GEESTELIJK TESTAMENT
Het gebedsleven van Jezus
Wat betreft het persoonlijk gebedsleven van Jezus houden de evangelisten het meestal bij de mededeling dat Hij naar een eenzame plaats of een berg ging om te bidden. Wát Hij bad, komt daarbij niet aan de orde. Bij het hogepriesterlijk gebed is dat anders.
Het is een persoonlijk gebed van Jezus waarvan de discipelen de inhoud mochten afluisteren. Is het te ver gezocht als we veronderstellen dat dit gebed als voorbeeld van alle persoonlijke gebeden van Jezus kan dienen?
Deze veronderstelling krijgt temeer gewicht als we beseffen dat Jezus dit gebed heeft uitgesproken kort voor Zijn arrestatie. Reden waarom dit gebed ook wel Zijn geestelijk testament genoemd wordt, dat Jezus heeft nagelaten aan Zijn gemeente.
Slechts tot haar eigen schade kan zij dit testament dicht laten.
Veel valt er over het hogepriesterlijk gebed te zeggen. Onder andere dat het pas in de zestiende eeuw zijn naam kreeg. Of: dat het als eindverantwoording van Jezus’ aardse taak aan Zijn Vader dient. Of: dat het als inleiding geldt op de eigenlijke lijdensgeschiedenis, omdat Jezus Zich bereidwillig verklaart Zich als hogepriester voor de Zijnen op te offeren.
Vooral aan dat aspect, door Jezus veelzeggend aangeduid met ‘verheerlijken’, zou dit gebed sinds de zestiende eeuw zijn naam te danken hebben. Van de vele aspecten van dit gebed licht ik er drie uit.
VERHEERLIJKEN
Het eerste deel van dit gebed (Joh.17:1-5) raakt aan de relatie Vader-Zoon. Jezus doet aan Zijn Vader verslag van Zijn aardse leven en vat dit samen in de woorden: ‘Ik heb U verheerlijkt op de aarde’ (v.4a). Verheerlijken houdt in: God Zijn eer en glorie (terug)- geven. Dat was precies de drijfveer van de Zoon, van wieg (via kruis) tot graf. Aan dat streven is alles ondergeschikt, ook de redding van zondaren.
Nu dit doel bijna is bereikt (v.4b) – nog even en er klinkt: ‘Het is volbracht’ – vraagt de Zoon of de Vader Hém wil verheerlijken (v.5).
Anders gezegd: Hem Zijn oorspronkelijke heerlijkheid wil teruggeven. Dat lijkt vreemd. Immers, heerlijkheid is aan de Zoon evenzeer eigen als aan de Vader. Vrijwillig heeft Christus die heerlijkheid afgelegd (Fil.2:7).
Moet Hij nu vragen of Hij die terugkrijgt?! Dat moet Hij niet.
Want zoals de Zoon macht heeft Zijn leven te geven en het weer te nemen (Joh.10:18), heeft Hij ook macht Zijn heerlijkheid terug te nemen, nadat Hij die vrijwillig had afgelegd.
Dat de Zoon de Vader vráágt om Hem Zijn heerlijkheid terug te geven, tekent Hem in Zijn onvoorwaardelijke overgave en onderworpenheid aan Zijn Vader. Dit is de Zoon ten voeten uit. We mogen aannemen dat dit de grondtrek was van Zijn gebedsomgang met de Vader tijdens Zijn aardse leven. Daarmee laat Hij ons een blijvend voorbeeld na voor ons (gebeds)leven.
BEWARING EN HEILIGING
In het tweede deel (Joh.17:6-19) wordt de kring vervolgens wijder getrokken. De accolade wordt geslagen om allen aan wie de Zoon de Vadernaam heeft geopenbaard (v.6a). Dat deed Hij door hen de woorden van God toe te betrouwen (v.8). Deze woorden zijn in hun leven verankerd (v6b, 8), zo is gebleken, doordat zij in Jezus Gods Zoon hebben (h)erkend (v.8).
In eerste instantie geldt deze bede de toenmalige discipelen in engere en wijdere zin. In de crisis van arrestatie en kruisiging werden zij van Jezus losgescheurd. Wankelen zouden zij en satan zou het erop toeleggen hen te laten vallen. Zichzelf konden zij niet bewaren voor de aanvallen van de boze.
In later tijd kunnen gelovigen dat evenmin. Het Woord dat geloof vindt in hun hart, ontmoet voortdurend vijandschap in de wereld waarin zij zonder Jezus zijn (v.11a,14). Daarom bidt Jezus Zijn Vader om hun bewaring (v.11b,15). Hij doet dat des te vrijmoediger omdat zij evenzeer het eigendom van de Vader zijn als van de Zoon (v.9b,10a).
SCHUILEN
Deze bewaring is geen doel in zichzelf. Ze houdt niet in het krampachtig handhaven van een eenmaal bevochten positie. Kern van de bewaring is heiliging (v.17). Dat impliceert een leven dat door Gods woorden is gepolijst (v.17) en als gevolg daarvan zo aan God is toegewijd, dat Gods heerlijkheid erin weerspiegeld wordt zoals de maan het zonlicht weerkaatst.
Om te beginnen moeten we daarvoor bij Christus zijn. Hij heeft de Vader op aarde verheerlijkt (v.4a). Dat deed Hij als Zoon voor Zijn Vader, maar ook priesterlijk (plaatsvervangend) voor Zijn kerk (19).
Waar het dan ook op aankomt, is dat we bij Hem schuilen. Bewaring, die uitmondt in heiliging, krijgt gestalte door te schuilen in het Woord. En wie schuilt in het Woord, neemt Christus tot zijn asielcentrum. Zo bewaart God de Zijnen. Die bewaring voltrekt zich aan ons, maar niet geheel zonder ons. Hoe meer we in het Woord, dat is: in Christus wegschuilen, hoe meer Gods bewaring werkelijkheid wordt en de heiliging van ons leven gestalte krijgt.
EENHEID
Het derde deel (Joh.17:20-26), het hogepriesterlijk gebed om eenheid van alle gelovigen, brengt ons wellicht het meest in verlegenheid. Die verlegenheid is echter volstrekt misplaatst, zo blijkt op verschillende manieren. Allereerst omdat glashelder is dat deze eenheid voor de Zoon van het grootste belang is.
Maar liefst tweemaal stelt Jezus de bede om eenheid aan de orde: behalve min of meer terloops in vers 11, nadrukkelijk en parallel in de verzen 21 en 22. De verdubbeling in de verzen 21 en 22, in het Hebreeuwse taaleigen de bekende stijlfiguur van de parallellie, geeft de grote betekenis aan wat is gezegd. Daaraan mogen we dan ook niet voorbijgaan. Wat Jezus op het hart gebonden was, dient ook Zijn gemeente op het hart gebonden te zijn.
Nog een tweede punt bewijst dat onze verlegenheid betreffende eenheid misplaatst is. Het zwaartepunt van deze eenheid ligt niet bij ons, maar in de voorbede van Christus. Dat leidt tot ontspanning. Daarmee is echter niet gezegd dat we ons van de inhoud van deze bede niets hoeven aan te trekken omdat ‘God het moet doen’.
SAMENHANG
Met deze laatste opmerking maken we de overstap naar de samenhang tussen de drie momenten die voor het voetlicht zijn gebracht. Die zijn niet willekeurig gekozen en helemaal niet op de klank af. De drie gekozen thema’s vinden we niet alleen terug als sleutelwoorden van dit gebed; het gaat nog een beslissende stap verder. Ze vormen de drie concentrische cirkels waarbinnen het gebed van de hemelse Hogepriester zich beweegt. De ene kern is onlosmakelijk met de beide andere verbonden.
Want wat blijft er over van het ‘Ere zij God’ in deze wereld als satan de schapen van de Goede Herder uit Gods hand rukt? Zonder Gods bewaring wordt het werk, waarmee Christus op aarde begonnen is (Zijn Vader verheerlijken), Hem bij de handen afgebroken.
Dat zal niet gebeuren, want ‘de Naam van de HEERE is een sterke toren, een rechtvaardige snelt daarheen en wordt in een veilige vesting gezet’ (Spr.18:10). Schuilen in het Woord en zo schuilen in Christus, is schuilen in de Naam van de Heere (en: God ís Zijn Naam).
ONTMOETINGSPLAATS
En hier geldt onverminderd: ‘Ik en de Vader zijn één’ (Joh.10:30). Op prooi beluste wolven dringen de schapen naar de herder én naar elkaar. Dat gebeurt in één beweging. Zo ook dringt de leeuw die rondgaat, speurend naar wie hij kan verslinden, de schapen van de Goede Herder naar hun herder én naar elkaar. In één vloeiende beweging.
De schuilplaats in het ene Woord, dat wortelt in de eenheid van de Vader en de Zoon, wordt tot een ontmoetingsplaats. Daar wordt de ene vluchteling voor de andere een medebroeder of -zuster. Is het omdat we zo weinig zien van de gevaren die ons bedreigen, dat deze door Jezus van de Vader gebeden eenheid zo moeizaam gestalte krijgt?
Ds. P. van der Kraan is hervormd predikant op Urk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's