Boekbesprekingen
Alister McGrath C.S. Lewis. Excentriek genie, onwillige profeet. Uitg. Groen, Heerenveen; 512 blz.; € 24,95
Ter gelegenheid van Lewis’ vijftigste sterfdag verscheen een zeer leesbare biografie van C.S. Lewis van de hand van Alister Mc- Grath. In goed 500 bladzijden laat McGrath het leven van Lewis de revue passeren. Vijftien hoofdstukken vertellen achtereenvolgens over Lewis’ jeugd in Belfast, zijn schooltijd en zijn eerste stappen in de studentenwereld van Oxford, zijn militaire loopbaan (gewond in Frankrijk in 1918), zijn naoorlogse studietijd te Oxford, waar hij drie studies cum laude afrondde, zijn relatie tot mevrouw Moore, de moeder van een vriend, zijn eerste stappen op de academische ladder als docent filosofie en geschiedenis van de Engelse literatuur tot 1800. Uitvoerig staat McGrath stil bij de weg die leidde tot Lewis’ bekering. Nieuw is dat Mc- Grath de bekering van Lewis een jaar later stelt dan Lewis zelf dat in zijn autobiografie Verrast door vreugde doet. Daarna beschrijft McGrath hoe Lewis’ weg naar roem verliep. Algauw doet Lewis van die weg verslag in De kromme en de rechte weg, een boek dat doet denken aan Bunyan’s Pelgrimsreis. Dan begint een stroom van publicaties van zijn hand te verschijnen. Literatuurhistorisch werk, de eerste van drie sciencefiction romans, zijn bekende Het probleem van het lijden en, zeer fundamenteel voor zijn denken, De afschaffing van de mens. Het voert te ver om in deze bespreking al Lewis’ werk de revue te laten passeren. Ik volsta verder met het noemen van de zeven Kronieken van Narnia, zijn roman Het wordend aangezicht en de vele artikelen en lezingen die hij op verzoek publiceerde. Wat blijft hangen na het lezen van McGraths biografie, is allereerst de veelzijdigheid en de toegankelijkheid van Lewis. Of het nu gaat over middeleeuwse literatuur, filosofisch werk, fictie of theologische bespiegelingen, Lewis is altijd leesbaar en begrijpelijk. Het tweede dat mij opviel, is dat Lewis zich niet laat meeslepen door de actualiteit van de dag maar daar wel op ingaat. Tegelijk is hij daarbij bijkans profetisch. Veel van wat hij schreef in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw is vandaag voluit relevant in discussies rond ethiek en apologetiek. Het derde dat McGrath terecht opmerkt, is dat Lewis zijn grenzen kende. Hij realiseerde zich dat zijn filosofische vooronderstellingen niet meer gedeeld werden door jongere tijdgenoten. Maar in De Kronieken van Narnia heeft Lewis het christelijk geloof zeker zo effectief onder woorden gebracht als in zijn meer wijsgerig-theologische werk. Daarbij merk ik als vierde op dat McGrath Lewis’ ondeugden niet verbloemt: Lewis stelde zijn schooltijd donkerder voor dan die in werkelijkheid was en hij misleidde zijn vader ten aanzien van zijn omgang met mevrouw Moore. McGrath laat ook blijken dat Lewis, hoewel hij geen academisch geschoolde theoloog was, toch werkelijk God-geleerd genoemd kon worden en dat daarom zijn theologische werk serieus genomen moet worden. Het verwijt van de kant van vaktheologen − schoenmaker, blijf bij je leest − is dus niet terecht. Hoeveel mensen door het werk van deze (amateur)theoloog tot (dieper) geloof zijn gekomen, onder de zegen van God, is niet te tellen. Lewis noemde zichzelf een Mere christian. Hij bedoelde daarmee dat het hem ging om het hart van het christelijk geloof: om Jezus Christus en Die gekruisigd. Dat hij soms heilige huisjes omver schopte, is helemaal waar. Zo wilde hij zich niet vastleggen op de ene of de andere theorie van de verzoening. Wij worden tenslotte verlost door het offer van Christus aan het kruis, niet door onze uitleg daarvan. Toch blijft er aan het eind van deze bespreking het gevoel hangen dat McGrath meer had kunnen doen, dat er her en der in zijn biografie losse draadjes zijn die nog even doorgestopt hadden moeten worden. Maar niettemin, wie Lewis en zijn werk nog niet kent, vindt in dit boek hierop een goede inleiding.
H. VAN WINGERDEN, BEDUM
Frank Westerman Stikvallei. Uitg. De Bezige Bij, Amsterdam; 318 blz.; € 19,90
Frank Westerman hoort in Nederland als schrijver van non-fictie tot de begenadigde auteurs die de geschiedenis kunnen ontrafelen en vertellen – en daarom verbaast het niet dat zijn boeken reeds in veertig talen te lezen zijn. In Stikvallei onderzoekt hij wat de achtergrond was van de ramp in de Nyosvallei in Kameroen in augustus 1986, waarbij 1746 mannen, vrouwen en kinderen de dood vinden en dieren neervallen in het gras, alles zonder dat er schade zichtbaar is. Hoe kon er een levensgevaarlijk gas uit het water van het Nyos-meer opstijgen? Raakte het kratermeer geleidelijk aan verzadigd met CO2 uit de diepe aardkorst tot het punt waarop een verstoring het gas deed vrijkomen? Als historicus geeft hij al snel zijn levensbeschouwelijke visitekaartje: ‘Gaat het om levensvragen, dan vertrouwt het gros van de wereldbevolking liever op fictie dan op feiten.’ Tot die fictie behoort voor hem ‘de oorsprongslegende van Genesis, dat de slang in het paradijs het onrecht in de wereld heeft gebracht’. Westerman zoekt echter naar feiten, harde feiten. Die feiten zijn dat mens en dier omkomen, terwijl er geen schade is aan hutten en kraampjes. In het eerste deel gaat de auteur op zoek naar door de vulkanologie geleverde wetenschappelijke bewijzen voor de ramp, ondanks een ‘gekmakende schaarste aan sporen’. Het debat van de vulkanologie maakt hem niet alleen kritisch over de wetenschap, maar heeft ook gevolgen voor de bevolking van de dodenvallei. Immers, ‘niemand mag terug naar huis zolang de wetenschappers bekvechten over de oorzaak van de ramp en de methode om de dodenvallei veilig te maken’. In het volgende deel belicht Westerman de vraag waarom overlevenden uit de dodenvallei ‘als verdwaasd in de armen van missionarissen vallen’? Hij is verbaasd door de grote hoeveelheid christenen. ‘Op zondag verandert Bamenda (een stad in noordwest- Kameroen, red.) in één grote biddende put.’ In zijn onderzoek stuit Westerman op lokale mythes, zoals die dat de leiders van Kameroen (Franstalig) iets dodelijks in het meer tot ontploffing brachten om de bevolking van West-Kameroen (Engelstalig Fulani- stammen) te reduceren, klein te houden als een opgejaagd volk. Stikvallei brengt een ramp voor een Afrikaans land – ik lees over ‘het Hiroshima van Kameroen’ – op een boeiende manier tot leven, legt de vinger bij het beperkte van de wetenschap en geeft inzicht hoe buitenstaanders tegen het werk van zendelingen aankijken.
P.J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's