Hellegangsdag
Met het Apostolicum belijden we dat Jezus Christus is gestorven en begraven en nedergedaald ter helle. Aan die laatste passage van onze belijdenis wordt aandacht besteed in Drieluik, maandblad van de protestantse gemeente Amersfoort. Koos van Noppen interviewde de hoogleraar dr. G. van den Brink, die samen met dr. C. van der Kooi in de Christelijke dogmatiek de suggestie doet om als kerk rond Pasen meer stil te staan bij Jezus’ hellegang.
Hellevaartsdag? Wat valt er te vieren dan?
Gijsbert van den Brink: ‘Veel teksten in het Nieuwe Testament spreken erover dat Christus na zijn dood neerdaalde in het dodenrijk (in het Oude Testament: de sheool). Dat is niet helemaal hetzelfde als de hel, zoals het Nieuwe Testament erover spreekt, maar verschilt er toch ook weer niet heel veel van. Het is de plaats waar God niet is, en waar men daarom ‘alle troost moet missen’. De teksten in het Nieuwe Testament suggereren dat Christus voor Hij ten hemel voer, na zijn dood, eerst ter helle voer, om de doodsmacht van binnenuit te overwinnen. Vandaag weten veel mensen wat het is om in een hel te leven. Ze hebben het gevoel dat hun situatie volstrekt uitzichtloos is, dat er voor hen geen verlossing en echt leven meer mogelijk is. Christenen geloven niet in zulke situaties. Rondom Pasen en Goede Vrijdag – en waarom niet speciaal daartussen in: op Stille Zaterdag – mogen we erbij stilstaan dat Christus ook de donkerste antimachten de baas kon, en duivel en dood de das heeft omgedaan. Dat brengen we ons vol verwondering in alle stilte te binnen op het moment dat Hij in het graf ligt. En we bazuinen het uit met Pasen.’
De passage ‘nedergedaald ter helle’ lijkt een stiefkindje in de Apostolische Geloofsbelijdenis. Pas in de vierde eeuw komt dit artikel in de geloofsbelijdenissen voor en nog weer later is het opgenomen in het Apostolicum. Kennelijk is het niet zo zonneklaar?
‘Het is juist opmerkelijk dat zo’n zinnetje dan nog toegevoegd wordt, kennelijk op basis van wat toch een consensus was geworden. Het heeft dan ook heel oude wortels in de prediking en catechese van de Vroege Kerk, die uiteindelijk teruggaan op het Nieuwe Testament.’
Welk beeld hadden gelovigen in de eerste eeuwen hierbij?
‘Men maakte zich hierbij allerlei voorstellingen (vergelijk bijvoorbeeld de vele iconen) die de onze niet meer kunnen zijn: Christus die aanbonkt op de poorten van de hel, zich vervolgens toegang verschaft met een stormram. Of die juist heel slim de duivel liet bijten in het lokaas van zijn eigen lichaam. Het gaat intussen niet om die voorstellingen, maar om wat ze theologisch uitdrukken: Christus is Overwinnaar, niet alleen op de zonde (het westerse accent) maar ook op duivel en dood (een accent dat in de Oosterse Kerk meer bewaard is gebleven).’
De theoloog Van Ruler schreef: ‘Er is geen enkele of nauwelijks enige bijbelse fundering voor dit artikel’ (...) Klopt dat?
‘Nou, niet helemaal, zie bijvoorbeeld Mattheüs 12:40, Handelingen 2:24,31, Efez. 4:8-10 en 1 Petrus 3:18-20 en zo zijn er nog wel meer te noemen. Van Ruler heeft wel gelijk dat deze teksten vanwege hun beknoptheid en geheimzinnigheid (die overigens past bij de dood) op heel verschillende manieren werden uitgelegd. Hij geeft daar ook een mooie opsomming van, en eindigt dan fraai met te zeggen dat de verschillende accenten (incl. die van Luther en Calvijn) elkaar niet uitsluiten. Je zou dus kunnen zeggen dat met Hellevaartsdag een rijke en gevarieerde boodschap kan klinken. De dag bepaalt ons bij de omslag van Christus’ vernedering naar zijn verhoging zoals die plaatsvond in het donker van de dood. Trouwens, als er iets geen bijbelse fundering heeft, dan het is wel de benaming ‘Stille Zaterdag’. Het is best mogelijk dat het op die dag rond Golgotha even druk was als de dag ervoor; of het moest zijn vanwege de sabbat (maar dan was elke zaterdag er een Stille Zaterdag). Het zou me, bijbels-theologisch gezien, winst lijken als we de benaming Stille Zaterdag konden vervangen door Hellegangsdag. En dan inderdaad liever ‘hellegang’ dan ‘hellevaart’, om associaties met ruimtevaart te vermijden.’
Op pagina 416 spreken jullie over de ‘kosmische strekking’ van de hellegang. En dan volgt de zin: ‘Het zou het goed zijn wanneer hellevaart en hemelvaart, net als in de Apostolische Geloofsbelijdenis weer meer bedacht werden als parallelle gebeurtenissen, die op gelijke en gelijkwaardige wijze het Paasevangelie flankeren en ondersteunen.’ Wat is hier bedoeld?
‘Zelf sta ik in een traditie waarin men zeven lijdensweken kent, en niet zozeer een 40-dagentijd. Het mooie daarvan vind ik dat je zo dus een periode van 100 dagen hebt (tot aan Pinksteren) met Pasen in het centrum. Ergens aan het eind van de tweede helft van die 100 dagen vieren we Hemelvaart. Waarom dan niet ergens tegen het eind van de eerste helft Christus’ nederdaling ter helle gevierd? Natuurlijk snap ik wel dat je een traditie van zovele eeuwen niet zomaar verandert (of in dit geval aanvult), maar het zou wel heel zinvol zijn op de zaterdag tussen Goede Vrijdag en Pasen samen te komen rondom dit heilgeheim, dat al eeuwenlang deel uitmaakt van ons Credo.’ (…)
Wat zou een actuele vertolking kunnen inhouden?
‘Veel dominees nemen in de 40-dagentijd het lijden van Jezus als voorbeeld voor het lijden van mensen vandaag. Dat is niet onbegrijpelijk, maar als verkondiging van de verlossing toch echt te mager. Wanneer we serieus nemen dat Jezus voor ons door de diepste diepten is heengegaan, om onze Godsvervreemding en verlorenheid op te heffen, is een veel harmonischer verbinding mogelijk tussen het werk van Christus en het lijden van zoveel mensen. Zijn plaatsvervanging is niet alleen gekoppeld aan de schuldovername, maar ook aan ons lijden: Hij draagt het in onze plaats, en wij dragen de overblijfselen (Kol.1:24) achter Hem aan. We zullen sowieso moeten zoeken naar manieren om diep lijden en kwaad dat mensen overkomt in verbinding te brengen met de kern van het christelijk geloof. Want het is nog veel te vaak een argument voor mensen om God en de kerk de rug toe te keren. Een Hellegangsdag zou ons kunnen helpen om de vele plaatsen waar de aarde een hel is – ver weg maar, soms ook verbijsterend dichtbij – te verbinden met het werk van Christus.’
Dr. Van den Brink legt mijns inziens terecht de vinger bij de betekenis van Jezus’ afdaling ter helle. Maar zijn parallel met de hemelvaart en de verbinding met een soort 100-dagentijd overtuigt me niet. Het getal (2x) 40 heeft sterkere bijbelse papieren. Verder hebben Calvijn en via hem het oude avondmaalsformulier ‘nedergedaald ter helle’ betrokken op de angst en verlatenheid aan het kruis en de troost die daarin schuilt: ‘opdat wij nimmermeer door Hem verlaten zouden worden’. Hetgeen niet wegneemt dat de verschillende accenten voor verrijking zorgen. Wat Stille Zaterdag betreft: het is de dag waarop ‘de kerk verwijlt bij het graf’ zegt ons Dienstboek. Meer dan voor een Hellegangsdag, zou ik liever aandacht vragen voor de Paaswake waarin de Vroege Kerk de doop bediende en vernieuwde en die in veel kerken wordt gehouden.
In De Reformatie en ook in Opbouw van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerden, worden telkens liederen uit het Nieuwe Liedboek besproken. Dit keer door ds. David de Jong, predikant te Den Ham. Hij bespreekt ‘Door wat grote eenzaamheden’ (nr. 582) van J.W. Schulte Nordholt. Ds. De Jong herkent in dit lied de theologie van de Heidelberger, maar hij proeft hier vooral de ‘rechte lofzang’ (de letterlijke betekenis van het woord orthodox).
Hoe dichter we het hart van het evangelie naderen, des te meer gaan we stamelen. (…) Ik geloof dat het ook niet anders kan. Op Golgotha was het immers drie uur donker. De Heer Jezus kwam uit dat duister met Psalm 22 op zijn lippen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ We kunnen ons geen voorstelling maken van de grote eenzaamheden waarin Hij ons voorbijgegaan is. Zijn lijden, zijn duisternissen peilen, dat kunnen wij niet.
Ik sluit me daar op weg naar de Stille Week graag bij aan en eindig met de laatste twee coupletten van dit lied:
Wij kunnen wel bij Hem verwijlen
met onze woorden en ons lied,
maar kunnen niet zijn lijden peilen,
zijn duisternissen niet.
Wij stuwen wel met vrome wensen
en met gebeden om Hem heen.
Maar de verlossing van de mensen
die lijdt Hij heel alleen.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2014
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2014
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's