De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN GEDURFDE KLACHT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN GEDURFDE KLACHT

HABAKUK 1:12-13 U bent te rein van ogen om het kwade aan te zien, moeite kunt U niet

4 minuten leestijd

Soms doet God dingen die je niet kunt rijmen met wat je van Hem weet uit Zijn Woord. Wat moet je daarmee als aangevochten gelovige? Die kent geen andere weg dan zich te beroepen op God, tegen God.

De verbijstering over het ‘vreemde werk’ van God in de geschiedenis kan een mens sprakeloos maken. We geloven dat God de wereld regeert in gerechtigheid, dat Hij de goddelozen straft en de vromen redt. Maar wat valt er nog te zeggen als het tegendeel alleen maar waar lijkt te zijn? ‘Hoe kan God toelaten…?’ En dan kunnen we allerlei situaties invullen waarbij we deze vraag voelen opkomen in het hart. Bij de grote conflicten van deze wereld en de niet minder grote rampen in ons eigen kleine leven. Het lijkt alles soms zo onbegrijpelijk. En de last wordt oneindig veel erger als de twijfels ons hart binnendringen: Zou God wel rechtvaardig zijn? Gaat het Hem wel ter harte?

TOEVLUCHT

Waar ten diepste geen werkelijke vreze des HEEREN in het hart leeft, wordt het al te gauw een argument om zich in opstand van God af te maken. ‘Als God zo is, dan wil ik niets meer met Hem te maken hebben.’ Toch kunnen Gods kinderen dezelfde gevoelens hebben. Maar wat zijn ze bang voor opstand. Al woelen de donkerste gedachten los uit de bodem van ons hart, we moeten er niet aan toegeven. Dan zouden we niet alleen verbijsterd zijn door wat er om ons heen geschiedt, maar dan zouden we ook de HEERE nog kwijtraken. En is dat niet het allerergste, als er geen Toevlucht meer is in de dag der benauwdheid? Het gebed van de profeet is een ‘aanlopen van de HEERE als een waterstroom’. Wat een prachtige uitdrukking is dat. Alsof de emmer met tranen wordt leeggegoten voor het aangezicht van de HEERE, Die ze volgens Psalm 56 zelfs in Zijn fles verzamelt. Opvallend is hoeveel keer in het tweede deel van hoofdstuk één wordt gezegd: ‘U bent, U hebt, U maakt…’. Bij alles wat we van U, HEERE, niet begrijpen, mogen we toch weten Wie U bent. Zo hebt U Uzelf immers geopenbaard. Uw Naam staat er toch garant voor dat U niet veranderd bent. Als alles om ons heen wankelt, bent U nog steeds de Rots.

CORRIGEREN

Het is heel gedurfd als de profeet de HEERE lijkt te willen corrigeren. U kunt het niet maken, HEERE, dat U het kwade van de Chaldeeën zomaar aanziet. Uw ogen zijn te rein en te heilig. Al is het zo dat wij verdiend hebben dat U deze goddeloze oordeelsmacht op ons gaat loslaten, toch zult U hun ongerechtigheid niet ongestraft laten blijven. Ten diepste weten we dat vanwege Uw heiligheid en gerechtigheid. U zou Uw eigen Naam geweld aandoen, als de vijand die zijn eigen kracht tot god heeft verklaard, altijd maar door zou kunnen gaan. Dat is het vaste geloof op grond van het Woord, op grond van de Naam. Ja werkelijk: een beroep op God, tegen God. U moet dat niet, omdat wij er recht op hebben. Maar U doet dat niet, omdat U rechtvaardig bent in Uw richten, en rein van ogen. U kunt dat vreselijke onrecht nog minder aanzien dan wij.

VERLOSSING

Wat een wonder dat in de woorden ‘Mijn God, mijn Heilige, wij zullen niet sterven’ in vers 12 een machtige toon van verlossing opklinkt uit de klacht. Laten we vooral ook letten op dat persoonlijke ‘mijnen’ van het geloof. Er is alleen iets vreemds aan de hand met deze tekst. Volgens de meeste exegeten moet er oorspronkelijk gestaan hebben ‘U zult niet sterven’. Maar de schriftgeleerden vonden zelfs de suggestie – al is het in een directe ontkenning – dat de HEERE zou kunnen sterven al zo onheilig en ongepast voor God dat ze met een kleine verandering van de werkwoordsvorm het onderwerp ‘U’ in ‘wij’ hebben veranderd. Jawel, het is zeker waar, omdat God niet sterven kan, daarom zal het volk dat op Hem vertrouwt ook niet omkomen. Maar het ‘U zult niet sterven’ kan wel degelijk blijven staan. Waar alles eraan gaat, is de HEERE immers de God Die eeuwig leeft. Dat is het grote wonder.

LEVEN

Deze God heeft een nog veel ‘vreemder’ werk gedaan om Zijn zondige volk niet te doen sterven. Hij heeft Zijn Zoon, Jezus Christus, niet gespaard, maar tot de dood overgeleverd, opdat wij zouden leven door Hem.

Dr. M.A. van den Berg is hervormd predikant te Zoetermeer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

EEN GEDURFDE KLACHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's