De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BRUGGEN SLAAN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BRUGGEN SLAAN

Uit de pers

7 minuten leestijd

'We dragen met zijn allen de verantwoordelijkheid om voor elkaar te zorgen, hoe verschillend we ook zijn.’ Het zijn woorden van paus Franciscus, die in zijn nieuwjaarstoespraak de nadruk legde op broeder- en zusterschap. We hebben als mensen in alle verscheidenheid meer wat ons bindt dan wat ons scheidt. Die invalshoek kom je ook in de kerkelijke pers tegen.

GERUCHTEN
Een sterk staaltje hiervan is te vinden in het decembernummer Geruchten, het contactblad van Op Goed Gerucht waarin theologen op zoek zijn naar ‘meer creativiteit, lef, spiritualiteit en humor in de kerk.’ De uitgave gaat over het verkopen van je kerk, een bewust dubbelzinnige titel over kerk zijn in deze tijd. Ds. Eddy Reefhuis, protestants predikant van de Oude Kerk in Amsterdam, schrijft daarin een artikel met zijn gereformeerd-vrijgemaakte Amstelveense collega Tim Vreugdenhil.

In de Oude Kerk vormen de schrijvers (…) één van de meest opmerkelijke allianties die je in kerkelijk Nederland kunt aantreffen. We zijn een predikantenduo, al preekt één van ons nooit (niet in de Oude Kerk althans) en schrijft de ander geen strategische notities. (…) Ook qua karakter en biografie zijn wij nogal verschillend. De één een zestiger, van hervormde afkomst, sinds zeven jaar verbonden aan de Oudekerkgemeente, deskundig in zaken van liturgie en bijbelse theologie (Amsterdamse School). De ander een dertiger, van huis uit vrijgemaakt-gereformeerd en (parttime) predikant van een gerevitaliseerde kerk in Amstelveen, met gevoel voor actualiteit en marketing, nauwelijks interesse voor grondtalen en fanatiek in systematische theologie.
Normaal gesproken komen predikanten zoals wij elkaar niet tegen, en waar het toevallig toch gebeurt, neemt men beleefd kennis van elkaar om ’s avonds de Heer te danken dat je niet bent als je collega.


De ironische laatste zin is niet zonder realiteitszin opgeschreven. In de kerk, en zeker in de breedte van het kerkelijke spectrum in Nederland is er vaak weinig kennis van elkaar, laat staan kennis aan elkaar. De beide predikanten hebben een gemeenschappelijke missie:

Het doel dat we voor ogen hebben noemen we ‘citykerk’. Dat is een manier van kerk-zijn waarbij de stad nadrukkelijk de agenda van de kerk beïnvloedt. Citykerk is een combinatie van visie (gooi je kerk wagenwijd open), projectmatig werken (zet mensen en middelen verstandig in) en partnerschap met anderen (…). De Laurenskerk in Rotterdam vinden we een goed voorbeeld van een citykerk, maar de basis daarvan dateert alweer van veertig jaar geleden, dus we kunnen dat niet kopiëren.

Ds. Tim Vreugdenhil schreef een rapport dat voortbouwt op het leefstijlenonderscheid van bureau Motivaction. Dat onderzoek toonde aan dat de Protestantse Kerk in Nederland nog slechts twee ‘leefstijlen’ mensen aan zich weet te binden: de traditionele burgers (meestal op leeftijd met een sterk verantwoordelijkheidsgevoel) en postmaterialisten (vaak jonge ‘wereldverbeteraars’). Juist de categorieën die in Amsterdam oververtegenwoordigd zijn, de zogenaamde ‘opwaarts mobielen’, kosmopolieten en postmoderne hedonisten bereikt de kerk veel minder.

De spannende vraag waarvoor wij ons gesteld zien is hoe je de kloof tussen een kleine gemeente die de lofzang gaande houdt en enorme groepen mensen die het woord ‘lofzang’ niet eens kennen, kunnen dichten. Het wordt heel spannend als je zoekt naar toepassingen voor een concrete stad en een specifieke gemeente. (…) We zijn er in gaan geloven dat ‘citykerk’ voor de Oude Kerk een goede richting is. Meer nog: we durven hardop te zeggen dat Amsterdam gebaat zou zijn bij zo’n soort kerk, zoals een reeks andere citykerken in steden als Berlijn, Londen en Parijs niet uit het stadsbeeld weg te denken zijn.

DE WEKKER
Een ander voorbeeld van toenadering en een goed gesprek staat in De Wekker, het wekelijks orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Het themanummer stelt de belevingscultuur aan de orde. Prof.dr. Gerard den Hertog (TUA) en de Nederlands-gereformeerde predikant Jan Mudde spraken met elkaar over de betekenis van de menselijke ervaring in de gereformeerde theologie. Willem Kieviet leidde het gesprek.

Om niet langs elkaar heen te spreken gaan we eerst na wat we bedoelen met het begrip ‘ervaring’.
Ds. Mudde: ‘Bij het woord ‘ervaring’ denk ik allereerst aan datgene wat het leven je leert. De levenservaring, of –wijsheid dus. Deze vorm van ervaring speelt in de Bijbel een grote rol. Paulus verwerkt ze bijvoorbeeld in zijn brieven bij allerlei voorschriften voor de christelijke gemeente.’
Prof. Den Hertog: ‘Het begrip ‘ervaring’ is zo’n woord dat haast garant staat voor een Babylonische spraakverwarring. Ik denk dat de wijsheid waarover Jan spreekt niet ervaring in algemene zin is, maar door God geheiligde levenservaring, zoals de Bijbel er ook over spreekt.’


Welke rol mag deze persoonlijke levenservaring spelen in je lezing van de Bijbel? Ds. Mudde: ‘Voorafgaand aan de vraag of ze het lezen van de Schrift mag beïnvloeden, stel ik vast dat de levenservaring per definitie het lezen van de Bijbel beïnvloedt. Ons lezen is nooit geheel objectief. Allereerst wordt je omgang met de Schrift mede bepaald door de mate van je ervaring met het Hebreeuws, het Grieks, en je kennis van de cultuur van het Oude Israël. Maar ook onze positieve en minder positieve ervaringen met onze geëmancipeerde cultuur nemen wij mee bij ons lezen van de Schrift. Naar mijn mening geeft de Bijbel daar zelf ruimte voor.’
Prof. Den Hertog: ‘Je hebt volkomen gelijk dat je deze ervaring niet buiten de deur kunt zetten als je de Bijbel leest. Sterker, dat is het aller slechtste wat je kunt doen! Het is oerreformatorisch om de levenservaring te betrekken bij je lezing van de Schrift. Luther schreef: ‘Je moet minstens honderd jaar met de apostelen en de profeten de gemeente Gods gewijd hebben om te snappen wat er in de Schrift staat.’ En Calvijn merkte op dat het voor zijn verstaan van bepaalde psalmen goed was dat hij met de dichter de fysieke en mentale ervaring van het door de vijand op de vlucht te zijn deelde. Wij moeten wat onze eigen ervaringen zijn niet negeren of naar achteren duwen als we de Bijbel lezen, maar het licht van het Woord er over heen laten gaan. We zijn zelf mensen die in dit leven staan en als predikant doe je er goed aan daar in prediking en pastoraat rekening mee te houden.’ (…)


Onze hedendaagse cultuur wordt ook gekarakteriseerd door een sterke nadruk op de menselijke emotie. Hoe moeten we deze ‘emotiecultuur’ vertalen naar de zondagse eredienst? (…)
Ds. Mudde ziet de huidige ‘emo-cultuur’ als een logische reactie op een sterk rationele cultuur. Maar ook van deze cultuur geldt dat ze door Christus in dienst kan worden genomen. Hij vindt het wellicht niet zo verkeerd dat er nu een inhaalslag wordt gemaakt. ‘Onze gereformeerde cultuur was helemaal niet lijfelijk, helemaal niet emotioneel, maar vooral heel verbaal en intellectueel.’
Prof. Den Hertog: ‘Je moet je blijven afvragen of het in een dienst werkelijk gaat om het “Hij voor ons, daar wij de eeuwige dood hadden moeten sterven.” Of dat de werkelijkheid van ons zondaar- zijn naar de achtergrond gaat.
Als in bepaalde liederen de indruk wordt gewekt dat wij zo bij God ‘binnen kunnen lopen’ vraag ik me af of we nog wel weten hoe het er met ons voorstaat. (…) Je loopt niet zomaar bij God binnen, Hij is de Heilige. Aan de andere kant heeft de gereformeerde bevindelijke cultuur inderdaad nog wel een onbetaalde rekening uitstaan.’ (…)
Den Hertog wijst dan op de zinsnede ‘een mishagen aan jezelf hebben’ uit het avondmaalsformulier. Daarin wordt niet een negatief menselijk zelfbeeld voorgestaan maar gaat het om een hekel hebben aan jezelf vanwege de zonden.
‘We dienen daarom altijd met twee woorden te spreken. In mijzelf ben ik door mijn zonden verloren, inderdaad. Maar in Christus mag ik toch echt ‘een parel’ in Gods oog zijn.’
Ds. Mudde: ’Om die reden kan ik tijdens een doopdienst met een gerust hart een lied als “een parel in Gods hand” laten zingen. Juist vanwege het beloftevolle karakter van de kinderdoop.
Naast de preek fungeert dan ook dit lied als oproep, als gebed.’


Ik zou over dit gesprek kunnen opmerken dat het toch een tikje rationeel van aard is en dat de sacramentele kant van de eredienst er bekaaid afkomt. Maar dat laat ik graag rusten. Het is in de eerste plaats een mooie dialoog, waaruit blijkt dat beide sprekers erg veel gemeen hebben. Er wordt even een brug geslagen en dat brengt verder.

Ds. G. van Meijeren uit Utrecht is interim-predikant in de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BRUGGEN SLAAN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's