De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bewerkt God het kwade?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bewerkt God het kwade?

De toorn van de HEERE ontbrandde opnieuw tegen Israël. Hij zette David tegen hen op door te zeggen: Ga Israël en Juda tellen. 2 Samuel 24:1

4 minuten leestijd

In 2 Samuel 24:1 staat: De toorn van de HEERE ontbrandde opnieuw tegen Israël. Hij zette David tegen hen op door te zeggen: Ga Israël en Juda tellen. Hier lijkt de HEERE de bewerker van het kwade te zijn. Hoe moeten we dat zien?

Inderdaad staat onomstreden vast dat de HEERE nooit de bewerker van het kwade is. Jakobus schrijft: ‘Laat niemand zeggen, als hij verzocht wordt: Ik word door God verzocht. God immers kan niet verzocht worden met het kwade en Hijzelf verzoekt niemand’ (1:13). In de kanttekeningen van de Statenvertaling lezen we hetzelfde met een uitleg erbij: ‘Te weten de Heere. Niet dat Hij zulks zou hebben ingegeven, maar omdat Hij, naar Zijn rechtvaardig oordeel, door Zijn verborgen regering de satan zulks heeft willen toelaten en hem gebruiken tot een verdiende bestraffing der Israëlieten en tot kastijding en vernedering van David.’

BETROKKENEN

ls de HEERE nooit de bewerker van het kwade is, waarom staat het in 2 Samuel 24:1 dan toch zo geschreven? Allereerst is het goed om op een rijtje te zetten wie er allemaal betrokken zijn bij deze pijnlijke geschiedenis. In de eerste plaats is dat het volk Israël dat door iets − voor ons onbekend wat − de toorn van de HEERE heeft opgeroepen, waarvoor het gestraft moet worden. In de tweede plaats is dat David, de man naar Gods hart, de gezalfde koning, met een eigen verantwoordelijkheid, maar ook zwak en zondig. Dat laatste bleek al eerder in zijn leven met Batséba. De woorden na verloop van negen maanden en twintig dagen in 2 Samuel 24:8 lijken deze zwarte bladzijde uit Davids leven in herinnering op te roepen. Of is dit te ver gezocht? In de derde plaats − de schrijver van 1 Kronieken 21:1 wijst ons daarop − is de satan erbij betrokken, die niets liever wil dan mensen verzoeken met als doel dat ze in de zonde vallen. In de vierde plaats is dat de HEERE, de God van Israël. Al met al voor ons heel ingewikkeld om te doorzien welke rol ieder in deze geschiedenis speelt. Duidelijk is in ieder geval dat de HEERE geen enkele blaam treft.

DAVID

De kant die de schrijver van 2 Samuel vooral belicht, is dat de HEERE, ondanks de verzoeking van satan (die Hij toelaat), de zwakte van koning David, toch uiteindelijk alle dingen bestuurt en laat meewerken aan het bereiken van Zijn doel (beter: doelen). Welke zijn die? In de eerste plaats aan Zijn verbondsvolk duidelijk maken dat Hij, de Verbondsgod (let op de naam HEERE), het terecht hoog opneemt als Zijn volk zondigt. Dat moet gestraft worden. Uit het woord opnieuw kunnen we opmaken dat er al eerder zo’n situatie is geweest. Hoogstwaarschijnlijk moeten we denken aan de driejarige hongersnood (2 Sam.21:1-14). In de tweede plaats wordt in deze geschiedenis duidelijk dat David, ook al wordt hij de man naar Gods hart genoemd en is hij de gezalfde koning, in zichzelf toch een zwak en zondig mens is. Ondanks de waarschuwing van Joab, gaf hij hoogmoedig opdracht om Israël en Juda te tellen. Zijn zonde is dat hij zijn vertrouwen stelde op zijn leger in plaats van op de HEERE.

SAUL

Dan rijst in 2 Samuel 24 de bange vraag: zal het met David precies zo aflopen als met Saul (zie het slot van 1 Samuel)? Zal satan toch uiteindelijk aan het langste eind trekken? Gelukkig niet, want – in de derde plaats – toont deze geschiedenis de grootheid en genade van de HEERE. Satans verzoeking moet bijdragen aan de eer van God. De HEERE straft de zonde van Zijn volk en David (in die volgorde), maar is ook genadig en vergeeft. Hij zorgt zelfs voor een plaats van verzoening, waar later Davids zoon Salomo een tempel zal bouwen. Koning David blijkt in deze geschiedenis niet de beloofde Messias te zijn. Zo mag vanuit dit gedeelte uitgezien worden naar de Zoon van David, Jezus Christus. Hij zal in de verzoekingen van de satan staande blijven en voor eens en altijd de verzoening bewerken en veilig stellen voor een ieder die in Hem gelooft.

Ds. C. Boele is hervormd predikant te Oud- Beijerland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bewerkt God het kwade?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's