De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAF, STOK EN STEM

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAF, STOK EN STEM

Prof. Baars zet motivatie achter formulering van confessies uiteen

8 minuten leestijd

Een staf om te gaan, een stok om te slaan. Met deze aanduiding is de belijdenis van de kerk ooit raak getypeerd. Ieder voelt aan dat er spanning staat op dit korte rijmpje. Staf klinkt vredig, stok klinkt strijdbaar. Een belijdenis is zowel het een als het ander.

Een staf geeft steun om in het rechte spoor te gaan, een stok dient om het kwaad te weerstaan. Een belijdenis doet beide. Ze beaamt en ze weerspreekt. Ze zegt dus ‘ja’ en ook ‘nee’. Het ja betreft de waarheid, het nee de leugen.

WAARHEID
In de vroegste belijdenissen – ‘symbolen’ genoemd – volstond men met het ja. Het Apostolicum behelst althans expliciet geen spoor van ontkenning of afweer. Op het eerste gezicht geldt dat ook van de twee latere oudkerkelijke symbolen, die bekend staan als de Geloofsbelijdenis van Nicea en die van Athanasius.
Maar men hoeft de laatste maar op te slaan (doet iemand dat trouwens ooit?), om onmiddellijk te registreren wat hier in het geding is. Niets minder dan het eeuwig behoud staat op het spel. ‘Al wie behouden wil worden moet voor alles erop toezien dat hij het katholieke (orthodoxe) geloof vasthoudt. Tenzij hij dit volledig en ongeschonden zal bewaren, zal hij zonder twijfel voor eeuwig verloren gaan.’ De beleden waarheid staat in scherp contrast met de bestreden dwaalleer. De staf fungeert meteen als stok.

FRONTEN
Deze tweeledige functie van de belijdenis kenmerkt bij uitstek ook de confessies die de Reformatie met zich meebracht. Hoewel de mate van polemiek sterk verschilt, ontbreken doet ze niet. Uit de aard der zaak gaat het daarbij primair om de confrontatie met Rome. Maar behalve dat kende de Reformatie nog twee andere fronten, namelijk het front van de doperse beweging en dat van het libertinisme. Hierbij voegde zich in de zeventiende eeuw het front van het remonstrantisme.
Het is niet te veel gezegd om te stellen dat de reformatorische confessies zijn geboren onder pijn en strijd. Het schrijnende is overigens dat het verweer zich niet alleen richtte op roomsen, dopers, libertijnen en remonstranten, maar dat de strijd al vroeg ook onderling werd gevoerd, onder broeders van hetzelfde huisgezin. Ik doel op de controverse tussen lutheranen en gereformeerden. Van dit veelsoortige conflict dragen de confessies de sporen.

STEM
Het zou voor vredelievende karakters bijna een reden zijn om eraan voorbij te gaan. Maar dat zou jammer zijn. Want wat ik tot nu toe schreef is wel waar, maar niet de hele waarheid. Onze belijdenissen bevatten immers aanmerkelijk veel meer dan verzet en afweer. Het hart van al die documenten klopt in het belijden van God Drie-enig, Wiens vaderliefde ons een eeuwigheid voor was, Wiens Zoon ons in de volheid des tijds heeft vrijgekocht en Wiens Geest ons in het heden eigen maakt wat we in Christus hebben en te goed hebben. Daarom is de confessie niet alleen een staf en stok, maar vooral een stem om mee in te stemmen. Een lied om te zingen, een tekst om te bidden.

HARMONIE
Het is heel deze diversiteit die rijk en royaal aan het licht komt in het voornaam uitgegeven boek dat onlangs verscheen van de hand van prof.dr. A. Baars en drs. A. Groothedde. Dit Belijden in zevenvoud bevat een harmonie van zeven protestantse belijdenisgeschriften, te weten de Augsburgse Confessie (1530), de Catechismus van Genève (1542), de Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561), de Heidelbergse Catechismus (1563), de Dordtse Leerregels (1619) en de Belijdenis en Kleine Catechismus van Westminster (1646-1648).
Het leeuwendeel van dit kloeke boekwerk bestaat dus uit een ‘harmonie’. Dat wil zeggen dat op elke dubbele pagina zeven verticale kolommen zijn aangebracht waarin naast elkaar een tekstfragment staat afgedrukt van het zevental confessies. Maar dan zo, dat de stof geordend is op thematiek. De structuur waarvoor gekozen is, volgt de gangbare volgorde van veel dogmatische handboeken: de leer omtrent God, de mens, Christus, het heil, de kerk en de laatste dingen (Godsleer, antropologie, christologie, soteriologie, ecclesiologie en eschatologie).

THEMATISCHE FRAGMENTEN
Het idee van zo’n harmonisering is bepaald niet nieuw, maar wordt hier op een zeer overzichtelijke manier vormgegeven. Het verband tussen de naast elkaar vermelde passages is doorgaans overtuigend en zelden gezocht (dit laatste mijn inziens bijvoorbeeld op p. 253).
Het nut van deze ‘parallellisering’ is duidelijk. Wie bij een bepaald onderwerp uit de geloofsleer de confessies wil raadplegen – en wie zou dat niet willen? – kan hier moeiteloos terecht. Het gemak dient de mens. Al teken ik wel aan dat wie zijn omgang met de confessie uit gemakzucht beperkt tot dit ‘naslagwerk’, zich te kort doet.
Want de harmonisering heeft behalve voordelen ook een nadeel.
Dit nadeel is dat men alleen thematische fragmenten onder ogen krijgt en dus het zicht mist op de orde en betoogtrant van de complete confessie. Het is dan ook uitdrukkelijk niet de opzet van de auteurs, het lezen van de belijdenissen zelf te vervangen door dit harmoniemodel.

MOTIVATIE
Collega Baars zorgde voor een knappe inleiding, die ik met bewondering gelezen heb. Helder, beknopt en instructief. De belezenheid waarvan dit product getuigt, is indrukwekkend. Het notenapparaat bevat een overvloed aan secundaire literatuur, die de tekst documenteren. Naar mijn waarneming is de auteur weinig ontgaan, of het moest bij de bespreking van artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB) merkwaardigerwijs het mooie proefschrift van dr. A.J. Kunz zijn.
Het waardevolle van de inleiding die prof. Baars schreef, is dat hij de kunst verstaat om in kort bestek, maar heel zorgvuldig, uiteen te zetten wat nu eigenlijk de motivatie is die achter de formulering van confessies schuilt.
Men hoort nogal eens de suggestie dat zulke geschriften overbodig zijn, omdat we aan de Bijbel genoeg hebben. Aan die genoegzaamheid wordt door collega Baars niet getornd. En door de belijdenisgeschriften zelf evenmin. Integendeel. Op diverse momenten geven ze er blijk van dat de Schrift alleen genoegzaam is tot zaligheid.

WAAROM CONFESSIES?
Waarom dan tóch confessies? De inleider zet een aantal motieven op een rij, die voor een deel corresponderen met wat ik al noemde: staf, stok en stem. Hij rubriceert de volgende motieven.
Allereerst dat de Bijbel zelf ons voorgaat in het formuleren van korte kernen van het geloof. Vervolgens zijn er het catechetische motief (leerstof in het kerkelijk onderricht), het apologetische motief (afscherming tegen de dwaling), het oecumenische ofwel katholieke motief (onderstreping van de onderlinge, wereldwijde eenheid) en het liturgische motief (wat we belijden wordt door loflied en aanbidding gedragen).
Zo lag het vanouds in de oudkerkelijke symbolen. De confessionalisering in de Reformatietijd doet hier niets aan af. Uiteraard, in deze specifieke context verschuiven de accenten en komen er nieuwe motieven bij. Vooral aan het adres van Rome komt het tot een grondige verantwoording van de reformatorische positie, waarbij met name de kwestie van de verhouding tussen Schrift en traditie een aangelegen punt vormt. Het kan daarom niet verbazen dat deze belijdenisgeschriften de vroegkerkelijke symbolen in omvang ver te boven gaan.
Van groot belang vind ik dat collega Baars nadrukkelijk attendeert op het existentiële, persoonlijk-bevindelijke karakter van het zevental, al komt dat in de ene confessie meer tot zijn recht dan in de andere. De hoofdprijs gaat in dit opzicht naar de onvolprezen Heidelberger.

PREDESTINATIE
Ik kan nu niet ingaan op de inleidingen tot elk belijdenisgeschrift afzonderlijk. Ze bieden een schat aan historische en theologische informatie. Ik sluit af met het maken van een tweetal kanttekeningen.
De eerst betreft de predestinatie. Ik ben het met collega Baars eens dat de formulering daarvan in NGB 16 sober uitvalt. Maar dat de dubbele predestinatie daarin desondanks ‘volstrekt duidelijk’ wordt beleden, lijkt me niet het geval. Juist deze ‘harmonie’ schept de gelegenheid om dit artikel naast de tekst van Dordt en van de Westminster te leggen en in één oogopslag te constateren dat De Brès beduidend terughoudender is wat betreft de verwerping van eeuwigheid.

WESTMINSTER
De tweede opmerking raakt het soms opmerkelijke verschil in ‘register’ als men de vroegste confessies naast de latere legt. Tegenover het onpersoonlijke, afstandelijke ‘de mens’ in de Westminster Catechismus staat het persoonlijke ‘ik’ en ‘gij’ van de catechismi van Calvijn en Heidelberg.
Dat is prof. Baars natuurlijk niet ontgaan. Hij maakt er uitdrukkelijk melding van. Maar misschien bagatelliseert hij het onderscheid, wanneer hij er ietwat relativerend aan toevoegt: ‘Maar ook hier (in de Westminsterse geschriften) klinkt de warme spiritualiteit van het Engelse puritanisme op allerlei plaatsen door.’
Dat laatste zou ik niet graag ontkennen.
Maar ik heb in de halve eeuw dat ik hetzij lijfelijk, hetzij lezend ‘onder het gehoor zat’, toch te veel horen praten over ‘de ziel’ en ‘het volk’, om op dit punt niet wat minder onbevangen te zijn en wat meer achterdochtig. Dat de Westminster in dit boek is opgenomen, lijkt me goed te verdedigen. Er staan kostbare passages in. Maar juist vergelijkenderwijs doet dat directe en inclusieve taalgebruik van Genève en Heidelberg weldadig aan.

Dr. A. de Reuver is hervormd predikant te Serooskerke en emeritus hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond.


N.a.v. Prof. dr. A. Baars en drs. A. Groothedde, ‘Belijden in zevenvoud. Harmonie van zeven protestantse belijdenisgeschriften’, uitg. De Banier, Apeldoorn; 448 blz.; € 39,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

STAF, STOK EN STEM

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's