Aan God genoeg hebben
Meditatie: Psalm 131:1 HEERE, mijn hart is niet hoogmoedig, mijn ogen zijn niet trots, ook wandel ik niet in dingen die te groot en te wonderlijk voor mij zijn.
Wat heeft David het toch goed met zichzelf getroffen. Zie mij eens, zo lijkt hij te zeggen. Of moeten we de psalm anders lezen? Als iets dat hij door schade en schande heen geleerd heeft? Als iets waarvan hij hoopt dat wij het op onze pelgrimsreis naar het vaderhuis ook leren?
Ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten, en zit in ’t binnenst van mijn ziel ten troon.’ Deze schokkende regel dichtte Willem Kloos in 1917. Staat de hedendaagse mens niet vaak zo in het leven? Zelfbewust, erg gesteld op zijn persoonlijke vrijheid. ‘Dat bepaal ik toch nog wel even zelf ’, zeggen we dan. De kerkvader Gregorius de Grote zei het al: ‘Hoogmoed is de wortel van alle kwaad.’ Augustinus verwoordde het zo: ‘Hoogmoed is de oorsprong en oorzaak van alle zonden.’ Met de hoogmoed is het in Genesis 3 begonnen: zelf willen bepalen wat goed en kwaad is. Zelf de touwtjes van je leven in handen houden. Weigeren God te erkennen als je Schepper van Wie je afhankelijk bent. Weigeren God te erkennen als je Koning, Die weet wat goed voor je is.
MENS ZIJN
Hoogmoed zit in ons. Hoe gaan we ermee om? De dichter van Psalm 131 weet het antwoord. Hij zegt: ‘Ik wil dit niet meer. Ik stap van die troon af. Ik heb het door schade en schande geleerd: Heere, U bent God en ik ben mens. U bent koning. U mag het zeggen. Ik wil nederig zijn. Ik wil mens zijn. Dat is: mijn plaats weten tegenover U.’ Augustinus schrijft: ‘Ootmoed is het eerste en het laatste gebod van de christelijke religie. Niet zozeer omdat er geen andere geboden zouden zijn, maar omdat wij geen goed kunnen doen, tenzij de ootmoed aan onze werken voorafgaat, ermee samengaat en erop volgt.’ Niet hoogmoedig is mijn hart, maar nederig en ootmoedig. ‘Mijn ogen zijn niet trots.’ Wat stralen we uit? Trots? Kracht? ‘Wie kan mij wat maken? Ik doe het niet onaardig (leuke vrouw, kinderen doen het goed op school, geen onaardige baan, sociaal, huis dat lang niet iedereen kan betalen)’. Is het lastig om bescheiden te blijven? Het verlangen om bewonderd willen worden leeft in ons allemaal. Wat zijn we goed in het stellen van deze vraag: ‘Wie ben ik? Wie ben ik in vergelijking met anderen?’ Onze tijd vraagt om mensen die zichzelf kunnen verkopen. Tijdens een sollicitatiegesprek wordt gevraagd: ‘Overtuig mij maar waarom ik jou moet aannemen!’ Zo worden we gedwongen om onbescheiden te zijn.
GEHEIM
Hoe verhoudt zich dat tot ‘mijn ogen zijn niet trots’? Laten we ons ook bijsturen? Misschien is het nodig. ‘Heere, ik doe er niet meer aan mee. Zo wil ik niet in het leven staan. Ik word er zo moe van: altijd maar bezig zijn met mezelf, met dat wat anderen van mij vinden. Ik wil niet meer gevangen zitten in het verlangen naar aandacht, bewondering en waardering. Ik wil het niet meer: steeds maar vergelijken. Mezelf de grond in stampen of onder de indruk zijn van mezelf. Ik wil bescheiden zijn.’ Wat is het geheim? We moeten oog krijgen voor God. Hij is onze Schepper. Hij heeft ons mooi, goed en waardevol geschapen. Dat mag rust geven. Het maakt ook bescheiden, echt bescheiden. Wandelen in dingen die te groot en te wonderlijk voor je zijn, dingen die je macht te boven gaan, die voor jou te hoog gegrepen zijn – is dat ook niet een gevaar dat ons vandaag bedreigt? Velen van ons voelen zich opgejaagd en zijn gestrest. Velen van ons lopen op hun tenen omdat ze te veel ballen in de lucht willen houden. Moeten we dan niet iets met Psalm 131:1c? Ambities hebben is niet verkeerd, maar er moet wel ergens een grens zijn. We mogen onze talenten niet begraven, maar moeten we daarom altijd maar jagen, draven, stressen? Is het echt zo erg om soms ook een stapje terug te doen?
VRAGEN
Zijn wij tevreden mensen? Waar dromen we van? Zijn we gemakkelijk te verleiden tot de aanschaf van iets wat we helemaal niet nodig hebben? Ben je gevoelig voor het groene gras dat bij de buren groeit? Dat zijn vragen om mee tot onszelf in te keren, opdat we tevreden leren zijn met dat wat God ons geeft, met ‘het goddelijke beroep’ waar God ons toe roept. De God van Israël, JHWH, is het geheim. Wie op Hem hoopt, op Hem gericht is, op Hem vertrouwt, zal leren om zijn eigen ambities in Gods hand te leggen en te vragen: ‘Wat wilt U?’ Die zal belijden: ‘Aan U heb ik genoeg. U bent het die mijn hart en leven vult.’
Ds. L.J. Vogelaar is hervormd predikant te Den Haag
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's