De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKINGEN

6 minuten leestijd

M.J. Paul, G. van den Brink, J.C. Bette Bijbelcommentaar Jeremia-Klaagliederen. Studiebijbel Oude Testament deel 10 Uitg. Centrum voor Bijbelonderzoek, Veenendaal; 881 blz.; €65,-.

Voor veel predikanten is het niet realistisch om Jeremia hoofdstuk voor hoofdstuk door te preken. Dus moeten zij een selectie maken en kan de verleiding groot zijn om vooral hoopvolle teksten te kiezen. Dat wordt in een boek als Jeremia overigens niet gemakkelijk. Ook al spreekt Jeremia over hoop, het zijn vaak maar sprankjes. ‘In zijn tijd is er nauwelijks of geen echte bekering en toewending tot God.’ Het grootste deel van zijn boek laat daarom de hopeloosheid van Israël zien en de onvermijdelijkheid van Gods oordeel. Het boek Klaagliederen bewijst dat zijn woorden ware profetie waren. Toch waren er ook in Jeremia’s donkere tijd profeten die niets wilden weten van oordeel en alleen maar de verbondsbeloften benadrukten en ‘geen rekening hielden met de voorwaarden van het verbond’. ‘Zij verzuimden de zonde aan de kaak te stellen en op te roepen tot bekering, zodat het onheil afgewend zou worden.’ Dat gevaar is ook vandaag niet afwezig. Daarom is het goed dat er boeken zijn zoals de Studiebijbel. Deze maakt geen selectie, maar biedt een verklaring van de hele tekst. Het boek is in tweeën gedeeld. Na een aantal grondige inleidende artikelen staat er steeds op de linkerpagina’s een interlineaire vertaling van de Hebreeuwse tekst en ernaast een kolom met vijf Nederlandse bijbelvertalingen. Deze kolom is heel waardevol. Dat maakt je als lezer direct bewust van exegetische keuzen. Het is zo gemakkelijk om je te laten leiden door één vertaling. De Statenvertaling is als geheel afgedrukt. Van de andere vertalingen staan er alleen de belangrijkste verschillen. Dat scheelt ruimte, maar is soms wel een puzzel. De interlineaire vertaling is wat mij betreft een gouden greep. Wel vind ik het jammer dat het niet altijd snel duidelijk is hoe je van de woorden een lopende zin kunt maken. Dat zouden de schrijvers heel gemakkelijk kunnen realiseren met nummers. Daarnaast had ik liever een uitleg gezien van de vormen van de Hebreeuwse woorden dan de Strongnummering. Op de rechterpagina’s staat de vers-voorversverklaring. Deze uitleg is geen eindeloze discussie met andere commentaren en vertalingen. Dit commentaar gaat zeker het gesprek aan, maar gebruikt daar voetnoten voor, die tevens de discussies duidelijk afbakenen. De lopende tekst besteedt niet te veel aandacht aan de uitleg van grammaticale constructies, maar helpt wel de lezer om zo grondig mogelijk de tekst te begrijpen. Op deze manier is er een tekst ontstaan die zeer goed leesbaar is, maar waarbij je als lezer niet het gevoel krijgt dat het geen wetenschappelijk werk is. Dat het een grondig commentaar is, bleek voor mij toen ik onlangs de vertaling van het boek Jeremia in een Afrikaanse taal controleerde. Vaak als mijn vertaalhandboek niet voldoende inzicht bood, kwam dit boek me te hulp. Naast een uitleg van de tekst zoekt het commentaar de verbinding met onze situatie en tijd. Aan het einde van elk besproken tekstgedeelte staat in het kort wat de boodschap ervan is en trekken de schrijvers lijnen naar het Nieuwe Testament. Achterin het boek staan uitgebreide excursen over ware en valse profetie, het nieuwe verbond, rouwgebruiken en Egypte. Het excurs over het nieuwe verbond spreekt niet massief over hét verbond, maar laat de variatie van de verbonden in het Oude Testament duidelijk tot zijn recht komen. Ook geven de schrijvers Israël een eigen plek binnen het nieuwe verbond (‘het betreft in eerste instantie Joodse discipelen’), zonder dat ze het uitspelen tegen de kerk. ‘Er zijn nog geopolitieke aspecten van het verbond voor Israël die uitstaan totdat het messiaanse rijk in volmaaktheid aanbreekt.’ Wel verbaasde ik mij er over dat er geen excurs is over Gods toorn. De lopende tekst spreekt er wel regelmatig over. Er werd dan terecht de lijn doorgetrokken naar het belang van de oproep tot bekering en naar Jezus, Die de toorn van God gedragen heeft. Maar het boek beantwoordt niet goed de vraag wat teksten over Gods toorn n ú nog te zeggen hebben. Hoeven christenen niet meer te vrezen voor Gods toorn? Gelden zulke teksten dus eigenlijk alleen voor mensen die (nog) niet geloven? Maar Jeremia spreekt toch Gods volk aan? En waarom zegt Petrus eeuwen later dat Gods oordeel begint bij het huis van God? En het oordeel over Jeruzalem is toch de aanleiding geweest tot het schrijven van de Klaagliederen? Een heel specifieke nood. Hoe zit dat precies? Daar lees ik niet veel over. Ook bij de andere delen van de serie zag ik geen excurs over dit thema. Hopelijk komt dat nog in één van de volgende delen. Een spannende vraag is natuurlijk wat eventuele redenen voor Gods toorn nu zouden zijn. Wat zou Jeremia daarover zeggen als hij nu zou leven? Eén van de meest aansprekende dingen voor mij is dat deze serie niet het werk is van een eenling, maar van een team. Als lezer weet je dan dat de schrijvers extreme ideeën uitgefilterd hebben. Het boek is de uitkomst van een diepgaand gesprek. Het lijkt mij een voorrecht om lid van dit team te zijn. Ik hoop dat dit een voorbeeld is hoe anderen commentaren zullen schrijven. Voor veel schrijvers van een commentaar is het vaak een stil en eenzaam avontuur. Ik hoop ook dat de redactie aan het einde van het project een nieuw gesprek zal aangaan: over culturele grenzen heen. Om zo samen ‘met alle heiligen’ wereldwijd te ontdekken welke rijkdommen er nog meer in de Bijbel liggen. Dan zou ook de vraag over Gods toorn een plek kunnen krijgen. Waar wij westerlingen vaak te voorzichtig zijn, kunnen broeders en zusters uit bijvoorbeeld Afrika ons helpen die lijnen onbevangener door te trekken.

P. RIETVELD, BARNEVELD


Jeroen Galtai Het Grote Gouden Eeuw Boek. Uitg. WBOOKS, Zwolle; 384 blz.; € 49,95.

Nadat eerder verschenen zijn Het Grote 40- 45 Boek , Het Grote Jaren 50 Boek en Het Grote Boerderijen Boek , verscheen nu een uitgave over de Hollandse schilderkunst in de gouden eeuw, geschreven door de hoofdconservator oude schilders en beeldhouwkunst van Museum Boymans Van Beuningen. De Gouden Eeuw draagt die naam vanwege de indrukwekkende cultuur die toen tot bloei kwam, waaronder de schilderkunst. Schilderstukken uit die tijd behoren tot ‘de pronkstukken van musea waar dan ook ter wereld’. Landschappen, stillevens, taferelen uit het dagelijkse leven, zeegezichten en kerkinterieurs werden op het doek vastgelegd. Rembrandt, Vermeer en Frans Hals zijn de meest bekende schilders maar ook vele anderen maakten naam. De historicus Johan Huizinga kon met de bestempeling ‘Gouden eeuw’ niet goed overweg: ‘Als ons bloeitijdperk een naam moet hebben, laat het dan zijn naar hout en staal, pek en teer, verf en inkt, durf en vroomheid, geest en fantasie. Gouden eeuw zou beter passen bij de achttiende eeuw, toen het goud gemunt in geldkisten lag.’ Maar wie dit boek doorneemt zal dankbaar zijn dat deze kunst ons uit die eeuw is overgeleverd. De lezer kan gouden uurtjes doorbrengen met dit fraaie boek. Een juweel!

J. VAN DER GRAAF, HUIZEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's