Een stuwmotor
Heilige Geest brengt geschiedenis van schepping naar voleinding
Als er één werkwoord kenmerkend is voor de Heilige Geest, dan is het stuwen. Dat is voortdrijven, vooruitduwen, voortjagen. Het synoniemenwoordenboek geeft een scala aan dynamische werkwoorden. Het werk van de Geest is doelgericht, gericht op de voleinding.
Uit Handelingen 2 blijkt dat Christus bij de uitstorting van de Geest Zijn gemeente op het oog had.
De Heil’ge Geest, die haar de toekomst spelt, doet aan Gods kerk zijn heilgeheimen weten;
Hij, die haar leidt en in de waarheid stelt,
heeft zijn bestek met wijsheid uitgemeten;
Hij trekt met heel zijn kerk van land tot land als Gods gezant. (Gez.304)
Hij loodst de gemeente door de tijd en de geschiedenis naar het Vaderhuis. Hij gaat haar voor en staat haar bij. Hij brengt haar telkens tot nieuwe en diepere inzichten in de Schrift, wijst haar terecht en vernieuwt haar. Bij dat geleiden worden de gemeenteleden zélf ingeschakeld. De Geest komt in hen wonen (Joh.14:17). Door die inwoning brengt Hij hen ertoe dat zij er – ondanks strijd en moeite – in vrijheid voor kiezen de weg te gaan die Hij wijst. Zo geeft Hij leiding aan de kerk en aan je leven als christen. En tegelijk stuwt Hij de geschiedenis van de schepping naar de voleinding.
PROFETIE VAN JOËL
De apostel Petrus verbindt in zijn pinkstertoespraak (Hand.2:14v.v.) de uitstorting van de Geest met de profetie van Joël uit hoofdstuk 2:28-32. In die profetie belooft God, voordat Hij op de grote en ontzagwekkende dag van de HEERE oordelend in de richting van Zijn vijanden en bevrijdend ten aanzien van het volk Israël zal optreden, Zijn Geest uit te storten. En dan niet slechts op enkelingen maar op álle Israëlieten. Aan deze dag zullen ook wondertekenen in de hemel en op de aarde, zoals bloed, vuur en rookwalm, voorafgaan. Zoals de plagen in Egypte voorafgingen aan de uittocht, gaan deze tekenen vooraf aan Gods bevrijdend ingrijpen ten aanzien van Zijn volk. Wanneer spotters op de eerste pinksterdag het spreken in vreemde talen afdoen als dronkemansgelal, verklaart Petrus dat hier geen alcohol in het spel is, maar dat het gaat om een eerste vervulling van wat Joël voorzegd heeft. De Geest is uitgestort op de gehele christelijke gemeente. Net als andere nieuwtestamentische schrijvers laat Petrus deze dag van de HEERE samenvallen.
met de verschijning van Christus in heerlijkheid én daaraan gekoppeld met de geboorte van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, Openbaring 21. Bovendien verandert hij het woord ‘daarna’ van de profetie in ‘In de laatste dagen’. Met de uitstorting van de Geest is dus de eindtijd begonnen. Vanaf heden drijft de Geest de geschiedenis onweerstaanbaar naar het einde, naar de voleinding.
INGEKORTE DAGEN
Zoals aan een geboorte weeën voorafgaan, gaan aan de dag van Jezus’ verschijning in heerlijkheid én de definitieve doorbraak van Gods Toekomst wonderen en tekenen vooraf. Bloed wijst in de richting van oorlogen, waarbij de aarde doordrenkt wordt van bloed. Bij vuur en rookwalm kun je denken aan vulkaanuitbarstingen. Het gaat bij deze wonderen en tekenen dus zowel om natuurrampen met een kosmische uitstraling als over oorlogen en rampen die mensen veroorzaken. Het voortstuwend karakter van de Geest komt expliciet naar voren in het gegeven dat deze donkere dagen ‘ingekort’ zullen worden (Mark.13:20). ‘Ingekort’ wil zeggen dat deze periode in elkaar gedrukt wordt als een harmonica, met als gevolg dat er een versnelling van de tijd en een toename van het aantal tekenen en wonderen zal plaatshebben.
Wat zich eerst in een eeuw tijds afspeelde, gebeurt dan in een veel korter tijdvak. Is dat niet herkenbaar in onze tijd? Het levenstempo wordt immers steeds meer opgedreven. We zijn getuige van (natuur)rampen waarvan we de frequentie en de ernst – denk bijvoorbeeld aan het enorme bloedvergieten in de beide wereldoorlogen van de vorige eeuw – zien toenemen?
Je kunt deze versnelling en verheviging niet rechtstreeks aan de Geest toeschrijven. Ook Gods tegenstander speelt hierin een rol (Op.12:12). Maar wel is duidelijk dat de Geest door dit alles heen de geschiedenis stuwt in de richting van Jezus’ verschijning aan het einde der tijden.
JEZUS ALS RECHTER
Aan Jezus’ komst in heerlijkheid is onlosmakelijk verbonden dat Hij de levenden en de doden zal oordelen. Dr. J. Hoek beziet in zijn boek Hoop op God. Eschatologische verwachting dit oordelen vanuit drie gezichtspunten. Het zal primair een dag van rechtzetting zijn. Christus komt om eindelijk gerechtigheid te doen triomferen en de volmaakte harmonie te herstellen (zie Ps.98).
Vervolgens zal op die dag de aangekondigde grote scheiding plaatsvinden (Matt.25:31-46). Wij worden als mens serieus genomen in onze verantwoordelijkheid en Christus komt terug op ons geleefde leven.
Het derde gezichtspunt is dat op deze dag volstrekt duidelijk zal worden dat de levende God vrij is van alle onrecht waarvan mensen Hem in hun hoogmoed en waanwijsheid hebben beschuldigd (Ps.92:16b).
Het is de Geest in zijn opstuwende werk uiteindelijk te doen om de verheerlijking van de Schepper, de loutering van deze vervuilde schepping en de Thuiskomst van Gods gemeente.
GELOOFSAANDACHT
Mogelijk cirkelt onze geloofsaandacht met name om de vraag naar ons behoud. Het kan ook zijn dat we er vooral naar verlangen dat eindelijk duidelijk zal worden dat de HEERE in Zijn doen en laten rechtvaardig is (geweest). Je geloofsaandacht is dan méér gericht op de verheerlijking van de Schepper en de loutering van de schepping dan op de vraag naar je eigen behoud. Je bent in je geloofsaandacht meer op God gericht dan betrokken op jezelf. We mogen deze aandachtspunten niet tegenover elkaar uitspelen, want in een oprecht geloof hebben beide hun rechtmatige plaats. Het gaat om datgene waar je geloofsaandacht vooral op gericht is.
In pastorale contacten hoor ik (oudere) gemeenteleden regelmatig vertellen over een ontwikkeling in hun geloofsaandacht. In hun jeugd domineerde de vraag naar hun eeuwig behoud. Toen zij de HEERE beter leerden kennen en meer leerden vertrouwen, verschoof die vraag in de richting van verlangen dat deze goede God verheerlijkt zal worden. Hun geloofsaandacht is er nu vooral op gericht dat de HEERE aan Zijn eer komt.
Deze ontwikkeling kun je ‘groeien naar een volwassen of rijp geloof ’ noemen. In Efeze 4:13 v.v. geeft Paulus daar een beschrijving van door het beeld van een jong kind en een volwassen man te gebruiken.
GELOOFSVOLWASSENHEID
Geloofsrijpheid is geen product van eigen bodem. Wij zijn niet in staat onszelf los te maken van zelfbetrokkenheid, fixaties en remmingen op geloofsgebied. Dat is het werk van de Geest. De zelfbetrokkenheid en de remmingen zijn echter zo sterk dat de Geest werkelijk krachtig moet ingrijpen om deze omslag in de gerichtheid van onze geloofsaandacht te bewerkstelligen. Vandaar dat we moeten zeggen dat de Geest ons moet stuwen en duwen in de richting van geloofsvolwassenheid. Dat levert ons innerlijk een boel onrust en strijd op. Maar juist in die voor ons besef negatieve onrust mogen wij de Geest opmerken, die ons stuwt en duwt.
Waar Hij ons uiteindelijk naartoe drijft, vinden wij getekend in het ontroerende beeld van de vierentwintig ouderlingen die zichzelf én hun kronen voor de troon van God werpen en Hem verheerlijken (Openb.4:10). Deze volkomen gerichtheid op de HEERE valt ons pas achter de dood in Gods heerlijkheid ten deel. Maar nu reeds kun je ernaar verlangen deze goede en rechtvaardige God met alles wat in je is volmaakt te dienen. Niet alleen in de negatieve onrust, maar ook in dit tere verlangen mogen wij de Geest als stuwmotor ervaren.
Ds. H.G. de Graaff is hervormd emeritus predikant te Nieuwerbrug.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's