De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk als oefenplaats

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk als oefenplaats

Bezinning op vragen rond homoseksualiteit is eind op weg

7 minuten leestijd

Op 19 februari jongstleden waren velen, ambtsdragers en andere gemeenteleden, jongeren en ouderen, in gebouw t Visnet in Huizen bijeen om samen na te denken over Visie op en omgaan met homoseksualiteit. Het was een waardige studiedag.

Bij de vele aanwezigen leefde kennelijk een besef van urgentie. En wel vanuit puur pastorale overwegingen, omdat het om mensen gaat. Of, zoals voorzitter ds. A.J. Mensink het verwoordde in zijn openingswoord naar aanleiding van 2 Timotheüs 3:14-17, omdat het om ‘de mens Gods’ gaat. Dat wil zeggen: de mens die God toebehoort. Het gaat om het antwoord dat we − wij allemaal, en ieder voor zich persoonlijk − op alle terreinen van het leven, dus ook op het terrein van de seksualiteit, geven op de roepstem van God.

Hoe ver we zijn
We zijn naar mijn inschatting in onze kring in de bezinning op vragen rond homoseksualiteit een stuk op weg. We zijn inmiddels kennelijk zo ver dat er tijdens een studiedag op goede toon gesproken kan worden over gevoelens van mensen en er bewogen aandacht is voor de eenzaamheid en nood van broeders en zusters. Waar het specifiek gaat over homoseksuele gemeenteleden, is helder geworden dat er niet óver en zónder hen, maar mét hen − en zo óver hen en de heteroseksuele gemeenteleden samen − gesproken dient te worden. Dus niet een gemeenteavond of een catechese- uur over het probleem van de homoseksualiteit, maar over ons aller omgaan met seksualiteit, waarbij HOE VER WE ZIJN We zijn naar mijn inschatting in onze kring in de bezinning op vragen rond homoseksualiteit een stuk op weg. We zijn inmiddels kennelijk zo ver dat er tijdens een studiedag op goede toon gesproken kan worden over gevoelens van mensen en er bewogen aandacht is voor de eenzaamheid en nood van broeders en zusters. Waar het specifiek gaat over homoseksuele gemeenteleden, is helder geworden dat er niet óver en zónder hen, maar mét hen − en zo óver hen en de heteroseksuele gemeenteleden samen − gesproken dient te worden. Dus niet een gemeenteavond of een catechese- uur over het probleem van de homoseksualiteit, maar over ons aller omgaan met seksualiteit, waarbij.
Vanuit invoelingsvermogen in de zwaarte van de problematiek beseffen we dat er gewerkt moet blijven worden aan een veilig klimaat, waarin openheid niet bedreigend is. Dat lang niet iedereen in de gereformeerde gezindte zo ver is, bleek weer eens uit recente discussies in het Reformatorisch Dagblad. Een scribent meende dat de homoseksuele gemeenteleden hun gevoelens maar moesten ontkennen en verzwijgen, omdat deze toch alleen maar als zondig bestempeld konden worden. Zo’n benadering maakt duidelijk dat er nog een slag te winnen is. In dit verband noem ik met veel waardering het moedige artikel van de hersteld hervormde ds. D. Burggraaf, vorige week in het RD, waarin hij zijn homoseksuele geaardheid verwoordde, jarenlang onbewust en begraven onder allerlei omstandigheden.
Er is in elk geval sprake van een behoorlijk grote ongelijktijdigheid in de bezinning op de vragen die zich hier voordoen

Knopen
In Huizen was er een begin van discussie over hermeneutische (hermeneutiek is de (bijbel)tekstuitleg) vragen rond homoseksualiteit. Fijn dat dr. A.A.A. Prosman als auteur van het belangwekkende boek Homoseksualiteit tussen Bijbel en actualiteit. Een poging tot verheldering hieraan deelnam, terwijl ook de scriba van de Protestantse Kerk, dr. A.J. Plaisier, zich niet onbetuigd liet. Er ontspon zich een openhartig en spannend gesprek. De punten die dr. Plaisier aandroeg, vragen om diepgaande bezinning. Belangrijk is daarbij het perspectief waarin Plaisier deze bezinning plaatste: Christus is voor de gelovigen hun diepste identiteit. In trouw aan de Naam van Jezus is de kerk een oefenplaats waarin met uiterst lastige vragen liefdevol wordt omgegaan.
Opnieuw werd duidelijk dat de wegen binnen de kerk uiteengaan op het punt van de beoordeling van homoseksuele relaties. Legt de één de nadruk op verschuivingen in de moraal met een beroep op de voortgaande leiding van de Heilige Geest, dan wijst de ander op de blijvende ordeningen van God die al met de schepping gegeven zijn. Dit gesprek gaat door, terwijl kerkenraden intussen geroepen zijn beleid te maken en keuzes vast te leggen in beleidsplannen. Ze moeten knopen doorhakken in heel concrete situaties, met alle directe gevolgen voor betrokken gemeenteleden. Hoe belangrijk is het dan in elk geval tijdig de bezinning op verantwoord handelen in dezen te hebben ingezet en niet te wachten tot zich een concrete casus voordoet. We dienen voor onszelf helder te hebben welke keuzes we maken en welke wissels we passeren in ons beroep op de Bijbel en vervolgens over deze keuzes transparant te zijn. Dus helder en tijdig communiceren wat het beleid is en op elke overwegingen dit is gebaseerd.
Ds. A. Baas, hervormd predikant te Apeldoorn, stelde tijdens de conferentie de indringende vraag hoe het toch komt dat onze homoseksuele gemeenteleden zo weinig open zijn ten opzichte van hun predikant. Bemerken ze wel het open oor en liefdevol hart van de herders in navolging van de grote Pastor, Jezus Zelf ? Of, zoals een andere broeder opmerkte: als er één plaats is waar mensen niet eenzaam mogen zijn, dan is het in de kerk.

Hoe verder
Een bezinningsdag zoals in Huizen is niet vrijblijvend. Wanneer ieder weer huiswaarts is gegaan, ligt daar de vraag: wat doen we in de eigen gemeente, in eigen omgeving met wat ons tijdens zo’n bewogen dag is aangereikt? Is er in onze gemeente inmiddels al een veilig klimaat waarin, zoals in ’t Visnet gebeurde, jonge mensen vrijmoedig kunnen spreken over hun ervaringen als homoseksueel gemeentelid? Zolang er onder ons zijn die zich eenzaam voelen, afgewezen en als minderwaardig beschouwd vanwege hun seksuele geaardheid, zo lang is er om Christus’ wil werk aan de winkel. Ik herinner mij met schaamte hoe rond de kerkhereniging in 2004 in bepaalde kringen de radicale afwijzing van homoseksuele relaties werd aangevoerd als lakmoesproef van rechtzinnigheid. Broeders en zusters met een homoseksuele geaardheid voelden zich eens te meer in de knel gebracht en opgeofferd aan kerkpolitieke overwegingen en strategieën. Gelukkig is die kruitdamp opgetrokken.
Laat het nu zo mogen zijn dat de buitenwacht over orthodoxprotestantse kerken niet alleen weet dat deze tegen homoseksuele relaties zijn. Er is iets grondig mis wanneer dat het enige of het overheersende is dat naar buiten toe doordringt. Het moet veelmeer zo zijn dat de onderlinge liefde, de hartelijke verbondenheid, het omzien naar elkaar en het dragen van elkaars lasten beeldbepalend zijn. Alleen wanneer de gemeente van Christus zich als zorgzame en liefdevolle gemeenschap manifesteert, is zij een leesbare brief van Christus.
Dat is zij dan ook waar ze niet met de heersende moraal meegaat en haar eigen christelijke levensstijl vol overtuiging handhaaft.


CHRISTELIJK GEREFORMEERDE HANDREIKING
Binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken heeft bezinning op vragen rond homoseksualiteit geleid tot aanvaarding door de synode van een visiedocument ‘Homoseksualiteit en homoseksuele relaties’ (2013). In de pers is voornamelijk tot uiting gekomen dat in deze nota homoseksuele relaties, ook wanneer deze in liefde en trouw worden beleefd, worden afgewezen. Een belangrijk onderdeel van het visiedocument blijft daarbij onderbelicht. Dat betreft de uitvoerige handreiking wat betreft de gewenste pastorale benadering van homoseksuele gemeenteleden. Als pastoraal principe wordt hier geformuleerd dat broeders of zusters met een homoseksuele gerichtheid als volwaardige en gelijkwaardige leden van de gemeente worden ontvangen.
Ik citeer: ‘Als een schepsel van God even kostbaar als elk ander. Als een gevallen mens even vatbaar voor de zonde, maar ook even vindbaar voor de genade van God in Jezus Christus. Door dezelfde kracht van de heilige Geest wendbaar als iedere gelovige om zich van de duisternis af te keren naar het licht. En even weerbaar in de strijd. Inzetbaar ook voor taken in de gemeente waarbij niet de seksuele gerichtheid maar de geestelijke gave beslissend is. Tegelijk op eigen wijze kwetsbaar.’ Vanwege deze eigen, specifieke kwetsbaarheid verdient dit gemeentelid bijzondere aandacht, zo wordt betoogd. Waardevolle overwegingen over de pastorale positie en het pastoraal perspectief volgen. Belangrijk is het getekende pastoraal profiel: bewogenheid, luisteren, vervolgens
spreken, openheid en ook humor. Een concrete aanbeveling luidt: ’De kerk zou er goed aan doen na te denken over omgangsvormen en pleisterplaatsen binnen de gemeente waarin homoseksueel georiënteerde broeders en zusters die in seksuele onthouding willen leven toch vriendschap en genegenheid kunnen vinden bij elkaar en bij anderen.’ De gemeente zou van harte, royaal en zonder wantrouwen ruimte moeten bieden aan dergelijke initiatieven. Mooi is ook de uitdrukking van prof.dr. J. Douma die geciteerd wordt: ‘Niet al wat miserabel is, is censurabel’. Ik acht dit rapport een wezenlijke bijdrage tot pastorale oriëntatie, waarmee zeker ook hervormd-gereformeerde kerkenraden hun winst kunnen doen.


Prof.dr. J. Hoek is namens de Gereformeerde Bond bijzonder hoogleraar gereformeerde spiritualiteit aan de PThU te Groningen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Kerk als oefenplaats

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's