Wachten op nieuwe zomer
Na verloop van tijd komen allerlei vragen en twijfels boven
Een geloofstop is heerlijk. Misschien ervoeren we zo de zondag van onze belijdenis. Maar net als in de bergen is zon top ook smal. Je tuimelt zomaar naar beneden.
Toch is belijdenis doen geen vergeefse moeite. Hardop belijden maakt sterker. Maar dit betekent niet dat we daarna geen last meer van onze zonden krijgen.
STREEPJES
Dat merkte Joost ook. Het was nog in de tijd dat de grote schoonmaak niet overgeslagen werd. Hij knielde elke avond voor zijn bed en elke avond moest hij bedenken dat hij het gevecht weer verloren had. Je zonden overwinnen valt niet mee. Daarom zet hij elke avond een potloodstreepje achter de mooie lijst met zijn belijdeniskaart. De tekst kent hij uit z’n hoofd: ‘Zo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere’ (Rom.6:11). Onbegrijpelijke tekst, vindt Joost. Voor hem is het precies andersom. De zonde is springlevend en hij is dood voor God. Daarom al die streepjes. Dan komt het moment dat zijn moeder met de grote schoonmaak de schilderijtjes van de muur haalt. ‘Jongen’, zegt ze, ‘waar is dat goed voor?’ ‘Dat zijn mijn nederlagen’, antwoordt Joost. ‘En zolang ik steeds weer streepjes moet zetten, durf ik niet te geloven dat al mijn zonden vergeven zijn en blijven.’
OVERWINNINGEN
Joost had verwacht dat hij na zijn belijdenis wel veel geestelijke overwinningen zou meemaken.
Het ging dus anders. Ik ben al heel wat ouder dan Joost. Maar bij mij gaat het nog steeds anders. Dat kan ons onzeker maken. Allerlei vragen komen (weer) boven: Is mijn strijd tegen de zonde wel consequent genoeg? Ben ik wel een goede getuige van Jezus? Is mijn schuldbesef wel zoals het hoort te zijn? Is mijn geloof wel goed genoeg?
GROEI
Het antwoord op al zulke vragen is kort en goed: nee. Maar gelukkig hoeven we ons niet aan eigen geloof vast te houden. We mogen beslist nagenieten als de belijdenisdienst ons diep raakte. Maar het intense gevoel daarvan zal gaandeweg minder worden. Dat lijkt verlies, maar het is groei. Het is te vergelijken met de ervaring van iemand die hevig verliefd was. Wie dan later nog steeds verkering heeft, ontdekt dat de vlinders van toen zijn uitgegroeid tot vleugels die kunnen dragen, ook als hij of zij wat minder liefde voelt. Wie het eerste halfjaar zo verliefd is, denkt ongetwijfeld dat hij alle stormen aankan. Maar als na een jaar de wind echt opsteekt, twijfelt zo iemand misschien wel aan de eigen liefde. Meen ik het wel echt met hem of haar? Is mijn liefde wel oprecht genoeg? Zal het me wel lukken om trouw te blijven? Maar hoeveel vragen iemand ook heeft, toch kan die hem of haar niet missen. Zo kan het in elk geval gaan. Ook tussen de Heere Jezus en ons. Als het gaat stormen, als twijfel opsteekt, als Gods grote vijand ons plaagt en we niet zouden weten hoeveel ‘streepjes’ we moeten zetten – dan zijn we alle geloof kwijt. Ook na alles wat we vroeger van God hebben ontvangen. Geestelijk zoiets als winter. En toch, hoe vreemd misschien ook, we kunnen niet zonder Hem.
SCHUDDEN
Ben je dan eigenlijk geen echte gelovige meer? Geen kind van God? Kunnen we ervan overtuigd zijn dat onze zonden zijn vergeven door het offer van Christus en toch weer bang worden dat Jezus ons niet hebben wil? Wat er allemaal kan en niet kan, weet ik niet. Ik weet wel dat mijn neiging tot de zonde niet weg is en dat satan niet stil zit. Petrus wist dat ook. Hij wordt vooraf door Jezus gewaarschuwd: satan heeft zeer begeerd je te ziften als de tarwe. Blijkbaar kan hij die ruimte nog claimen. Tarwe zeven is bedoeld om zuivere korrels over te houden. Het is natuurlijk niet het doel van satan om zuivere christenen over te houden. Ook al kan God het daarvoor wel gebruiken. Het doel van satan is om ons zo heftig heen en weer te schudden dat we omvallen, van Jezus afvallen. Maar omdat de Heere voor Petrus – en voor allen die op hem lijken – gebeden heeft dat ons geloof niet zou bezwijken, is al dat zeven vergeefse moeite. De voorbede van onze Heere en Zaligmaker was al verhoord voor deze werd uitgesproken. Die verhoring geldt nog. Ook voor alle jaren na onze belijdenis. Aan die belofte mogen wij ons vasthouden. Mooier nog: Gods beloften houden ons vast.
GODS BELOFTEN
Misschien zegt iemand nu: maar dat moet je wel geloven. Dan zijn we weer terug bij af. Want ons geloof en vertrouwen zijn we soms echt kwijt. Dan is het geestelijk winter vanbinnen. Wat dan? Misschien een beetje flauw om te zeggen: wachten op een nieuwe zomer. Toch denk ik dat het waar is. Want God heeft nog nooit verlaten wat Zijn hand begon. Er bestaat geen winter die niet gevolgd is door de zomer. En zoals het de eerste ‘zomer’ was, zo ongeveer zal het ook de volgende keren zijn. Ooit werden Gods beloften helemaal stralend voor ons terwijl een dominee preekte of terwijl de gemeente een prachtig lied zong over Gods trouw. Zijn beloften van vergeving en eeuwig leven ‘gebeurden’ als het ware in ons. Toen hebben we voor het eerst de Heere Jezus aangenomen. Maar het was wel een wonderlijke manier van aannemen. Het overkwam ons als een geschenk. Het leek wel of die beloften ons aannamen met de armen van de Heere Jezus om je heen. Ze lieten geloof in ons wakker worden. Ik herinner me een meisje op belijdeniscatechisatie dat zei: ‘Het ging in mij geloven.’ Dat bedoel ik. Die levende beloften van God lieten een vonk overspringen. We hadden er niet eens op gerekend. Laat staan dat we op tijd ons hart hadden openstaan. Door die vonk van Gods onvoorwaardelijke liefde en genade waaide ons hart open. En die vonk werd een vlam. De vlam van ons persoonlijk geloof, onze ‘zomertijd’.
WINTER
Na die eerste ‘zomer’ kan het weer winter worden. Dat is zelfs waarschijnlijk, want de hemel is nog niet op aarde. Er komen ‘streepjes’ achter je belijdeniskaart. Hoe eerlijker we worden voor God, hoe meer streepjes er komen. Onze relatie met de Heere wordt meer en meer als een opwindhorloge van vroeger. Van een klein zandje heeft het al last. Dan gaat het achterlopen of stilstaan. Waar je tien jaar geleden eigenlijk niet mee zat, daar zet je nu een streepje voor. En soms denk je: de Heere God zal er binnenkort wel genoeg van hebben en Zijn streep door mijn leven zetten. Maar dat is een vergissing. Zijn beloften blijven geldig. ‘Ik heb voor u gebeden’, zei Jezus. Voor ons ook. Vroeg of laat, maar op Gods tijd, zal de zon het weer winnen en weten we de armen van Gods beloften opnieuw om ons heen. Zo ging het ook bij Joost.
DOOPKAART
Bij de grote schoonmaak had moeder alle streepjes nauwkeurig laten staan. Maar voordat zij de lijst met de belijdeniskaart van Joost terughing, plakte ze voorzichtig de doopkaart van Joost over alle streepjes heen. Daaronder schreef ze met een rode stift één woord: nochtans. Naar gewoonte knielde Joost ook die avond. Om te danken, om te bidden, om zijn zonden te belijden en zijn hoogmoed, zijn felle begeerten, zijn fantasieën en nog veel meer. Na het ‘amen’ schoof hij zijn belijdeniskaart opzij. Er moest weer een potloodstreepje bij. En daar zag hij, na de schoonmaak van zijn moeder, zijn doopkaart en las hij dat ene woord: nochtans. In rode letters. Zo rood als het bloed van het Lam. Toen wist hij het weer. Het is toch waar: gedoopt is gedoopt. Toen brak zijn hart open en werd het zomer in zijn ziel. Toch gereinigd en gered. Door Jezus alleen.
Ds. W. Markus is hervormd emeritus predikant te Bergschenhoek.
ALLES ACHTERLATEN
Wie:
Jurian Lier
Wat:
26 jaar, melkmachinemonteur
Waar:
hervormde gemeente Rouveen ‘Toen zei Jezus tegen Zijn discipelen: Als iemand achter Mij aan wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen.’ (Matt.16:24) ‘Eén woord in het bijzonder blijft hangen: ‘verloochenen’. Wat betekent dat voor mij? Jezelf verloochen is bijna niet denkbaar in 2014. We zijn druk met ons eigen leven en tenslotte zitten we nog midden in een crisis. Hoe kun je dan alles achterlaten en Jezus volgen? Zelf dacht ik dat ik nu veel te druk ben met de voorbereiding op ons huwelijk 26 september aanstaande en met werk enzovoort. In het seizoen van belijdeniscatechisatie heb ik gemerkt en geleerd dat ‘belijdenis doen’ je leven verandert. Soms val je weer terug in je oude leven. Dan merk je weer al te goed dat je een zondaar bent, en niets vanuit jezelf kunt. Daarom moeten we altijd weer vragen of Gods Geest ons leven steeds weer vult met Zijn opstandingskracht. Wie Hem vroeg zoekt, zal Hem vinden. Het is mijn verlangen om Jezus te volgen. Wanneer krijg je wel tijd om ‘ja’ te zeggen, zei onze predikant eens.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2014
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 2014
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's