De geloofssprong
De opwekkingsbeweging heeft in strikte zin geen eigen homiletiek voortgebracht. Wel zijn her en der bij predikers dezelfde preekkundige aanzetten te vinden. Het grondmotief van de opwekkingsprediking is het aandringen op de verandering (bekering) van de mens in zijn verhouding met God.
Het was de opwekkingsprediker Tholuck (1799- 1877), die stelde dat predikers nog nauwelijks het hart van de hoorders weten te bereiken. De afstand tussen kansel en de hoorder in de kerkbank is te groot. De prediking dient bij de individuele en plaatselijke situatie van de gemeente aan te sluiten. De preken zullen dus zielszorgelijk-missionair gericht zijn. Ervaringen van de prediker in het gemeentewerk komen ten goede aan de zondagse preken. Voor Tholuck is het belangrijk dat het hart van een prediker ‘welbespraakt’ is, dat er een dosis gezond mensenverstand voorhanden is en dat hij in staat is eigen gedachten vrij te kunnen uiten. De prediker dient de gevoelslaag bij de hoorder aan te boren. Door de werking van de Heilige Geest ontstaat ‘beleving’. Dan heb je geen boekentaal, maar duidelijke bijbelse taal.
ZONDEKENNIS Hofacker kon heel fors uit de hoek komen. De bedoeling daarvan was dat zijn woorden niet langs de mensen heen zouden gaan. Zijn woorden werkten als een wig, gedreven in de harten van de mensen. In zijn preken gebruikt Hofacker vooral de stijl van de homilie: vers voor vers uitleggen wat er staat. Hij denkt niet in grote theologische systemen. Als prediker oriënteerde hij zich aan bijbelse teksten, zinswendingen en uitdrukkingen, waarbij aan het gepreekte een diepere, geestelijke zin wordt toegekend. Concrete situaties uit het leven van de mensen of van de omgeving worden gebruikt om de hoorders midden in het verhaal te plaatsen. Zonde en genade zijn de beide door het kruis bepaalde brandpunten en volgens Hofacker is die prediker een echte evangelist, die zijn hand uitstrekt en op Gods Lam wijst. Om de mensen tot zondekennis te laten komen gebruikt Hofacker, wiens genadeleer sterk door Luthers leer van wet en evangelie bepaald is, de wet van God in zijn overtuigende werking. Zo kan hij onverbloemd op het geweten van de hoorders appelleren. Door de aanblik op de Gekruisigde wordt de macht van de zonde merkbaar. Maar ook opponeert hij sterk tegen een formele orthodoxie en valse opvattingen van het christen worden. Hofacker gaat zijn eigen koers binnen de Württembergse opwekkingsbeweging en verbloemt niet dat het oordeel wacht voor hen die zich niet bekeren.
ZONDEKENNIS
Hofacker kon heel fors uit de hoek komen. De bedoeling daarvan was dat zijn woorden niet langs de mensen heen zouden gaan. Zijn woorden werkten als een wig, gedreven in de harten van de mensen. In zijn preken gebruikt Hofacker vooral de stijl van de homilie: vers voor vers uitleggen wat er staat. Hij denkt niet in grote theologische systemen. Als prediker oriënteerde hij zich aan bijbelse teksten, zinswendingen en uitdrukkingen, waarbij aan het gepreekte een diepere, geestelijke zin wordt toegekend. Concrete situaties uit het leven van de mensen of van de omgeving worden gebruikt om de hoorders midden in het verhaal te plaatsen. Zonde en genade zijn de beide door het kruis bepaalde brandpunten en volgens Hofacker is die prediker een echte evangelist, die zijn hand uitstrekt en op Gods Lam wijst. Om de mensen tot zondekennis te laten komen gebruikt Hofacker, wiens genadeleer sterk door Luthers leer van wet en evangelie bepaald is, de wet van God in zijn overtuigende werking. Zo kan hij onverbloemd op het geweten van de hoorders appelleren. Door de aanblik op de Gekruisigde wordt de macht van de zonde merkbaar. Maar ook opponeert hij sterk tegen een formele orthodoxie en valse opvattingen van het christen worden. Hofacker gaat zijn eigen koers binnen de Württembergse opwekkingsbeweging en verbloemt niet dat het oordeel wacht voor hen die zich niet bekeren.
'ERVARING
In Hofackers tijd speelde de ervaring een grote rol. Bij velen heerste de gedachte dat de ervaring aan het geloof voorafgaat. Duidelijk stelt Hofacker: ‘God zegt: eerst geloof, en dan zult u het ervaren.’ In zijn preken concentreert hij zich allereerst op de enkeling die voor God staat. De aankondiging en de toezegging van de genade van God wordt de hoorder in de verkondiging geschonken.
DYNAMISCH
Woorden en thema’s als ‘opwekken’, ‘bekeren’, ‘boete’ en ‘heiliging’ keren in deze preken steeds weer terug. Centraal staat de rechtvaardiging, waarbij wij in aanmerking nemen dat de rechtvaardiging bij Hofacker een door en door dynamische zaak is. Het onderscheid tussen de bekeerden en de niet-bekeerden wordt door hem op een pastorale manier benoemd. In de tijd na Hofacker zien wij binnen de opwekkingsbeweging een prediking opkomen met een eis van perfectionisme. De bekeerlingen worden zo exclusieve mensen binnen de gemeente. Maar zij die een meer praktische en nuchtere instelling hebben, kunnen hierdoor worden afgestoten. De sterke nadruk op de wet kan de toegang tot het evangelie versperren. Het is bekend dat vooral de ontwikkelde stadsmens uit de negentiende eeuw heel kritisch tegenover dit soort prediking stond. De missionaire werkzaamheid van de preek loopt dan tegen grenzen op die het zelf niet wil.
VERZOENING
De verzoening door Christus is het eigenlijke thema van Hofackers preken. Hij kende één passie: Christus. In de preken cirkelt het steeds om ‘de ziel en om de Heiland voor zondaren’. Op verheven toon wist hij Christus en Zijn werk te roemen. Aanprijzing en aanbidding zijn kenmerkend voor deze preken. Het is een lofprijzing op de genade van God, ‘voor mij’. Is de zonde machtig, overmachtig, heerlijk en triomferend verschijnt de genade van God. Op onnavolgbare wijze verheerlijkt hij de heerlijkheid die in het kruis verborgen ligt en die de macht van de zonde overwint. De rechtvaardiging van de goddeloze, op grond van de plaatsvervanging door Christus, het Lam van God, vindt zijn realisering in het gegeven dat het buiten ons ligt in Christus. Hier laat hij het oude lied horen: ‘Laat ons in uw wonden, zien onze verkiezing’. Opvallend veel gebruikt Hofacker ook, zoals in de Vroege Kerk, het bekende ‘Christus-Overwinnaar’ motief. Christus overwint de machten – duivel, zonde en dood. ‘Het Lam betaalt het losgeld.’ In deze preken is de heiliging aanwezig, maar die wordt niet benadrukt. Min of meer wordt het levendmakend werk van de verhoogde Christus in de rechtvaardiging meegenomen. In Christus’ kruisiging, dood, opstanding en hemelvaart heeft de gelovige alles.
TOE-EIGENING
De persoonlijke toe-eigening geeft Hofacker meermalen weer als ‘geloofssprong’. In deze ‘sprong’ voltrekt zich de gehele overgave van de mens aan Christus. Deze ‘sprong’ wordt door God bewerkt: God schenkt het vertrouwen en de gelovige mag het ‘wagen’ de liefde van Christus aan te grijpen, waarbij ons alles in Christus geschonken wordt. Hij preekt in de lijn van de lutherse traditie en in het spoor van het Württembergse piëtisme is zijn verkondiging van de verlossing door het bloed van Christus diep geworteld in de lutherse gedachte van de werkelijke presentie van het heil.
VERTELLER
Hofacker was een verteller. Het is alsof hij als prediker een tijdgenoot is van hem die de bijbelse berichten heeft geschreven. Het is de Heilige Geest die het in de tegenwoordigheid van de prediker werkelijkheid doet zijn. Hofacker wist zijn uitlegkundige inzichten op deze wijze voor de preek vruchtbaar te maken. Zo worden de grote daden van God uit het Oude en Nieuwe Testament telkens weer de hoorders voor ogen gesteld. Hij voorkwam op deze manier dat de wet gaat heersen over het Evangelie. Komt wetticisme in de prediking niet daaruit voort dat men niet meer, of heel weinig spreekt over de grote daden van God? Laat men de samenhang van het heil, waarin prediker en hoorder staan, los, dan vergeet, isoleer en overvraag je de mensen. Zo heeft Hofacker de lijdensgeschiedenis midden onder de hoorders laten ‘gebeuren’. Daarom stelt hij de mensen voor de geloofsbeslissing. Dat dit soms gebeurt in een bijna mystieke dramatiek hoort bij zijn levendige en betrokken manier van preken.
Zo zien wij in zijn lijdenspreken dat de kruisiging zo dichtbij wordt gebracht als zijn we er getuige van. We zien het gebeuren. Hier wordt de afstand tussen het historische gebeuren op Golgotha opgeheven en in de werkelijkheid van de mens van vandaag gesteld. De hele lijdensgeschiedenis wordt ons voorgesteld alsof het nu gebeurt. Zo wordt het lijden van Christus opnieuw in de verkondiging in scene gezet. Gods grote daden in Christus worden verkondigd en zelfs in het dankgebed klinkt dit door.
ZIEN
Het ‘zien’ brengt tot zondekennis, het meegenomen worden in het hele gebeuren heeft tot doel de omkeer. De hoorders identificeren zich zo met degenen die toen rondom het kruis stonden. Het maakt een groot verschil of de dogmatiek formuleert dat de mens de beslissing heeft voor God, of dat de oproep tot zo’n beslissing in de volmacht van de Geest gedaan wordt. ‘Doe de sprong!’ zo houdt Hofacker zijn hoorders voor.
Dr. J. Kommers is hervormd emeritus predikant te Harderwijk en buitengewoon hoogleraar aan de North-West University in Potchefstroom, Zuid-Afrika.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2014
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2014
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's