De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

PASSIE VOOR PASSIEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PASSIE VOOR PASSIEVEN

Ouderling Ruis uit Sliedrecht ontdekte dat zijn wijk veel groter was

5 minuten leestijd

De kaartenbakken van hervormde gemeenten bevatten heel wat randleden. Landelijk moeten het er vele tienduizenden zijn. Maar naast deze categorie is er nóg een slapend bestand: passief-geregistreerden. Mensen die ooit het vinkje wenst geen contact achter hun naam kregen. Zou je niet eens in de twee jaar op hun hart kloppen om het contact te herstellen? vol kunnen aanduiden met de

Ouderling Arie Ruis van de hervormde gemeente Sliedrecht bezocht vijftig ‘passieven’ in zijn deel van de wijk: ‘Ik belde aan bij een man, geregistreerd lid van onze gemeente, die zei dat hij 37 jaar geleden op dat adres was gaan wonen, net na zijn trouwdag. Kort daarna is zijn vrouw ziek geworden. Ze was 35 jaar (!) ziek en enkele maanden voor mijn bezoek overleden. In al die jaren was er niemand van de kerk aan de deur geweest… ‘Nu hoeft het voor mij niet meer’, zei hij. Ik was geschokt en kon even niet verder. Kun je begrijpen wat er toen door mij heenging?’

GEESTELIJKE NOOD
Arie Ruis heeft een passie voor passieven. ‘We weten allemaal dat de volkskerk altijd een brede rand heeft’, vertelt hij, ‘maar met het nieuwe landelijke registratiesysteem (LRP) van de Protestantse Kerk in Nederland moet je wel weten hoe je deze categorie in het vizier kunt krijgen. Toen ik als ouderling begon, kreeg ik een ‘kaartenbak’ met ‘actieve’ leden. Vergis je niet in die term: dat zijn zowel de trouw meelevende leden als de randkerkelijken. Maar daarnaast is er in het nieuwe LRPsysteem een derde categorie: de ‘passieven’; je zou hen ook hoopvol kunnen aanduiden met de ‘nog-niet-actieven’.
Ik ben hen in de bezinning op ons pastorale werk op een gegeven moment op het spoor gekomen.
Het was vreemd om te ontdekken dat mijn wijk eigenlijk veel groter was. Er waren vijftig adressen die zich tot dan toe totaal aan mijn zicht hadden onttrokken, omdat ze stonden geregistreerd met het vinkje: ‘wenst geen contact’. Dat bracht me in geestelijke nood.
Want zij behoorden toch óók tot het deel van de gemeente dat aan mijn verantwoordelijkheid was toevertrouwd? Wat is de houdbaarheidsdatum van dat vinkje?
Moeten we wachten tot de laatste van hen, achter wiens naam een vinkje staat, is overleden? Zou het niet goed zijn om eens in de twee jaar ‘op hun hart kloppen’ en zo te proberen het contact te herstellen?’

1 PROCENT
Ruis deelde zijn ontdekking met de andere leden van de kerkenraad. In diezelfde periode las hij een artikel in De Waarheidsvriend, waarin de volgende regels stonden: ‘Toen van de schapen van de Goede Herder slechts 1 procent de kudde verliet, miste de Herder het dier meteen. Hij ging direct op zoek. Net zolang zoekend en roepend tot Hij het vond. Een voorbeeld voor leden van de kerkenraad vroeger en nu (…). Wat staat ons nu te doen? De kerk(en) hebben veel werk laten liggen.
Maar aangezien we ‘gisteren’ niet over kunnen doen, moeten we daar niet bij blijven stilstaan. Het beste is om aan het werk te gaan…’

OPZOEKACTIE
Ruis bezocht alle adressen van passief-geregistreerden in zijn wijk. Zes van hen bleken al ettelijke jaren geleden overleden. ‘Sindsdien was er geen enkel bezoek geweest.’ Twaalf leden bleken verhuisd, slechts zeven wensten nadrukkelijk uitgeschreven te worden.
Nader onderzoek leerde dat het in het hele dorp ging om 1500 leden. ‘Stel je dat eens voor: dat zijn twee volle kerken. Daar word je stil van. De Goede Herder kwam al in actie bij 1 procent van Zijn kudde; bij ons ging het om 20 procent. Onvoorstelbaar toch. In eerste instantie kon ik het niet geloven.’
Na de eerste verbazing ontwikkelde Ruis een plan, dat door de algemene kerkenraad werd overgenomen.
‘Sommigen spraken van een ‘opschoonactie’, maar dat vind ik geen goede term. Ik spreek liever van een ‘opzoekactie’. Eigenlijk is het een inhaalslag. We doen hiermee iets aan de gemeenschappelijke schuld, die we in vele jaren hebben opgebouwd. Bij nogal wat gemeenteleden hebben we ook onze excuses aangeboden voor het zo lang wegblijven van hun deur.’
Om de ambtsdragers te helpen bij de actie trok Ruis op zijn fiets meerdere avonden kris kras door het dorp.
Binnen een kwartier kon hij voor een collega-ouderling een Excel-bestand aanmaken met de ‘onzichtbare’ passief- geregistreerden. Toen werd het gezamenlijk gedragen project opgestart en binnen het bestek van enkele maanden kregen zo alle passief-geregistreerden een bezoek.
Ruis volgde de actie via talloze mailtjes op de voet. ‘In veel gevallen bleek men het bezoek best te waarderen. Ik hoorde van een ouderling die in één wijk op negen adressen een afspraak kon maken voor een vervolggesprek. En dan te bedenken dat ze geregistreerd stonden onder ‘wenst geen contact’.
Vooraf denk je: zullen de mensen je niet onheus bejegenen, door de deur voor je dicht te smijten? Maar dat viel erg mee. Dat heb ik maar in een enkel geval gehoord.
Regelmatig deden de ouderlingen de ervaring op dat de jonge(re) leden niet eens wisten dat ze ingeschreven stonden. En dan is het aan de ouderling om daar op een goede manier op te reageren. Wat mij betreft in een gesprek met een warme ondertoon, waarin je goed luistert en laat merken dat je het heil van de mensen zoekt.
‘Laat u met God verzoenen.’ Je gunt hen zo de zekerheid van het geloof. Niet dat het leven dan opeens gemakkelijk wordt, maar wel anders. Er is Toekomst!’

VRAAG
In december is de bezoekactie afgerond. ‘Voor veel broeders van de kerkenraden was het een behoorlijke extra investering. Je zult maar net in de veronderstelling zijn dat je – naast je drukke baan − je huisbezoekwerk op orde hebt en dan krijg je er vijftig adressen bij… Maar het was de inspanning waard. In het voetspoor van de Goede Herder op zoek naar afgedwaalde schapen.’
De vraag die Ruis wel bezighoudt, is hoeveel gemeenten eenzelfde situatie kennen. ‘Vermoedelijk heel wat. Kan daar stilzwijgend aan voorbij worden gegaan?’

K. van Noppen is hoofd stafafdeling communicatie bij de IZB.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PASSIE VOOR PASSIEVEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's