Preken met volmacht
Geen prediker heeft zich vermoedelijk zo sterk in Luther ingeleefd en is zozeer in zijn gedachten en preekwijze ingegaan als Hofacker. Niet alleen de vele luthercitaten in zijn preken bewijzen dat. Ook waar Hofacker niet citeert, is hij dikwijls terminologisch en exegetisch van Luther afhankelijk.
Hofacker weet zich duidelijk een leerling van Luther. Wanneer wij de Hofackers ontwikkeling overzien, dan is hij niet zo gemakkelijk te classificeren. Hij is geen piëtist in de gewone zin, maar ook geen orthodoxe lutheraan. Hij is een vertegenwoordiger van de opkomende opwekkingtijd, sterk aangetrokken tot de klassieke bijbelse lutherse leer. Tegelijk neemt hij ook de bevindelijke warmte van het piëtisme in zijn preken mee. Hofacker weet zich dus niet alleen een leerling van Luther, hij pakt ook de intenties van de vader van het piëtisme, Philip Jakob Spener, en andere piëtisten op, waarbij voor het individu een eigen plaats is binnen het geloofsleven.
HEILIGING
De reformatoren, onder wie Calvijn, wilden door de prediking de mensen die tot geloof waren gekomen, verder leiden. Met een eenmalige breuk, dus met de bekering, is het niet afgelopen. Zo wist de gereformeerde G.D. Krummacher dat het geloof zich op een heel verschillende manier kan uiten: in ervaring en gevoel, als ‘naakt’ geloof, dat is dat de gelovige niets in handen heeft, niets ziet en voelt, maar gehoorzaam is aan het Woord van God. Hij weet van hoogte en diepte in het geloofsleven. De heiliging, het apart gezet zijn, is een heiliging alleen door Christus bewerkt. Hierin gaat het niet om de mens die iedere keer bij zichzelf voelt hoever het staat met zijn geloof, maar ziet op God, Die zondaren tot Zich roept. Het is deze innerlijke samenhang van evangelische vroomheid die de gelovige leven doet in de spanning van het jagen naar de heiliging en de steeds vernieuwde rechtvaardiging. Een geloofsbegrip waarbij mensen zich willen beroemen op wat ze zelf meemaken – waarvan we tendensen zien bij de piëtisten – leidt Hofacker in zijn preken naar het Woord van God terug. Iedere opwekkingsbeweging heeft het gevaar in zich om de ervaren heiliging te overschatten en de rechtvaardiging als een eenmalig afgesloten beleving, verkeerd te duiden. Hofacker zag het als zijn opdracht om in zijn preken de mensen ‘wakker te schudden’ en verder te leiden.
GEBEUREN
Prediking informeert niet over gebeurtenissen van het geloof, maar ze is zelf een ‘gebeuren’ waarmee God door Zijn Woord mensen Zijn genezende werkelijkheid binnentrekt. De uitdrukking ‘gebeuren’ is niet nieuw voor ons, maar nieuw is de beslistheid waarmee in de preekkunde ‘gebeuren’ tot een centraal begrip van het preken werd. ‘Gebeuren’ is niet een ervaring met een hoog emotioneel gehalte, maar het is iets dat te danken is aan het werk van God Zelf. Er wordt nu niet meer over een tekst gepreekt, dat schept alleen maar afstand, maar karakteristiek voor de preken van Hofacker is dat het een preken vanuit de bijbeltekst is. Prediker en hoorder blijven geen toeschouwers, maar dit is verkondiging waarbij prediker en hoorder in het hier en nu van de tekst geplaatst worden. De hoorder wordt niet alleen geïnformeerd over wat in het verleden gebeurde, maar hier zet de prediker een gebeuren in gang. Het handelen van God in de gemeente gaat boven het handelen van mensen.
SLAGKRACHT
Hofackers preken willen troosten, ze hebben een zielzorgelijke oriëntatie en hebben als zodanig ook een zielzorgelijke structuur. Zijn preken zijn uit op het behoud van mensen en leren zien op Gods reddende liefde in Christus. Zo blijkt uit beschrijvingen van het leven van Hofacker dat hij een sterk pastoraal bewogen predikant is geweest. De slagkracht van zijn preken bewerkte Hofacker niet door een perfecte methodiek, maar door de volmacht, ontvangen van de Heilige Geest. In zijn preken zegt hij niet dat er een Heilige Geest is, maar laat hij steeds Zijn werk zien. Wat de Geest doet, dat zegt hij uit. Door de verheerlijking van de gekruisigde Christus maakt de Geest de hoogmoedige zondaar ootmoedig. Door de Geest laat hij zich richten op het preekdoel: Christus verheerlijken. De Heilige Geest bindt Zijn werk voor de eer van Christus en heeft daarvoor geen schema en methode nodig.
GEHEIMENIS
Het is een groot verschil of de dogmatiek de zin formuleert dat de mens de beslissing neemt voor God, of dat de oproep tot zo’n beslissing in de volmacht van de Geest gepreekt wordt. Doe de sprong. Dit alles laat zich niet vast omschrijven. Hier is het geheimenis van het spreken van een mens die voor God staat en gelooft in de kracht van het Woord: predicatio verbum Dei verbum Dei est (de prediking van het Woord van God is het Woord van God). Hofackers ‘geloofssprong’ wijst op een terminologie die ook door Kierkegaard en Blumhardt gebruikt werd. Hofacker, eensdenkend met Luther die als geen ander de ‘sprong’ gewaagd heeft, is ook in dezen een sterke navolger. Het kale, naakte geloof dat enkel en alleen rust op de waarachtige beloften van God, krijgt nu een ander accent. Dat komt door de voortdurende aandacht voor het eigen hart en door de in de preek gebruikte thema’s die de activiteit van de wil aangeven. God werkt op Zijn genadevolle wijze in het leven van zondaren en zet hen in de ruimte zonder hun eigen werken. De zonde wordt scherp getekend en voor de natuurlijke mens is er bij Hofacker geen enkele speelruimte.
GETUIGENIS
Hofacker heeft geen eigen leerboek voor de prediking geschreven. Wel schreef hij in zijn korte leven pastoraal-theologische overwegingen aan ambtsbroeders. Zijn preekleer bestaat uit een boeteprediking aan de predikers zelf. Hij heeft gezien dat prediking een getuigenis is, geloofsgetuigenis. Hierbij vallen de uiterlijk kanten van methodiek en de kwaliteiten van de prediker om de hoorders te fascineren weg. Het is door de Geest gewerkte zielzorgelijke liefde, een spreken ‘in de geest van de Schrift’. Hoe is het te begrijpen dat een menselijk woord de blinden ziende maakt, de gebondenen vrij en de hoogmoedigen ootmoedig? Hoe kan Hofacker – die het eens was met de leer van de ‘geknechte wil’ – dan tot boete oproepen? Aan de ene kant is er bij hem de radicale zondeleer en oproep tot boete, zodat hij in één ademtocht kan zeggen dat Gods rijk niet tot een mens komt en dat het bij de mens echte ernst dient te zijn om dit te verlangen. Dat is het eerste, het uitzien naar vrije erbarming. Hij grijpt telkens de belofte van de Geest aan, dat God Zich tot de ellendige zal wenden. De talloze imperatieven in Hofackers preken, het werven, bidden, uitnodigen gebeurt in het vertrouwen dat de Heilige Geest met volmacht ingrijpt en de onvrije wil vrij maakt en de blinde doet zien. Hofacker geloofde dat Gods volmacht zich in zijn preken uitwerkt. Daarom stelt hij de mensen voor de geloofsbeslissing. De oproep tot zo’n beslissing wordt gepreekt in de volmacht van de Geest.
GELIJKTIJDIG
Dat Hofacker Christus’ tijd en zijn eigen tijd gelijktijdig maakt, is de kracht van zijn preken. Hierdoor komt er voor de gemeente een nieuw heden. De afstand tussen wat tweeduizend jaar geleden op Golgotha gebeurde en het leven van de hoorders van Hofackers preken is weg. Wat S. Gerssen heeft opgemerkt voor de preken van Kohlbrügge, kun je ook van Hofackers preken zeggen: ‘Men kan zeggen: dan wordt het verhaal verteld, maar dan wel zo dat de hoorder midden in dat verhaal wordt geplaatst om daar de levende God als de trooster der zielen te ontmoeten’. […] ‘Zo’n preek wordt bijna een lied waarin aanbidding en verkondiging haast ongemerkt in elkaar overvloeien’.
Dr. J. Kommers is hervormd emeritus predikant te Harderwijk en buitengewoon hoogleraar aan de North-West University in Potchefstroom, Zuid-Afrika.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's