EVANGELICAAL ETHICUS
Wat moeten wij doen? Hoe behoren wij te handelen? Dit soort vragen houdt ons dagelijks bezig. Niet zo alledaags is: Hoe moeten wij denken over hoe wij moeten handelen? Deze vraag en het antwoord daarop in het licht van het Evangelie is de inzet van het werk van Oliver ODonovan.
V aak zit het ’m in de kleine toevalligheden. Als student viel mijn oog op een velletje papier waarin een lezing van ene prof. Oliver O’Donovan werd aanbevolen. Het was prof.dr. H.W. de Knijff, kerkelijk hoogleraar, die deze hoogleraar christelijke ethiek uit Oxford onder de aandacht bracht vanwege diens interessante positie. Christelijke ethiek is niet vooral een zaak van de geboden, zoals protestanten vaak stellen. Ook niet slechts een zaak van het natuurrecht, zoals in rooms-katholieke kring wordt benadrukt. Nee, het is gecentreerd rond de menswording van de Zoon van God. Mijn interesse was meteen gewekt. Ik was destijds niet in de gelegenheid zijn lezing bij te wonen, maar toen ik later voor studie in Oxford verbleef, had ik het voorrecht hem te leren kennen. Het was een kennismaking die op mij een blijvende indruk heeft gemaakt en me bracht tot een niet aflatende bestudering van het werk van de man die algemeen geldt als één van vooraanstaande christelijke ethici van deze tijd.
AUGUSTINUS
Geboren in 1945 in Londen, studeert Oliver Michael Timothy O’Donovan eind jaren ’60 klassieke talen en theologie in Oxford. Als O’Donovan een periode in het Amerikaanse Princeton doorbrengt, komt hij in contact met die andere grote in de christelijke ethiek: Paul Ramsey, een calvinist met oog voor de waarde van de rooms-katholieke bronnen voor ethiek en moraal. Mede onder zijn begeleiding promoveert hij op de studie Het probleem van de zelfliefde bij Augustinus . Een nauwgezette en nog altijd gezaghebbende studie, waarin zijn voorliefde voor deze kerkvader naar voren komt én waarin zijn eerste stappen op het terrein van de christelijke ethiek zichtbaar beginnen te worden. Zijn docentschap aan twee Anglicaanse seminaries van evangelicale snit, waar predikanten worden opgeleid, in Oxford en Toronto, werpt licht op O’Donovans plaats in de kerk: hij is Anglicaan, gewijd priester en evangelical. De Anglicaanse Kerk is, anders dan sommigen denken, een protestantse kerk, zij het dat de breuk met het rooms-katholicisme minder radicaal is dan in bijvoorbeeld in onze kerken. Zeker de hoogkerkelijke stroming, de zogenaamde High Church , voelt nog altijd sterke verwantschap met Rome. Voor een goed begrip: evangelical is veel meer omvattend dan wat wij onder ‘evangelisch’ verstaan. Om het met O’Donovans eigen woorden te typeren: de Bijbel geldt als norm voor alle theologie, een centrale nadruk op het verzoenend werk van Christus en de overtuiging dat Gods werkelijkheid innerlijk en uiterlijk van betekenis is. Dat betekent allerminst kerkelijke enghartigheid. O’Donovan staat midden in de Anglicaanse Kerk en voelt zich daarin verwant aan zijn vriend Tom Wright. Daarnaast heeft hij oog voor de oecumene.
OXFORD EN EDINBURGH
Als één van de eerste evangelicalen wordt hij benoemd op de toppositie van die van hoogleraar christelijke ethiek in Oxford, waarin hij tegelijk als canon aan de kathedraal van Christ Church verbonden is en daar regelmatig preekt. Deze positie bekleedt hij van 1982 tot 2006, waarna hij de voor velen verrassende overstap maakt naar het Schotse Edinburgh, waar hij afgelopen zomer met emeritaat ging.
EVANGELISCHE ETHIEK
Het meest kenmerkend voor O’Donovans ethiek is het evangelisch karakter van de ethiek. Een these die hij uitwerkte in zijn eerste grote boek: Opstanding en morele orde. De contouren voor een evangelische ethiek . De opening daarvan is programmatisch: ‘De fundamenten van de christelijke ethiek moeten evangelische fundamenten zijn; of, om het eenvoudiger te stellen, christelijke ethiek moet opkomen uit het evangelie van Jezus Christus. Anders zou ze geen christelijke ethiek kunnen zijn.’ In dit fragment neemt hij afstand van al dat denken waarin de ethiek niet of slechts gedeeltelijk onderdeel van het evangelie is. In een evangelische ethiek behoren ethiek en moraal onverkort tot de blijde boodschap van Jezus Christus. De vraag hoe wij moeten wij denken over hoe wij behoren te handelen, kan alleen worden beantwoord in het licht van het Evangelie.
OPSTANDING
De opstanding van Jezus Christus uit de doden is voor O’Donovan het beslissend gebeuren voor de christelijke ethiek. Niet dat hij daarmee tekort wil doen aan de andere heilsfeiten – integendeel, zij moeten juist in het licht van elkaar worden verstaan. De centrale betekenis van de opstanding is dat God daarin Zijn schepping bevestigt. Hij geeft haar niet prijs aan de zonde en het verval, maar brengt het geschapene levenwekkend tot vernieuwing. Het is de levendmakende geest van deze tweede Adam dat wij tot vernieuwd handelen in staat worden gesteld. Met opzet spreekt O’Donovan over de tweede Adam, want in het licht van de schepping krijgt zijn handelen zin en betekenis. ‘Wanneer ons wordt gevraagd wat is gegeven en verloren en moet worden herwonnen, dan is het antwoord niet slechts de ‘mensheid’, maar de mensheid in zijn context als heerser over de geschapen orde die God heeft gemaakt.’ Daarmee keert hij zich tegen het moderne denken waarin de mens zelf betekenis moet ‘scheppen’, waarin moraal uiteindelijk wordt teruggevoerd op waar mensen voor kiezen – iets wat hij ook onder christenen ziet doorwerken wanneer zij alles afhankelijk maken van hun geloofs keuze. Dit verzet tegen het zogenaamde voluntarisme (waarin alles afhankelijk wordt gemaakt van ons menselijk willen) loopt als een rode draad door zijn werk. De schepping is juist een objectief gegeven: de orde van de wereld die iedereen aangaat, gelovig of ongelovig.
GESCHIEDENIS
In onlosmakelijke samenhang met de schepping als morele orde krijgt de geschiedenis haar betekenis. Ook hierin zien wij zijn verzet tegen de opvatting als zouden wij zelf zin moeten geven aan onze geschiedenis. Nee, die ontleent zij aan de schepping; met dien verstande dat het doel van de schepping is gelegen in de vervulling in het Koninkrijk van God (het eschaton). Gods Koninkrijk staat voor meer dan alleen restauratie; het is uiteindelijk transformatie. Dat geeft haar dynamiek en betekenis.
MENSWORDING
Nu laat juist de geschiedenis zien dat de mens zich in zondige rebellie heeft afgekeerd van God, zijn Schepper, en van Zijn scheppingsorde; en hoe het menselijk inzicht is verduisterd. Daarom kent O’Donovan een centrale plaats toe aan de menswording van Christus (incarnatie). De christelijke ethiek moet daarin gefundeerd zijn. In de menswording heeft God Zelf Zijn wil en gezag een aardse gestalte gegeven. Daarin heeft Hij de betekenis (verlichting van onze ogen) en de toegang (oordeel en verlossing) ontsloten tot schepping en geschiedenis.
POLITIEKE ETHIEK
Na de publicatie van zijn eerste grote boek, heeft O’Donovan zich uitvoerig beziggehouden met de politieke ethiek. Hoe moeten wij in het licht van Christus’ verlossend handelen denken over Gods gezag en de gestalte die dat in deze wereld aanneemt en heeft aan te nemen? In de twee boeken die hij daaraan wijdde, wijst hij allereerst op het politieke karakter van de kerk. Het is niet slechts een gemeenschap van gelovigen, maar een gemeenschap die zich verstaat in het licht van de regering van Jezus Christus, de Koning der koningen. Het is in het licht daarvan dat de overheid wordt uitgenodigd haar eigen gezag te gaan leren verstaan. Zo schrijft hij op een afgewogen wijze met waardering over het christendom – het tijdperk in onze geschiedenis waarin de overheid zich wilde laten gezeggen door het gezag van Christus. Maar ‘het is niet zo, zoals zo vaak wordt gesuggereerd, dat de christelijke politieke orde een project van de kerkelijke zending is geweest (...) Het enige project van de kerk is het getuigenis van het Koninkrijk van God. Christendom is een antwoord op deze missie.’ Hier zien wij een belangrijk verschil met de Amerikaanse theoloog en ethicus Stanley Hauerwas, met wie hij overigens goed bevriend is.
In zijn dit jaar verschenen boek Zelf, wereld en tijd, het eerste deel in een voorgenomen trilogie, keert hij terug naar de thematiek van zijn eerste grote boek: de fundamenten van de christelijk ethiek – maar dan vooral vanuit het perspectief van het menselijk subject. Wat betekent het dat wij moreel handelende wezens zijn? Het boek is op een knappe wijze gestructureerd rond de deugden van geloof, hoop en liefde.
SCHRIJFSTIJL
Wie echt wil afdalen in diepte van het denken van O’Donovan zal de meester zelf moeten lezen. De begripsmatige inzichten en verbanden, het verrassende gebruik van de Bijbel, de brede kennis van de kerkelijke traditie, het scherpzinnig commentaar op ‘vriend en vijand’, maken dat je elke keer weer onder de indruk komt van deze geleerde én vrome christen. Daarbij teken ik onmiddellijk aan dat mede door zijn compacte schrijfstijl zijn werk geen gemakkelijke kost vormt. Je zult bij hem niet snel een paar gemakkelijke antwoorden vinden op allerlei concrete morele problemen. Niet dat hij zich daarmee niet heeft beziggehouden – zoals bijvoorbeeld over echtscheiding en hertrouwen, de doodstraf en homoseksualiteit. Aan dat laatste onderwerp wijdde hij Een gesprek dat nog gevoerd moet worden. De kerken en de homocontroverse . Hierin weet hij op scherpzinnige wijze de verschillende standpunten in dit debat te doorlichten. Mede door het theoretisch karakter van zijn werk geniet hij niet de populariteit als die van Tim Keller, Tom Wright of Stanley Hauerwas. Zijn denken laat zich dan ook niet gemakkelijk in een paar pakkende punten samenvatten. Is het daardoor dat hij niet altijd goed wordt verstaan? Sommigen zien in hem uiteindelijk een vertegenwoordiger van het natuurrechtsdenken (zoals Hauerwas en Douma). Anderen vinden hem een conservatief denker, die pleit voor een terugkeer naar het christendom (zo Nullens). Beide visies zijn niet terecht.
GEZAGHEBBEND O’Donovans bijdrage ligt in het doordenken van de fundamenten van de christelijke ethiek: hoe moeten wij denken over hoe wij moeten handelen? Wat mij daarin aanspreekt, is dat ethiek wordt gedacht vanuit het geheel van de theologie. Dat bewaart voor een versmalde en daardoor eenzijdige benadering – die de praktijk van kerk en geloof nog wel eens laat zien. Hoewel er geen sprake is van schoolvorming rond O’Donovan (zoals bijvoorbeeld bij Hauerwas), geldt hij als een veelgelezen en gezaghebbend man, ook buiten de christelijke kring. In een gefragmentariseerde samenleving, waarin het zo langzamerhand ontbreekt aan enig levensbeschouwelijk kader en mensen gedesoriënteerd hun weg door het leven moeten gaan, heeft juist de kerk de roeping een lichtbaken te zijn.
Ds. B.A. Belder is hervormd predikant te Brakel.
WIE IS O’DONOVAN?
Oliver O’Donovan (69) was tot zijn emeritaat in 2013 hoogleraar christelijke ethiek en praktische theologie in Edinburgh. Van 1982 tot 2006 was hij werkzaam aan Oxford University. Daarvoor doceerde hij aan Wyclife College in Toronto en Wycliffe Hall in Oxford. In zijn Canadese jaren trouwde hij met Joan Lockwood O’Donovan, ook theoloog met een aantal verdienstelijke publicaties op haar naam op het terrein van de geschiedenis van de christelijke politiek.
PUBLICATIES
Self, World and Time. Ethics as Theology (2013)
The Word in Small Boats. Sermons from Oxford (2010)
A Conversation Waiting to Begin. The Churches and the Gay Controversy (2009)
Church In Crisis: The Gay Controversy And The Anglican Communion (2008)
The Ways of Judgment (2005)
The Just War Revisited (2003)
Common Objects of Love (2002)
The Desire of the Nations (1996)
Resurrection and Moral Order (1994)
Peace and Certainty (1989)
Begotten or Made? (1984) Principles in the Public Realm (1984)
Transsexualism and the Christian Marriage (1982)
Marriage and Permanence (1978)
In Pursuit of a Christian View of War (1977)
Measure for Measure. Justice in Punishment and the Sentence of Death (1977)
The Christian and the Unborn Child (1975)
O’Donovans werk kent geen Nederlandse vertalingen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's