Wachten op een visum
Na de beslissing kost het tijd om moed te verzamelen. Het gaat nu toch echt gebeuren. In Nederland moesten we de dingen gaan afronden en in Amerika alles opstarten. We moesten de papierwinkel in orde krijgen voor ons visum. Nu ja, papierwinkel, het is intussen een digitale winkel geworden. We kregen de indruk dat het een kwestie van enkele maanden zou zijn. Dat vloog ons soms aan. Zou het allemaal lukken en goed komen? Uiteindelijk duurde het meer dan een jaar voor we konden gaan. Dat betekende herhaaldelijk een planning aanpassen. Herhaaldelijk afwegen wanneer we (opnieuw) alles vooruit zouden schuiven. Daarnaast was er de afweging hoe vaak we contact zouden zoeken met de instantie die het visum zou moeten verstrekken. Voor ons gezin betekende dit wachten een tijd van onzekerheid. Maar ook de gemeenten van IJsselmuiden-Grafhorst en van Grand Rapids waren in deze onzekerheid betrokken. Komt het visum nog? En wanneer komt het dan eindelijk? Onder die vragen ligt natuurlijk de diepere vraag: Wat heeft de Heere hiermee voor? Ik ben dankbaar dat er steeds vrede bleef over de beslissing die genomen was.
Tijdens het wachten op het visum besefte ik hoe vaak het in de Bijbel over wachten gaat. Hoe vaak komen we een verwachtend wachten tegen in de Psalmen? Mozes heeft veertig jaar schapen gehoed voor God hem riep om Zijn volk uit Egypte te leiden. Wie kan zich voorstellen wat de tijd van wachten voor Abraham betekend heeft? David was tot koning gezalfd maar zijn leven was in gevaar; hij moest jarenlang ellendig rondzwerven. Tijdens het wachten op ons visum gebeurde er veel. Er gebeurde vooral veel van binnen in mij. Ik vond het wachten vaak moeilijk. Soms stak ongeduld de kop op in mijn hart en dan was ik het er niet mee eens. Dan waren er weer tijden dat ik het kon overgeven in het geloof dat de Heere Zich niet vergist. Het was een tijd van zelfonderzoek. Ik had ook meer tijd om na te denken doordat dingen buiten de gemeente al waren afgerond.
Sterk kwam de vraag op me af hoe ik mijn ambtelijke werk gedaan had in al die achterliggende jaren. In donkere uren zag ik alleen maar tekort en zonden. Was ik bewogen genoeg geweest met zielen aan mij toevertrouwd? Had ik wel genoeg de ernst van de eeuwige toekomst beseft? Hoe stond het er voor met mijn gebedsleven? Was mijn ijver wel vurig genoeg? Er waren dagen en weken dat er niets van me over bleef dan een arme ellendige zondaar. In dit alles ging Christus nog meer voor mij schitteren. Hij is werkelijk gekomen om zondaren zalig te maken. Voor doodschuldigen is er volkomen behoud in Hem. Om genade te kunnen verkondigen is het nodig om steeds van genade te leven. Er is geen enkele reden om te roemen in onszelf, integendeel. Maar wie roemt, roeme in de Heere. Wachten is toch nuttig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's