GOD ZAL ALLES IN ALLEN ZIJN
Tekst & uitleg [1 Korinthe 15:28]
1 Korinthe 15:27 en 28 heeft al jaren mijn interesse. Loopt vers 28 inderdaad uit op de glorie van God de Vader?
Er staan in dit hoofdstuk woorden die we kunnen typeren als tijdsbepalingen. In vers 20 horen we Paulus uitroepen: ‘Maar nu’. In vers 24 zegt de apostel: ‘Daarna’. In vers 25: ‘Totdat’.
Het heeft alles te maken met de voortgang in het betoog over de opstanding van Christus. Hij verkondigt de blijde werkelijkheid van de opstanding. Dat gebeurt nu, vandaag.
Zonder de opstandingsboodschap zouden onze prediking en ons geloof zonder inhoud zijn. We zouden in onze zonde en verlorenheid blijven. Maar het Evangelie klinkt. Het klinkt tegen zoveel stemmen in. Het klinkt nu!
Beslissend is dat Christus voorgaat. Hij is de Eersteling geworden van degenen die ontslapen zijn.
Daarna komt het einde en dat einde is het begin van Gods grote toekomst. Alle machten en krachten zijn dan door Christus overwonnen. Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen. Hij moet Koning zijn, totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten heeft gelegd (vs.25). Dat is waar het naartoe gaat.
ONDERWERPING
Wat betekent het dat wanneer alle dingen aan Hem onderworpen zijn, dan ook de Zoon Zelf Zich zal onderwerpen aan Hem Die alle dingen aan Hem onderworpen heeft? We merken inderdaad dat er sprake is van beweging, van een doel, zoals de vraagsteller schrijft.
Straks zal God allen in allen zijn. Daarvoor heeft de Zoon van God Zichzelf gegeven. Hij is de Overwinnaar, Die alle dingen aan Zich onderwerpt. Er komt een moment dat er geen vijand meer is. De boze is definitief verslagen. De zonde is voor altijd overwonnen. De dood, de laatste vijand, is tenietgedaan.
Op dat moment zal de Zoon de bevoegdheden die Hij voor Zijn Middelaarswerk ontving aan de Vader teruggeven. Dan is God alles in allen. De hemelse Gezant heeft Zijn missie voltooid en geeft Zijn mandaat terug.
MIDDELAARSCHAP
Het gaat hier om het middelaarswerk van Christus. Naar Zijn godheid is Hij gelijk met de Vader. We belijden dat Hij van hetzelfde wezen met de Vader is.
Over de aard van de onderwerping ontstond al in de Vroege Kerk verschil van mening. Marcellus van Ancyra schreef een verhandeling over de onderwerping des Heeren Christus. Hij werd beschuldigd van de leer dat het rijk van Christus en ook de vereniging van de menselijke natuur met de Logos een einde zou nemen. Hij werd bestreden door Eusebius en Basilius. Het concilie van Nicea-Constantinopel voegde aan het credo over Christus de woorden toe: ’wiens rijk geen einde zal hebben’.
Ook later zijn er discussies gevoerd over de aard van deze onderwerping. H. Bavinck schrijft dat het middelaarschap van de verzoening van Christus een einde neemt. Wat blijft is het middelaarschap van de vereniging van God en mens. Christus blijft Profeet, Priester en Koning. Hij is en blijft het Hoofd van de gemeente. Zijn terugkeer dient de verheerlijking van God de Vader, Die alles zal zijn in allen.
TERUGKEER
Ergens kwam ik de volgende parafrase van de tekst tegen.
Er was een Koning die een koninkrijk had. Het koninkrijk brak uit in totale opstand. Iedereen in het koninkrijk was tegen de Koning. De enige uitzondering in deze opstand was de Zoon van de Koning. De Koning zond Zijn Zoon om de opstand te beëindigen. Hij gaf Hem alle autoriteit om dit te doen.
De Zoon van de Koning overwon de tegenstand. Er waren onderdanen die zich realiseerden zich dat het slecht was om zo gezind te zijn. Ze veranderden van houding en keerden terug tot de rechtvaardige wetten van de Koning. Zij werden geadopteerd in de familie van de Koning. Maar er waren ook onderdanen die hun verzet niet wilden opgeven. Wat doet de Zoon? Hij gaat opnieuw naar het koninkrijk in grote macht en luister en Hij oordeelt over hen die volharden in hun verzet. De Zoon gaat daarna terug naar het paleis, omdat Zijn taak is afgerond. Hij wordt ontvangen met grote blijdschap. Het koninkrijk is weer gehoorzaam aan de wetten van de Koning. De Zoon geeft Zijn mandaat terug. De overwinning van de Zoon van de Koning is dat ieder oog weer gericht is op de Koning, die alles in allen is. Zo zal het eens uitlopen op de glorie van God.
Ds. G.H. Kruijmer is hervormd predikant te Lage Vuursche.
Immers, alle dingen heeft Hij aan Zijn voeten onderworpen. Wanneer Hij echter zegt dat aan Hem alle dingen onderworpen zijn, is het duidelijk dat Hij Die Zelf alles aan Hem onderworpen heeft, hiervan is uitgezonderd.
En wanneer alle dingen aan Hem onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf Zich onderwerpen aan Hem Die alle dingen aan Hem onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn.
1 Korinthe 15:27 en 28
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's