De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GESTEMPELD DOOR LEXMOND

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GESTEMPELD DOOR LEXMOND

Eigentijdse theologen [5, A. van de Beek]

11 minuten leestijd

Als theoloog roept prof.dr. A. van de Beek vaak heftige reacties op. In de rechterflank van de gereformeerde gezindte geniet hij een groot gezag, terwijl sommige van zijn standpunten op gespannen voet lijken te staan met de gereformeerde theologie. Wat drijft deze spraakmakende theoloog?

Het eerste artikel dat Van de Beek in 1974 in De Waarheidsvriend schrijft, stamt uit de periode dat hij nog predikant is in zijn eerste gemeente Lexmond. Daarin pleit hij ervoor om God de Heere te noemen en geen Heer, omdat daarin de verlichte gedachte van het vage Opperwezen doorklinkt.
Als een lezer tegenwerpt dat de Psalmen ook over Heer’ en Opperwezen zingen, legt Van de Beek uit: ‘Het gaat hier om een visie op God als het eeuwig, ondoorgrondelijk, ontoegankelijk Wezen. […] Alles wordt door Hem bepaald. Hij is de machinist van het Heelal.’
Tegenover die machinist stelt Van de Beek in heel zijn theologie de enige en ene God, de God van het kruis, Jezus. Een andere God kennen we niet. Die lijn begint al in zijn dissertatie over Filippenzen 2. De Gekruisigde heeft een naam boven alle naam. Dat kan geen andere naam zijn dan de naam die in het Oude Testament met hoofdletters geschreven wordt. In de vroegste teksten van het Nieuwe Testament – Paulus citeert een oude hymne – wordt Jezus gelijkgesteld met de HEERE.

HARDE SCHOOL
Het pastoraat uit de periode in Lexmond, waar hij op 23-jarige leeftijd predikant werd, heeft Van de Beek blijvend gevormd. Hij werd meteen heftig geconfronteerd met het lijden. ‘Het was een harde school voor me. In zowel theologisch als pastoraal opzicht was Lexmond te zwaar voor me. In vier jaar tijd heb ik maar liefst twintig dodelijke ongelukken meegemaakt. De vreselijkste dingen gebeurden er. Bijvoorbeeld een wiel dat losraakte van een auto en een kind verpletterde.’

SPIRITUALITEIT
Vraag en antwoord 1 van de Heidelberger typeren Van de Beeks spiritualiteit: Ik ben niet van mijzelf, maar het eigendom van Jezus Christus. Dat alleen bepaalt de identiteit van een christen. Dat accent maakt Van de Beek theologisch zo herkenbaar voor de gereformeerde gezindte. Dat wordt versterkt door zijn grote kennis van en liefde voor de Bijbel.
De colleges bijbelse theologie zijn voor zijn studenten onvergetelijk. In de dogmatische serie Spreken over God komen vele inkijkjes in de grotere verbanden van de Heilige Schrift terug. Van de Beek wil voor alles en in alles een bijbels theoloog zijn.

EIGEN KEUZES
Dat geeft hem ook de moed om van platgetreden en voorspelbare paden af te wijken en eigen keuzes te maken. Neem zijn ontkoppeling van de doop en het verbond. Van de Beek erkent dat de verbondsleer als grond voor de kinderdoop een tegenwicht biedt tegen het subjectivisme. De verwerping van de kinderdoop illustreert dat de genade uiteindelijk afhankelijk is geworden van onze keuze of onze wedergeboorte. Het verbond onderstreept echter dat de zekerheid in de beloften ligt en niet in ons.
Toch is Van de Beek kritisch, juist omdat hij bijbels-theologische bezwaren ziet. ‘De belangrijkste vraag bij de verbinding van doop en verbond is dat deze nergens in de Bijbel wordt gelegd. (…) De doop in de naam van Jezus is in het Nieuwe Testament nauw verbonden met het behoren tot de kerk.’ Het verbond als grond is eigenlijk niet objectief genoeg. De doop zelf is de inlijving in de kerk als lichaam van Christus.
De grootste bedreiging voor de kerk is juist de subjectivering waar de evangelische richting op drijft. Die bedreiging ziet hij ook in de reformatorische kring waar de bevinding de grond van de zaligheid kan worden. Maar in evangelisch-charismatische kring is dat nog sterker, omdat daar de uitbundige expressie het kenmerk van het ware christendom is. ‘Met het subjectivisme verliezen we niet alleen de eenheid, we verliezen er ook de vaste grond mee, want de kern van het christelijk geloof is immers dat we onze zaligheid buiten onszelf in Christus hebben.’

KERKELIJKE EENHEID
In aanloop naar de Nationale Synode pleitte Van de Beek ervoor dat alle kerkelijke gemeenschappen die de belijdenis van Christus als Heere hebben, de Schrift aanvaarden, een ambtelijke traditie kennen en de sacramenten in ere houden, zich verenigen. Dat typeert niet alleen zijn passie voor de kerkelijke eenheid, maar laat meteen ook zien dat de belijdenis van de ene Naam van Christus alleen kan functioneren in de ene kerk van Christus die door ambt, Woord en sacrament bijeengehouden wordt.
Er is wel sprake van een ontwikkeling in zijn denken over die kerkelijke eenheid. Twintig jaar geleden schreef hij nog dat kerkelijke eenheid voor hem geen geloofsartikel was. ‘De organisatorische eenheid van de kerk is minder belangrijk dan de vraag of de koster de verwarming wel op tijd heeft aangezet.’
In de loop van de tijd verandert die houding, met name door de ontdekking van de Vroege Kerk. In de oorspronkelijke tekst van de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel staat: ‘Ik geloof (…) in één, heilige, katholieke en apostolische kerk.’ Wij geloven in één kerk, omdat we geloven in één God, de eenheid van God is de eenheid van de kerk.
Juist omdat het om de eenheid van God gaat, is Van de Beek ook erg scherp. Het verbreken van de kerkelijke eenheid is zonde tegen de Heilige Geest. Kerkscheuring is de zich repeterende zonde van Jerobeam, die Israël zondigen deed. Protestantse kerken moeten de eenheid herstellen met elkaar en met de ene katholieke kerk, zelfs als zij daarvoor het gezag van de bisschop van Rome moeten erkennen.

CHRISTOLOGIE
Volgens Van de Beek is het grondprobleem van de hedendaagse theologie het splitsen en uit elkaar halen van de dingen. Dat maakte hem ook zo furieus in zijn reactie op het synoderapport over de christologie Jezus Christus, onze Heer en Verlosser (2000). Het rapport was bedoeld als tegenstem tegen de vrijzinnige publicaties die de godheid van Christus ontkennen of relativeren en zijn mensheid benadrukken.
En passant stelt het rapport echter ook dat Jezus niet met God vereenzelvigd mag worden. Dat was bedoeld als correctie van de positie die Van de Beek inneemt in zijn christologie Jezus Kurios. Daar verwijst hij instemmend naar Zephyrinus, bisschop van Rome aan het begin van de derde eeuw: ‘Ik ken één God, Christus Jezus en buiten Hem geen ander die geboren is en geleden heeft.’ Dat was reden genoeg voor Van de Beek om te concluderen dat de inhoud van het rapport in tegenspraak was met de belijdenissen van de kerk.
Volgens Van de Beek is de enige God over wie wij kunnen spreken de Gekruisigde. Paulus heeft niets anders geweten dan Jezus Christus en Dien gekruisigd. ‘Als God de gekruisigde opwekt en de gekruisigde de Here is, de Naam boven alle naam draagt, dan kan het niet zo zijn dat er ook nog op een andere manier over God kan worden gesproken. De Here is één.’

SCHEPPING
Het is echter juist ook dit oerreformatorische accent dat spanning oproept met betrekking tot de gereformeerde theologie. Dat komt met name doordat Van de Beek het klassieke onderscheid tussen de schepping in de staat der rechtheid en de wereld van na de zondeval loslaat. Er is maar één wereld en dat is de verloren wereld. Het kwaad is er niet bij gekomen, maar van meet af aan bij de schepping inbegrepen. Van de Beek verwerpt de gedachte dat de zonde slechts bijkomstig zou zijn, omdat die opvatting leidt tot een oppervlakkig optimisme over de kansen van de wedergeboren mens, die wel wat vlekjes vertoont, maar in wezen puur en gaaf is. Dat is waar Van de Beek vuurbang voor is. ‘Als de mens maar weer van de zonde bevrijd zou zijn, kan in feite de oude Adam (schoongewassen) weer verder gaan. Wat mij ter harte gaat, is dat de mens zondaar is en niet alleen zonde heeft.’

EVOLUTIE
Hoewel Van de Beek ook natuurwetenschapper is – hij is in de biologie gepromoveerd – toch is zijn moeite met de historische zondeval geen concessie aan de evolutietheorie. In zijn boek Schepping schrijft hij dat er ook theologisch alle reden is om de mens als product van de evolutie te zien. Het Woord is vlees geworden. Die evolutie hoort bij het echte mens-zijn van Christus. We moeten niet alleen zeggen ‘dat Jezus Christus God uit God en Licht uit Licht is, maar ook dat Hij van de apen afstamt’.

ZONDEVAL
De gedachte van de historische zondeval kan volgens hem misbruikt worden om aan te geven dat de mens eigenlijk in de kern wel goed en gaaf is. Hetzelfde bezwaar heeft hij tegen een te grote nadruk op de opstanding van Christus, waardoor het kruislijden niet echt serieus genomen wordt. ‘Men wil liefst het kruis als een incident zien dat door de opstanding achter ons gelaten kan worden.’
Het is Van de Beek te gemakkelijk om God en het kwaad door een historische zondeval te scheiden. Maar het onderscheid tussen de goede schepping en de verloren wereld van na de zondeval heeft de gereformeerde theologie altijd gehandhaafd. Anders komen God en het kwaad te dicht bij elkaar. Je moet over de verlossing heilshistorisch denken. Gods heilsplan gaat van de goede schepping, via de diepe zondeval, en de heerlijke verlossing, uiteindelijk naar de voleinding, de herschepping, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Van de Beek benadrukt de eenheid van God zo sterk dat de heilshistorie als geschiedenis wegvalt. Alles – ook de schepping en de herschepping – concentreert concentreert zich in Christus de Gekruisigde. Theologisch is Van de Beek op dit punt verwant aan Oepke Noordmans, die de schepping ‘een plek licht rondom het Kruis’ noemt.

VERANTWOORDELIJKHEID
Het relativeren van het onderscheid tussen de goede schepping en de zondige wereld betekent voor Van de Beek ‘dat God geen schone handen heeft’. Die formulering is natuurlijk provocerend bedoeld, maar we moeten dit punt misschien niet te veel op de spits drijven.
Ook de gereformeerde theologie heeft altijd het verwijt opgeroepen dat God auteur van de zonde wordt. Als God immers in Zijn soevereiniteit boven alles staat en zelfs de keuze van demonen en mensen om te zondigen niet plaatsvinden buiten zijn wil, dan roept dat verzet op van de mens die God de schuld wil geven van de zonde. De gereformeerde theologie houdt dan wel halt bij de vrijmacht van God en antwoordt met Paulus: ‘Maar, o mens, wie bent u toch dat u God tegenspreekt?’ Van de Beek lijkt soms een stapje verder te gaan door te stellen dat God in Christus niet alleen de schuld van de mens overneemt, maar dat Hij ook de verantwoordelijkheid voor de zonde op zich neemt. Dat komt tot uiting in de titel van zijn boekje over Job: Rechtvaardiger dan God. Met al zijn vragen en verzet heeft Job toch ‘recht’ gesproken over God. God geeft alles dubbel terug en erkent daarmee schuld aan het onrechtvaardige lijden van Job.

VEREENZELVIGD
Dat God geen schone handen heeft, betekent bij Van de Beek niet dat God als Schepper niet heilig, rein en puur zou zijn, maar dat Hij als Schepper- Verlosser zich zo met zijn verloren wereld inlaat en in Christus vereenzelvigt, dat Zijn handen er vuil van worden. In wezen is Van de Beeks hele theologie te lezen als een antwoord op de titel van het boek dat hij schreef vanuit de pastorale ervaringen in Lexmond: Waarom? Over lijden, schuld en God. Het antwoord vindt hij in die God die in de Gekruisigde Kurios, de schuld en de pijn van de schepping op Zich neemt en wegdraagt.


WIE IS A. VAN DE BEEK?
Abraham van de Beek wordt in 1946 geboren. Hij groeit op in Lunteren in een gezin met zeven kinderen en studeert theologie aan de universiteit in Utrecht. Op 23-jarige leeftijd wordt hij predikant in Lexmond (1970-1974). Daarna is hij verbonden aan de hervormde gemeenten van Vriezenveen (1974- 1979) en Raamsdonk (1979-1981). Aansluitend volgt een benoeming tot hoogleraar dogmatiek in Leiden. De laatste jaren, sinds 2000, was hij hoogleraar symboliek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Daar nam hij in 2010 afscheid. Ook is hij bijzonder hoogleraar theologie aan de universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika en lid van de raad van advies van de nationale synode.
Van de Beek is tweemaal gepromoveerd. De eerste keer in de biologie op een studie naar bramen (1974). Zes jaar later op een studie naar het menszijn van Christus.
Hij ontving een eredoctoraat van de theologische faculteit in Cluj (Roemenië) en van de Gáspár Károly Universiteit in Boedapest (Hongarije). Van de Beek is getrouwd en vader van drie kinderen.


PUBLICATIES
Waarom? Over lijden, schuld en God
Wonderen en wonderverhalen
Rechtvaardiger dan God
Schepping. De wereld als voorspel voor de eeuwigheid Jezus Kurios
De kring om de Messias. Israel als volk van de lijdende Heer
Hier beneden is het niet. Christelijke toekomstverwachting
Eén mens maakt het verschil
God doet recht.
Eschatologie als christologie Is God terug?
Lichaam en Geest van Christus. De theologie van de kerk en de Heilige Geest


Dr. H. van den Belt uit Woudenberg is bijzonder hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond aan de Rijksuniversiteit Groningen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GESTEMPELD DOOR LEXMOND

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's