Globaal bekeken
Jan Siebelink van een andere kant bekeken. Citaat uit een interview met hem in de NRC Handelsblad, dat een lezer me toezond:
Zesenzeventig is hij nu. Nog in goeden doen, maar zich wel volkomen bewust van het naderende einde. “Vanaf je zestigste komt de dood op je af. Ik praat er veel over met mijn vrienden. Eigenlijk hebben we het alleen maar dáár over.” Dat gaat gepaard met grote angst. Hij dacht het geloof van zijn jeugd goeddeels kwijt te zijn. Maar het begint in het zicht van de dood steeds meer op te spelen. Compleet met ravijndiepe twijfels. “Als de dokter zou zeggen: ‘mijnheer Siebelink, u hebt nog drie maanden te leven’, zou ik zo graag ergens op willen vertrouwen. Ik verlang naar een baken in de nacht, naar een zekerheid boven mijn eigen leven.” Hij zou nu absoluut nog niet door durven gaan. “Oh nee. Die sereniteit is er nog lang niet.” Met een klein stemmetje: “Ik ben er zó bang voor. Als jongen van vijftien kon ik al denken: ik loop hier nou wel, maar hoe lang nog? Ik denk dat die jongen die ooit bij Thiele’s Boekhandel naar binnen gluurde in de ruit al de weerspiegeling van de grijsaard zag. Die zestig jaar sindsdien is zo voorbij gevlogen.”
Soms kan hij jaloers zijn op het visioen van God dat zijn vader op een dag in de kwekerij had. Hij zou iets van diens rotsvaste geloof willen hebben. Ooit zat dat in hem, zegt Siebelink, en het klinkt verrassend weemoedig. “Ik weet nog dat mijn vader naar huis gestuurd werd om daar te sterven. Toen heb ik in een kerk hartstochtelijk gebeden om een wonder. Toen ik daarna thuiskwam zei mijn moeder: ‘papa ademt opeens rustiger. Het is net alsof God aan hem verschenen is’. Dat gaf mij het rustige gevoel dat ik niet voor niks gebeden had, en dat God mijn vader bij het sterven genadig zou zijn. Die vraag is er sindsdien altijd in blijven zitten: zal er voor mij bij het sterven straks ook genade zijn? Ik ben zo benauwd om straks geoordeeld te worden. Ik stel mezelf voortdurend bange vragen: heb ik de vreemdeling wel geherbergd? Heb ik de armen een aalmoes gegeven? Ik ben echt continu aan het calculeren. Tegelijk denk ik dat ik met mijn boeken wel iets goeds heb gedaan. Met ‘Knielen op een bed violen’ heb ik bij heel veel mensen een zenuw geraakt. Laatst hoorde ik nog dat het boek bij iemand in de kist was mee begraven. Dat zal de Here God toch niet ontgaan zijn. Ik hoop dat Hij straks zal zeggen: ‘ach ja, die Siebelink, wat heb ik ’m vaak zien stoethaspelen. Maar als ik die boeken van hem meeweeg, denk ik toch: vooruit, laat ’m maar binnen’.”
***
In een kerkblad trof ik de eerste strofe van een gedicht dat J.W. Schulte Nordholt maakte over Christoph Friedrich Blumhardt (1842-1919), de bekende Duitse predikant die in Möttlingen gebedsgenezing praktiseerde (‘Jesus ist Sieger’). Hier volgt het hele gedicht.
Hij had zijn koets zijn hele leven lang
klaar staan met paard en tuig, om als de tijden
vervuld zijn zouden en de grote zang
der engelen zou klinken, uit te rijden
in hoge hoed en zondags-zwarte kleren,
rechtop achter het trappelende paard,
zijn Heiland tegemoet, die weer zou keren
– en nu voorgoed – als Koning op deze aard.
God, wat hebt Gij gedaan met zulk een hart,
dat zozeer heimwee was en grote dromen?
– Het ligt nu stil te wachten in de grond.
En wat doet Gij met ons, die in een zwart
getij U om uw laatste wederkeren
roepen met een vertwijfelende mond?
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's