David was ook profeet
Discipelen denken niet aan de woorden van Psalm 16
Onderzoekt de Schriften … die zijn het die van Mij getuigen, sprak de Heere Jezus eens ten overstaan van een aantal Joden die Hem wensten te doden (Joh.5:39). Zijn discipelen zullen dat ongetwijfeld gedaan hebben. Maar blijkbaar was het toch wat oppervlakkig.
Ondanks het feit dat ze leerling waren van de hoogste Profeet en Leraar, zijn er met name lacunes op te merken in hun kennis van schriftplaatsen die wijzen op de verrijzenis van de Zoon van God uit het graf. De evangelist Johannes, in ieder geval, zegt eerlijk dat hij en de andere discipelen de Schriften niet verstonden dat Christus van de doden op moest staan (20:9). Bij hem begon het te gloren toen hij op paasmorgen met Petrus naar het lege graf liep (20:8).
ONKUNDE
Gezien hetgeen de schriftgeleerden tijdens de rondwandeling van de Heere Jezus op aarde het volk voorhielden, is het uiteraard goed te begrijpen dat de discipelen in grote onkunde waren. Hoewel de Joden in de opstanding uit de doden geloven, hebben ze daarbij geen verwachting dat dit ook met de Messias zal geschieden. Het jodendom verwacht wel een Messias maar niet één die zal sterven voor de zonden en zal opstaan uit de doden.
Hun geloof in de opstanding wordt onder andere verwoord in het zogenaamde Sjemonee-Esree (gebed bestaande uit achttien strofen), dat op de morgen, middag en avond staande en fluisterend wordt gebeden, terwijl de voeten zich richten naar Jeruzalem. In de tweede strofe lezen we: ‘Gij zijt machtig in eeuwigheid Heere! Gij bezielt de doden weder, o alvermogende Redder! Gij voedt de levenden met genade, wekt de doden weder op, met eindeloze barmhartigheid’. Vandaar dat Martha ook op Jezus’ woord ‘Uw broeder zal weder opstaan’ zonder mitsen en maren antwoordde: ‘Ik weet dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatste dage’ (Joh.11:23-24).
PROFETIE
Vanwege de Joodse Messiasverwachting zal er bij het zingen of citeren van Psalm 16 in de synagoge nooit gewezen zijn op het feit dat David hier naast persoonlijke ontboezemingen ook een profetie omtrent de Messias doet. De woorden van het 10e vers: ‘Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten dat Uw Heilige de verderving zie’ worden als een persoonlijke hoop van David geïnterpreteerd dat voor hem het graf niet het laatste woord heeft. Dat dit alleen gegarandeerd is door het overwinnen van dood en graf door Christus als bewijs dat Hij aan Gods recht genoeg heeft gedaan na Zijn lijden en sterven, ontgaat de synagoge ten enenmale.
NIEUWE ZIENSWIJZE
Blijkbaar heeft bij de discipelen de dagelijkse omgang met en het onderwijs van Christus wel een nieuwe zienswijze gegeven bij het omgaan met de Schriften. Toen Ds. M. van Kooten is hervormd predikant te Elspeet. de Heiland de tempel hardhandig reinigde, werden Zijn discipelen bijvoorbeeld Psalm 69 indachtig (Joh.2:17). Daarin is te lezen: ‘de ijver van Uw huis heeft Mij verslonden’. Ze konden toen wel de link leggen met Christus, want ze passen het niet toe op David. En dat terwijl David toch ook ijverde voor het huis van God, zoals we kunnen afleiden uit zijn plan om voor de Heere een huis te bouwen.
SCHOOL
Met Psalm 16:10 blijkt het anders geweest te zijn. Als daar gesproken wordt over het feit dat Zijn ziel niet in de hel of het graf zou verderven, hebben ze niet aan de opstanding van Jezus gedacht. En Hij had toch verschillende keren duidelijk gezegd dat Hij zou opstaan uit de doden. Alles wordt niet op één dag geleerd, blijkbaar ook niet op de school van de Zaligmaker in Eigen Persoon. Trouwens, in het gesprek van Jezus met de Zijnen in de opperzaal voordat Hij ging lijden en sterven, zei Hij dat de Trooster, de Heilige Geest, hun alles zou leren en indachtig maken wat Hij eerder reeds tegen hen gezegd had (Joh. 14:26). Het valt op dat Hij hun niets verwijt. Dat deed Hij wel bij de Emmaüsgangers, die onverstandigen en tragen van hart worden genoemd om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben (Luk.24:25).
PSALMEN
Als de Heere Jezus Zich na Zijn opstanding aan de elven openbaart, zegt Hij: ‘Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden wat van Mij geschreven is in de wet van Mozes en de profeten en Psalmen’ (Luk. 24:44). Het nadrukkelijk noemen van de Psalmen mogen we wel eens voor gezegd houden. Wij willen graag van Jezus zingen, klip en klaar, zonder verhulling. We hebben in de gezangen wat dat betreft een groot aanbod liederen ter beschikking. We vinden het zeker ook met het oog op evangelisatie lastig om ons tot de psalmen te beperken zoals in het verleden het geval was – de periode van verplicht gezangen zingen daargelaten. Hoe we over de gezangenkwestie ook mogen denken, laten we toch vooral de rijkdom van het door de Heilige Geest geïnspireerde lied niet vergeten. Laten de psalmen er niet maar wat bij hangen. We zingen enthousiast: ‘Geen graf hield Davids Zoon omkneld, Hij overwon, die sterke Held’. Alle hulde voor dit lied van César Malan, maar staat het al niet zwart op wit in Psalm 16? Het psalmboek laat ons meer van Christus zien dan we op het eerste gezicht denken. Wij spreken wel over Messiaanse psalmen en dan worden er verschillende genoemd zoals Psalm 16, maar is het geen tijd om nog meer studie te maken van de overige Psalmen om Christus daarin te ontdekken? Christus Zelf nodigt ons daartoe uit.
GEOPEND VERSTAND
De discipelen zijn allen (Judas daargelaten) geleid door de Heilige Geest. Niemand kan immers zeggen Jezus de Heere te zijn dan door de Heilige Geest. Op de leerschool van de Heilige Geest raak je evenwel nooit uitgeleerd. Dat is ook bij de leerlingen van Christus gebleken. We lezen dan ook dat Christus nadat Hij hen op de wet, de profeten en Psalmen had gewezen hun verstand opende, zodat zij de Schriften gingen verstaan (Luk.24:45). Na een periode van gebed en smeken in Jeruzalem zien we dat op de eerste pinksterdag gebeuren. Toen de discipelen in alle talen de grote werken Gods verkondigden, werd er met hen gespot als waren ze dronken. Daarop nam Petrus het woord. Petrus, die wel eens tegenstander (satanas) genoemd werd en ruim vijftig dagen eerder een zwaard nam om zijn Meester te verdedigen, wordt hier een voorstander en verdediger met het zwaard van de Geest van Zijn Heiland. De gewezen visser toont zich een meester te zijn in de Schriften. Hij wijst op de vervulling van de profetie van Joël en komt vervolgens met Psalm 16 waaruit hij de verzen 8 tot en met 11 citeert. Hij wijst er dan op dat dit onmogelijk op David kan slaan, omdat deze dood en begraven is en diens graf nog te vinden was. Petrus legt dan uit dat David als profeet heeft gesproken van de opstanding van Christus, omdat de Heere God hem onder eedzwering had betuigd dat uit hem eens de Zaligmaker zou voortkomen.
HOOP
Het is opvallend dat Petrus zich hiermee helemaal focust op de profetie en Davids persoonlijke ervaring buiten beschouwing laat. Immers door Christus heerlijke opstanding is ook Davids zalige opstanding en die van al de Zijnen gewaarborgd. Overigens heeft Petrus dat indirect toch wel gedaan door zijn eerste algemene zendbrief te openen met de woorden: ‘Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden’ (1:3). Daardoor is er hoop over dood en graf voor David, Petrus en allen die Zijn verschijning leerden lief krijgen.
Ds. M. van Kooten is hervormd predikant te Elspeet.
Geheel het aardrijk vervloekt om Adams-wil doch te gelijk gezegend om Christus-wil. Christus nam de vloek weg door vloek te worden; den dood, door te sterven; de zonde, door tot zonde gemaakt te worden. Hij nam als ’t ware al de doornen der aarde op Zijn gezegend hoofd. Hiermede was de aarde zonder doornen, zooals zij ook eenmaal zijn zal.
ISAÄC DA COSTA
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's