De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verhoring, in het midden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verhoring, in het midden

Denk in Uw toorn aan ontferming. Habakuk 3: 2b

4 minuten leestijd

De verwachting van het geloof krijgt een bijzondere verwoording in een gebed, dat het geheim van Gods eigen werk open legt. Zó is God kennelijk, dat Hij midden in Zijn toorn, die ontbranden moet, aan Zijn ontferming denkt.

Het is een onpeilbaar diep en wonderlijk gebed: dat de HEERE aan Zijn ontferming wil denken, niet in plaats van Zijn toorn maar daar middenin. Hoe komt een mens ertoe om dat te vragen? Een dergelijk verlangen kan alleen maar vrucht zijn van Gods werk in het hart. Wie werkelijk Gods ‘tijding’ gehoord heeft met de diepe en heilige huiver van de vreze des HEEREN, die durft zo vragen. In Zijn ‘vreemde werk’ van oordeel openbaart Hij ook Zijn hart. Zijn meest eigen werk van ontferming mag de grond worden van de hoop op barmhartigheid. ‘Denk aan mij toch in genâ, om Uw goedheid eer te geven.’

UW WERK
Wat is dan Gods eigen werk? Het is het werk van Zijn handen dat Hij niet los zal laten, ook niet als Zijn oordelen over de aarde gaan.
Is het vreemd dat men er in de Oude Kerk een bijzondere profetie van het kruis van Christus Jezus in meende te vinden? Daar ligt ten diepste de grond en de verklaring van dit gebed.
Zo mogen we het aan het begin van de weken die ons weer naar Goede Vrijdag en Pasen willen leiden in de overdenking van ons hart laten doorklinken. Hoe kunnen wij om ontferming vragen in het midden van Gods oordelen? Omdat er Eén onder Gods toorn – die wij door de zonde over ons heen geroepen hebben – is vergaan. In de liturgie van het heilig avondmaal klinken de aangrijpende woorden vooral in de lijdenstijd zo hoog en diep, dat Hij in de ‘allerdiepste smaad en angst der hel’ van God verlaten is geweest – dat is de uiterste toorn van God – ‘opdat wij door God aangenomen en nooit meer door Hem verlaten zouden worden’. Zo gedenkt God in de toorn over Zijn Zoon aan Zijn ontferming, die Hij ons wil schenken in Hem. ‘Zo is er dan geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn.’

IN HET MIDDEN
Deze christologische exegese van de Oude Kerk heeft een wat wonderlijke oorsprong. Zij heeft alles te maken met de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint. Die wijkt af van de massoretische tekst van de Tenach. We lezen daarin iets anders dan het raadselachtige ‘in het midden van de jaren’. Daar staat in vers 2: ‘in het midden van twee levenden’. Op zich is dat een niet minder wonderlijke tekst, waar men alle kanten mee is opgegaan. De een zag er een verwijzing in naar Christus’ geboorte, tussen twee ‘levende wezens’, de os en de ezel bij de kribbe. Een andere uitleg vond er een heenwijzing naar de gekruisigde Christus, de ‘Deugd in het midden’, zoals Hij daar hing tussen twee moordenaars.
Nog weer anders zag men hierin hoe Christus aan het kruis hing ‘tussen twee levens’, vóór Zijn kruisdood en na Zijn opstanding. Deze laatste verklaring komt misschien wel het dichtst in de buurt van wat Habakuk bedoelt. Het midden der jaren is het tijdstip waarop het oordeel het meest diep en hopeloos ervaren wordt. Het is maar niet een neutrale tijdsaanduiding. Het midden ligt het verst van het begin en van het einde verwijderd. Hoe lang is het al niet geleden, dat moment dat Gods toorn begon te ontbranden? En hoe lang duurt het nog voordat er een einde aan komt? ‘God des levens, ach wanneer...’

NOCHTANS
Het midden is dus het diepste punt tussen het begin en het einde van Gods toorn. En het wonder is dat het geloof dáár nu juist Gods werk mag vinden. Het is de ontferming van de bewogenheid Gods, waar de bidder op pleit. Het is het eigene van de Naam des HEEREN, dat Hij de God is Die Zich ‘in de benauwdheid’ nabij wil geven. Het diepste van de naam Jezus, Zaligmaker, is dat Hij er in komt, in de afgrond van Gods gericht, zodat wij er ook door en uit mogen komen. Vandaar dat aan het einde van dit gebed de verhoring als een wonder doorklinkt. Zelfs als alle verhoringen die wij zouden wensen uitblijven: ‘Ik zal mij verheugen in de God van mijn heil’. Hij is de God van mijn Jesjua – dat woord staat er voor ‘heil’. Hij is in het midden der jaren onder de toorn Gods vergaan, om een ieder die in Hem gelooft ‘nochtans’ voor eeuwig van vreugde te laten opspringen in de HEERE


Dr. M.A. van den Berg is hervormd predikant te Zoetermeer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Verhoring, in het midden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's