De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De bekennende Kirche

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De bekennende Kirche

Veel Duitse christenen hadden toch vertrouwen in Hitler

8 minuten leestijd

Nu wij in deze dagen weer stilstaan bij de Tweede Wereldoorlog, is het bijna onvermijdelijk ook aan de houding van de kerken te denken. Vooral het verzet van de Duitse kerk verdient onze aandacht, maar dat blijkt heel moeizaam gestalte te hebben gekregen.

Van een afstand bezien lijkt het alsof velen de strijd met Hitler en de nazi’s aanbonden. Vooral de namen van Dietrich Bonhoeffer en Martin Niemöller zijn met die strijd verbonden. Maar wie van dichterbij kijkt, ontdekt dat zeker in de beginjaren de strijd een binnenkerkelijke strijd geweest is, waarbij het nazisme slechts een bijkomstige rol speelde.

BARMEN

De Belijdende Kerk (Bekennende Kirche) is ontstaan op de eerste Synode te Barmen in mei 1934, waar de Theologische Verklaring van Barmen is ontstaan, een belijdende tekst die ook onze Protestantse Kerk in artikel 1 van de kerkorde heeft opgenomen. Waarom was die Verklaring van Barmen eigenlijk nodig? Want toen Hitler aan de macht kwam, had hij in zijn regeringsverklaring uitgesproken dat het christendom de basis van de algemene moraal was. Hitler begon niet met een oorlogsverklaring aan kerk en christenen. Hij wilde juist samenwerking en dat gaf de kerk hoop.

ACHTER DE FÜHRER

Toch veranderde voor de Duitse evangelische kerk de situatie al snel. De reden daarvan lag in de politieke opstelling van de pressiegroep ‘Duitse christenen’ (Deutsche Christen). Zij wilden het nationaalsocialistische gedachtegoed tot basis maken van het kerkelijke leven. De Verklaring van Barmen verwerpt echter elke opvatting die de kerk tot een orgaan van de staat zou maken (art. 5). De ‘Duitse christenen’ stelden zich vierkant achter de Führer op. Zij waren ervan overtuigd dat Duitsland in een strijd van leven op dood met het bolsjewisme was verwikkeld. Ook stemden zij van harte in met de opdracht om het ras zuiver te houden van vreemde smetten. Ras, staat en volk waren scheppingsordeningen die het fundament vormden van de beschaving en vooral van het Duitse volk. Deze opvattingen brachten veel belijdende protestanten in grote verlegenheid. Dit dreef hen samen en zo kwamen de verontruste christenen in 1934 in Barmen bijeen. De directe aanleiding was kerkelijk van aard. Direct na het aantreden van Hitler als Rijkskanselier namen de ‘Duitse christenen’ de leiding van de Duitse Evangelische Kerk (DEK) in handen.

DICTAAT

De tegenstanders van de ‘Duitse christenen’ probeerden deze invloed te beperken. Hun bezwaren richtten zich vooral op het Führerprincipe, waardoor de kerk haar vrijheid kwijtraakte. De Ariërparagraaf, waardoor Joden tweederangsburgers werden, namen zij op de koop toe. Daar tegen de verwachtingen in de algemeen gerespecteerde Friedrich von Bodelschwing tot rijksbisschop werd benoemd – wat de invloed van de ‘Duitse christenen’ beperkte – was dat voor de staat voldoende reden om in te grijpen. De evangelische landskerken kregen een dictaat van de staat opgelegd. De kerk moest zich in leer en leven richten naar het motto: één volk, één rijk, één kerk. Deze ontwikkelingen mobiliseerden de tegenstanders van de ‘Duitse christenen’. Zij kwamen in Barmen bijeen om noodzakelijke maatregelen te treffen om als echte kerk te kunnen voortbestaan.

LANDSKERKEN

In mei 1934 was dus de eerste bijeenkomst (synode). Maar op deze eerste bijeenkomst tekenden zich reeds tegenstellingen af. Er waren namelijk landskerken (kerken van de deelstaten) waarvan de kerkelijke leiding nog intact was. Dat wil zeggen dat in die landskerken de kerkelijke leiding nog niet in de handen van de ‘Duitse christenen’ was gevallen. De belijdende christenen hadden zich nog gedeeltelijk in de leidinggevende posities kunnen handhaven. Daarnaast waren er ook vertegenwoordigers van landskerken die de zerstörte (vernielde) landskerken werden genoemd: de leiding was overgenomen door Hitlergezinde theologen. De kerken die nog op een normale wijze konden functioneren, werden vertegenwoordigd door hun bisschop. De bisschoppen die nog leiding konden geven, moesten wel op allerlei terreinen samenwerken met de ‘Duitse christenen’. Degenen die uit een ‘vernielde’ kerken kwamen, voelden heel weinig voor het sluiten van compromissen. Dit was de spanning die er vanaf het begin was. De spanning trad aan het licht op de tweede synode van de Belijdende Kerk, waar gesproken werd over een nieuwe kerkorde (kerkelijk noodrecht) voor al die gemeenten die de leiding van de ‘Duitse christenen’ niet erkenden. Maar dat stuitte op verzet van degenen die toch loyaal aan de kerk wilden blijven. De kwestie was dus: loyaal aan de kerk of loyaal aan de belijdenis?

SLUWE ZET

De tweede synode van de Belijdende Kerk kwam in oktober 1934 bijeen in Dahlem. Daar werd dus een eigen kerkorde van kracht. Want de Belijdende Kerk kon de Duitse Evangelische Kerk (DEK) niet meer als christelijke kerk erkennen. Dat was een unieke en krachtige daad van verzet, zeker als we bedenken dat twee landsbisschoppen hierbij betrokken waren. De synode koos een Broederraad, waarvan ook Karl Barth deel uitmaakte. Maar de reactie van de staat liet niet lang op zich wachten. Twee weken later ontving Hitler drie bisschoppen die zich onafhankelijk hadden verklaard: Meiser, Wurm en Marahrens. Tijdens dit onderhoud was Hitler zeer tegemoetkomend. Tegen alle verwachtingen in erkende hij de bisschoppen in hun nieuwe functie. Deze sluwe zet van Hitler had negatieve gevolgen voor de prille Belijdende Kerk. Want de bisschoppen wilden nu van de gunstige gelegenheid gebruikmaken door een nieuwe Broederraad te kiezen, die op Hitlers goedkeuring zou kunnen rekenen. Dit leidde tot fel protest van die leden die zich strijdbaar opstelden.

MACHTELOOS

Hoe was het mogelijk dat de leden van de Belijdende Kerk zo snel door Hitler tegen elkaar werden uitgespeeld en machteloos werden gemaakt? Om de tactiek van de bisschoppen enigszins te begrijpen, moeten we in het oog houden dat de Belijdende Kerk niet geboren was uit verzet tegen Hitler, maar uit verzet tegen de ‘Duitse christenen’. Dezen stelden alles in het werk om de belijdenis van de kerk te ontkrachten en deden hun uiterste best om een nieuw heidendom in te voeren (hier moet vooral de invloed van Alfred Rosenberg genoemd worden, die het racistische boek De mythe van de 20e eeuw schreef ). Daarnaast is het zo dat veel belijdende christenen in de jaren dertig toch vertrouwen hadden in Hitler. Dat vertrouwen was mede gebaseerd op artikel 24 van het partijprogramma van de NSDAP. Want in artikel 24 is vastgelegd dat de partij op het standpunt van een positief christendom staat (over dat woordje ‘positief ’ is veel discussie geweest). De NSDAP was dus een christelijke partij! Wie zich hierdoor zand in de ogen liet strooien, was bereid om een heel eind mee te gaan met de standpunten van de nazi’s.

NAZIPROGRAMMA

In dat zelfde artikel 24 waren echter ook heel andere dingen vastgelegd. Verklaard wordt dat er vrijheid is voor alle religieuze uitingen voor zover die niet in strijd zijn met het gevoel van zedelijkheid van het Germaanse ras. En er staat nog meer in: de partij bestrijdt de joods-materialistische geest, de partij is ervan overtuigd dat een effectieve genezing van het volk moet plaats vinden onder het motto: algemeen nut gaat voor eigennut (Gemeinnutz vor Eigennutz). In artikel 24 lezen we dus het hele naziprogramma: de Germanen zijn het zuivere ras (de kerk mag daarop geen kritiek hebben; dus wordt haar mond gesnoerd), de Joden moeten bestreden worden en het volk moet genezen worden, wat betekent dat de gehandicapte mensen moeten wijken voor het algemene nut, namelijk de ‘genezing’ van het volk. Toch werd artikel 24 door veel mensen van de Belijdende Kerk geaccepteerd. De Belijdende Kerk moest dus van heel ver komen. Het accent op raszuiverheid werd door veel christenen verdedigd met een beroep op de Bijbel. Daarbij kwam het feit dat de eenheid van volk en kerk voor bijna alle lutherse protestanten onopgeefbaar was. Maar ook protestanten die juist geen voorstander waren van de eenheid van volk en kerk, de zogenaamde vrije kerken – zoals baptisten- en pinkstergemeenten – waren voorstander van het zuiver houden van volk en ras. Maar ook daar klonken tegenstemmen. Zo schreef een docent, verbonden aan een predikantenseminarie, dat Paulus geen predikant in Pruisen zou kunnen zijn.

BREUK

Terug naar Barmen. Het is niet vreemd dat na Barmen-2 de wegen uiteengingen. De zogenaamde Dahlemitische stroming was niet bereid om compromissen te sluiten met de nationaalsocialisten, de anderen (de bisschoppen) deden dat wel, vooral Marahrens. Dit was de eerste diepingrijpende breuk in de Bekennende Kirche. De echte strijd moest toen nog beginnen. Hermann Blendinger schrijft in een studie (over de Belijdende Kerk in Beieren) dat na de oorlog al snel de legende ontstond van de dappere Duitse kerk. In een recente bundel (2012) ter herinnering aan de Belijdende Kerk wijst de historicus Günther van Norden erop dat tegenwoordig de neiging bestaat om de geschiedenis umzudeuten en de grote evangelische volkskerk tot verzetskerk te verklaren. Het is geboden, zo benadrukt hij, erop te wijzen dat er een kleine bevende (zitternde) Belijdende Kerk was, die, zo vervolgt hij, God zij dank zijn mond voor de stommen heeft opengedaan (Das verdrängte Erbe der Bekennenden Kirche, 26).

DUBBELE STRIJD

Uit dit korte overzicht mag blijken dat belijdende christenen die niet compromisbereid waren, op twee fronten moesten strijden: een interne strijd tegen meegaande belijdende christenen en een externe strijd tegen de echte vijand: Hitler en zijn systeem. Degenen die die dubbele strijd gevoerd hebben, verdienen het daarom des te meer om met eerbied herdacht te worden.

Dr. A.A.A. Prosman is hervormd emeritus predikant te Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De bekennende Kirche

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's