ZONDAG IN MALAWI
cultuur
Bij een kennismaking met christenen in andere landen ervaren we soms op ontroerende wijze de band van het ene geloof in Christus. Tegelijkertijd verschilt hun eredienst aanmerkelijk van de onze. Hoe gaan we daarmee om?
Of we het beseffen of niet, eredienst en cultuur hebben veel met elkaar te maken. De traditie van de eredienst heeft zich verschillend ontwikkeld in diverse landen. En dan spreken we nog alleen over kerken van het gereformeerde type. Bovendien leven we in een tijd waarin de wereld steeds kleiner lijkt te worden. Mensen maken buitenlandse reizen en kerken in den vreemde. Ze komen via zendingswerkers in contact met andere christenen en culturen. Wij kunnen op onze computer via YouTube erediensten meemaken aan de andere kant van de wereld.
De vraag is nu of en in hoeverre wij in staat zijn onze eigen traditie te relativeren.
DAG VAN GOD
De gemeente komt op zondag samen. Dat is een vast gegeven.
Op het platteland zie je nauwelijks auto’s. De bevolking is er te arm voor. Overal zie je mensen naar de kerk lopen. Hun gezangenboek hebben ze bij zich. Soms ook een Bijbel. De kerk groeit op het hele zuidelijke halfrond, ook in Malawi.
De zondag heet in de landstaal Tsikoe la Moeloengoe. Dat betekent ‘Dag van God’.
Misschien moeten wij hier in het Westen de zondag opnieuw ontdekken als de dag van God. Het lijkt er steeds meer op dat de zondag onze eigen dag is. Kerkgang lijkt steeds meer een optie te worden, ook onder het gereformeerde kerkvolk.
Ik zal niet gauw vergeten dat een groep Malawiërs in Dar-es- Salaam aan boord van ons vliegtuig kwam. Ze waren op de terugweg uit Schotland naar Malawi.
Op uitnodiging waren ze twee weken in Schotland geweest op bezoek bij enkele gemeenten. Ik vroeg naar hun bevindingen. Een vrouw vertelde mij dat ze in Schotland een nieuw gebedspunt van God gekregen had. Ze moest bidden dat de Malawische overheid nooit sport of andere evenementen op Gods dag zou organiseren of toestaan. Er waren maar weinig mensen in de kerk geweest en nauwelijks jongeren, want die waren op het sportveld.
VÓÓR DE DIENST
In Zuid-Malawi, waar wij tien jaar gewoond en gewerkt hebben, lijken erediensten in grote lijnen op de onze. Dat kan ook bijna niet anders, want een Europese kerk (de Church of Scotland) begon 150 jaar geleden met zending in Malawi. Het kerkgebouw is meestal een simpel en sober gebouw van gebakken of gedroogde klei. Soms met een grasdak, soms met golfplaten bedekt, waaronder het heel heet kan zijn. De banken zijn van gepleisterd cement of een plank en hebben geen rugleuning.
Als alle kerkenraadsleden gearriveerd zijn, worden de taken in de eredienst verdeeld. De gemeente is ondertussen al aan het zingen onder leiding van een voorzanger of koordirigent. Een orgel of piano ontbreekt. De dienstdoende ouderling wijst mensen aan voor het consistoriegebed en het gebed na de dienst, de oud- en nieuwtestamentische lezing en de gebeden. De scriba doet de afkondigingen.
Als er een predikant is neemt hij de preek en de zegen voor zijn rekening, anders houdt een ouderling de preek. Na het consistoriegebed gaat de kerkenraad de kerk binnen. De gemeente gaat staan en na een kort stil gebed gebaart de ouderling van dienst dat de gemeente mag gaan zitten. De dienst begint.
VEROOTMOEDIGING
Nadat de dienstdoende ouderling een bijbeltekst heeft gelezen en de gemeente daarmee heeft opgeroepen God te aanbidden, zingt de gemeente een loflied op de grootheid van God. Er is meestal geen wetslezing, maar wel een gebed meteen aan het begin van de dienst.
In dit gebed gaat de ouderling de gemeente voor in de belijdenis van zonden. Van de concrete zonden van de afgelopen week, maar ook van onze zondige natuur. Het is een moment van verootmoediging voor God. Met daarin de eerbiedige erkenning dat wij in onszelf geen bestaan voor God hebben maar volkomen aangewezen zijn op Gods vergevende liefde in Christus.
Hierna staat de gemeente op en zegt samen hardop een psalm( gedeelte) op. Dat is een heel mooi moment in de dienst. De psalmen zijn immers ook gebeden.
KINDEREN
Er zijn doorgaans veel kinderen en jongeren in de dienst. De helft van de Malawische bevolking is vijftien jaar of jonger. Ook zuigelingen gaan mee de kerk in en moeders voeden de kinderen gewoon tijdens de dienst. De ouderling of zondagsschoolleiding roept de kinderen naar voren. Ze hebben hun bijbeltekst geleerd en moeten die opzeggen. Steekproefsgewijs krijgen ze een beurt.
De ouderling of predikant vertelt dan iets eenvoudigs uit de preek die komt of een kort bijbelverhaal. Af en toe stelt hij een vraag en de kinderen mogen antwoord geven. Dit gedeelte wordt afgesloten met een kort gebed en een kinderlied. Vaak bidt één van de kinderen. Ze leren al vroeg in het openbaar antwoorden te geven en te bidden.
SCHRIFTLEZING
De Bijbel gaat open. Dat is een belangrijk moment. Twee ambtsdragers lezen, de één uit het Oude Testament, de ander uit het Nieuwe. De dominee of de ouderling neemt op de preekstoel plaats. Het eerste wat hij doet, is het kanselgebed uitspreken:
‘Laat de woorden van mijn mond en de overdenking van mijn hart welgevallig zijn voor Uw aangezicht, HEERE, mijn Rots en mijn Verlosser’ (Ps.19:15).
Er is dus lang niet altijd een predikant. Niet zelden telt een gemeente ook nog eens tien of meer preekplaatsen in de dorpen rondom. Daar moet ook gepreekt worden, de bediening van doop en avondmaal en de bevestiging van ambtsdragers of lidmaten plaatsvinden. Een predikant kan maar één of twee plaatsen per zondag bedienen.
GEEN LEESPREKEN
Als er geen (gast)predikant is, dan preekt één van de ouderlingen. Hij leest dus geen preek, dat verschijnsel kent de kerk in Malawi niet. Hij heeft thuis zelf zijn preek voorbereid vanuit de Bijbel.
In de marge van de Chichewabijbel staan tal van bruikbare tekstverwijzingen. Als hij het Engels machtig is, heeft hij mogelijk een beknopte bijbelverklaring van bijvoorbeeld Matthew Henry geleend van zijn predikant. Maar al is de preek soms met weinig of gebrekkig gereedschap gemaakt, hij is vaak vrijmoedig gebracht.
Ik heb in de dorpen wel eens een preek gehoord van een ouderling die niet kon lezen en schrijven. Iemand las af en toe een vers uit het tekstgedeelte en de man preekte de sterren van de hemel. Je ziet het voor je gebeuren dat het geloof uit het gehoor is en het gehoor uit het gepredikte Woord.
Wel is de preek doorgaans wat kort en hoor je in de gemeenten de klacht dat ouderlingen vaak hetzelfde zeggen.
VIERSTEMMIG
Na de lezing uit het Oude en Nieuwe Testament zegt de gemeente staande eenstemmig de Apostolische Geloofsbelijdenis. De predikant of ouderling knielt neer en doet het zogenaamde ‘tweede gebed’, dat bestaat uit voorbede voor kerk, land en volk. Terwijl de voorganger naar de kansel gaat, zingt de gemeente een lied dat een gebed is om de zalving van de Heilige Geest. Onmiddellijk na de preek gaat de gemeente staan en antwoordt met een loflied.
De gemeentezang vindt meestal plaats zonder muzikale begeleiding. Alleen in de stad zijn orgels of piano’s. De gemeente zingt a capella onder leiding van een voorzanger of koordirigent. In elke eredienst is minimaal één koor aanwezig. Zij ondersteunen niet alleen de gemeentezang, maar ze zingen ook een paar liederen terwijl de gemeente heel ordelijk naar voren loopt om hun gaven in de rieten mandjes te doen.
Niet alleen het koor maar ook de gemeente zingt van nature vierstemmig. Als de gemeente een chorus zingt slaan enkele drummers met hun hand de maat op een djembe (houten Afrikaanse trom). Als iedereen voor de collecten naar voren geweest is, draagt een ambtsdrager met een gebed de gaven op aan de Heere God, opdat ze in Zijn dienst vruchten mogen dragen. De predikant legt ten slotte de zegen op de gemeente.
ONMISBAAR
Het Woord van God noemt heel duidelijk enkele onmisbare bestanddelen van de eredienst. De kerk van onze Heere Jezus Christus dankt immers haar bestaan en voortbestaan aan de verkondiging van het Evangelie. Dat element van de eredienst kan daarom nergens gemist worden.
Dan is er de bediening van de sacramenten. De heilige doop als ingang in de christelijke kerk. Het heilig avondmaal als onderhouding en versterking van het geloof in Christus. Als een Malawisch christen aan het avondmaal deelneemt, levert hij of zij de lidmaatschapskaart in bij de scriba. Daarop tekent de scriba aan dat men aan het heilig avondmaal heeft deelgenomen. Ook staat daar de betaling van de maandelijkse vrijwillige bijdrage op. Kortom, de bediening van woord en sacrament is fundamenteel voor het gemeente-zijn en cruciaal in de eredienst. Hier mogen en willen we niet op afdingen.
Het antwoord van de christelijke gemeente moet noodzakelijkerwijs volgen op het Woord van God tot ons. De gemeente is immers geen toehoorder, maar deelnemer. Zij geeft antwoord in haar geloofsbelijdenis, dankzegging, gebed, lied en gave. Dit zijn de onmisbare elementen van de gereformeerde eredienst.
PROVINCIALE KLEUR
De manier waarop de gemeente van Christus wereldwijd vormgeeft aan haar erediensten heeft altijd de provinciale kleur van een bepaald land en volk. Als de eredienst in het buitenland verschilt van de onze, hoeft dat geen enkel probleem te zijn. De taal is anders, de gewoonten zijn anders en het wordt ons meteen duidelijk dat de christelijke kerk elders ook in een andere traditie gegroeid is.
Mijn presbyteriaanse broeder uit Ierland vertrouwde mij eens toe dat hij de indruk heeft dat de Nederlandse kerken nogal star zijn als het over variatie in de eredienst gaat. Deze analyse lijkt mij correct. Wij denken al gauw dat volgorde en inhoud van de eredienst in beton gegoten zijn. Maar Schrift en traditie, hoe gereformeerd ook, zijn geen gelijkwaardige grootheden.
Ds. L. Schaafsma is hervormd predikant te Baarn. Hij woonde en werkte van 1999 tot 2009 in Zuid-Malawi. Later dit jaar vertrekt hij opnieuw namens de GZB naar dit Afrikaanse land.
GESPREKSVRAGEN
• De GZB doet via de theologische opleidingen op afstand in Afrika heel veel om de inhoud van de prediking te verbeteren. Op welke theologische vakken zou de GZB vooral moeten inzetten?
• In Malawi bevestigt de Presbyteriaanse Kerk predikanten na een driejarige theologische opleiding, maar zonder een academische graad. Veel laag opgeleide ouderlingen preken. Toch groeit de kerk. Hoe zou dat komen?
• De jongere generatie vindt ouderen vaak weinig flexibel in de vorm van onze erediensten. Welke elementen in onze erediensten zijn voor verandering of verbetering vatbaar? Betekent een wijziging van de vorm ook een wijziging van de inhoud?
• Hoe zou het komen dat conservatief of behoudend zijn bij ons vaak synoniem is voor gereformeerd zijn?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's