee kerken: een evangelische kerk in het noorden van Kuala Lumpur en een rooms-katholieke kerk in de havenstad Klang. Dat laatste ging niet door, omdat de politie het sterk afried. Vooral bemoedigend was het dat een groep gematigde moslims een beschermend cordon vormde bij de kerk in Klang om agressie te verhinderen en de mensen de gelegenheid te geven ‘gewoon’ naar de kerk te kunnen gaan. Er komen tegen deze vormen van agressie nu ook protesten los van Maleise moslims. Misschien brengt dat de verandering waarop we hopen? A.s. woensdag is er een bijeenkomst in de kerk waar ik bij hoor, over hoe we ons op moeten stellen als zulke dingen gebeuren. Ik probeer er bij te zijn.
Een lezer stuurde ons een artikel uit het orgaan van de Orde van Nederlandse Advocaten, met de titel ‘Wonderkind en rechtstatelijk pionier’. Hier volgt het begin.
De naamgever van het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam leeft in de canon voort als eminent rechtsgeleerde en als eerste Joodse advocaat in ons land.
Jonas Daniël Meijer, geboren in Arnhem op 15 september 1780, staat als wonderkind te boek. Al zeer jong beheerste hij het Latijn en op nauwelijks zestienjarige leeftijd promoveerde hij in Leiden tot doctor in de beide rechten op een dissertatie over de Amerikaanse revolutionair Thomas Paine. Enkele dagen later, op 15 november 1796, had zijn beëdiging plaats als advocaat voor het Hof van Holland. Meijer was daarmee de eerste Joodse Nederlander die toegang kreeg tot de balie. In de oude Republiek hadden Joodse inwoners van ons land nauwelijks aan de rechtspraktijk kunnen deelnemen omdat de gerechtelijke ordonnanties en resoluties het aanhangen van de ‘Christelijke religie’ als eis stelden voor beëdiging tot advocaat. De burgerlijke gelijkstelling als gevolg van de Bataafse omwenteling maakte daaraan een einde toen in 1796 de scheiding van Kerk en Staat bij decreet werd vastgelegd.
Bij de overgang van de Franse tijd naar het herstel van de Nederlandse onafhankelijkheid speelde Meijer ook een belangrijke rol. Kort na het vertrek van de Fransen eind 1813 trad hij toe tot het provisionele stadsbestuur van Amsterdam en zette hij zich in voor het behoud van de verworven burgerrechten van zijn geloofsgenoten. Hij maakte vervolgens deel uit van de in 1815 ingestelde Grondwetscommissie. De betrokkenheid van Meijer was niet zonder reden, aldus de negentiende-eeuwse rechtsgeleerde Jeronimo de Bosch Kemper: ‘Om de gelijkheid te bewaren had men twaalf Belgen en twaalf Noord- Nederlanders, en weder twaalf Roomschen en twaalf Protestanten, terwijl de beroemde regtsgeleerde Jonas Daniël Meijer, als Israëliet, een waarborg van onpartijdigheid als secretaris scheen te bieden’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's