Boekbespreking
J.D.Th. Wassenaar e.a. (red.) Postille 65 / 2013-2014 Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 207 blz.; € 19,90.
Het lijkt haast een teken aan de wand dat de laatste Postille in twee inleidende artikelen een bezinning biedt op de beeldcultuur. Ds. E. van der Wolf-Kox geeft praktische adviezen over het gebruik van een beamer in de kerkdienst ter ondersteuning van de preek. De theologische doordenking blijft wat oppervlakkig. Zij verbindt bijvoorbeeld het afwijzen van het gebruik van beeldmateriaal in de kerkdienst aan het afwijzen van de materie als iets slechts. ‘Beschouw je de schepping als slecht of in zonde gevallen, dan is materie slecht, dus ook beeldmateriaal.’ De klassieke gereformeerde moeite met ‘stomme beelden’ in de kerk komt echter niet voort uit verachting van de materie maar uit het besef dat God Zijn volk door de levende verkondiging van Zijn Woord onderwijst. Haar praktische opmerkingen zijn overigens wel heel herkenbaar voor iedereen die wel eens een lezing met een powerpoint presentatie houdt. De bijdrage van dr. G.J. Mink over de evangelieverkondiging en de ‘moderne’ beeldcultuur steekt meer af naar de diepte. Die beeldcultuur is niet iets van de laatste tijd. Mink wijst er terecht op dat de gereformeerde traditie geen ondubbelzinnig nee heeft gezegd tegen de bijbelse beeldende kunst. Met een beroep op contextuele verkondiging van het evangelie pleit hij wel voor een gepast gebruik van beeldmateriaal dat dienstbaar is aan de verkondiging van het evangelie. Ook deze Postille biedt weer preekschetsen voor het hele kerkelijke jaar. Het is een mooie karakteristiek dat de Postille theologen altijd uitnodigt om hun expertise vruchtbaar te maken voor de prediking. Zo bevat deze uitgave drie preekschetsen van dr. P.A. Verbaan, waarin zijn proefschrift over het geweten resoneert. Geweten en geloof hangen samen voor wie niet alleen met zichzelf en met anderen maar ook voor het aangezicht van God, coram Deo, leeft. Volgens Luther kan het geweten ons in de armen van Christus drijven. De auteurs komen uit de breedte van de kerk en dat komt onder andere tot uiting in de visie op de relatie tussen Schriftgetuigenis en heilsgeschiedenis. Ds. E.K. Foppen behandelt de genezing van de melaatse en de ontmoeting van Jezus met de vrouw uit Syro-Fenicië terecht als geschiedenis, en plaatst die geschiedenissen in het geheel van het Markusevangelie. Dr. T.L. Hettema lijkt Jona echter vooral als verhaal te zien, al trekt hij wel een mooie lijn van de open vraag waar het boekje mee eindigt, naar Christus, in Wie Gods uitnodiging tot ons komt. Is de laatste Postille een teken dat het beeld het Woord verdrijft? Dat kan gelukkig niet. Gods Woord houdt stand in eeuwigheid. Dat Woord − dat geen beeld als steigerwerk behoeft – zal tot de jongste dag weerklank blijven vinden in harten van zondaren, want – zoals op de kaft van de Postille staat – ‘Gods weg is volmaakt, het woord van de HEER is zuiver. 2 Samuël 22:31a.’
H. VAN DEN BELT, WOUDENBERG
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's