Boekbesprekingen
Dr. Joke Roelevink en dr. Jan Dirk Wassenaar (red.) Belijdend onderweg. Confessionele Vereniging 1864-2014. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 224 blz.; € 19,90.
Waar stond de Confessionele Vereniging (CV) in de anderhalve eeuw van haar bestaan voor én wat ziet ze voor vandaag en morgen als haar roeping? Het is niet vreemd dat de in april verschenen jubileumbundel om deze beide vragen cirkelt. Duidelijk wordt dat het zelfs hen die tot de inner circle van de CV behoren, moeite kost de tweede vraag concreet te beantwoorden. Dat is meer dan jammer, want wil je als (confessionele) modaliteit in en voor de Protestantse Kerk van betekenis zijn, dan is een helder profiel geboden. ‘Een inspirerend boek voor mondige gemeenteleden in passende taal’, dat wilde dr. G.W. Marchal als redacteur maken. Omdat ziekte hem dit belette, is het een mooie gedachte dat dr. Roelevink en dr. Wassenaar de bundel aan hem opdragen. Wie zijn kennis van de confessionele historie wil verrijken, kan in deze eerste zes hoofdstukken goed terecht. Duidelijk wordt dat het de confessionelen nooit om de letter van de belijdenis ging, die ‘leidt tot de triomf van rechtzinnigheid die klanken als waarborgen beschouwt’. De leer van de kerk moest dicht bij de Persoon van Jezus Christus gehouden worden, waarbij het gaat om de hoofdwaarheden van het evangelie, om de waarheid hulde te brengen. In sommige hoofdstukken wordt de relatie met de Gereformeerde Bond benoemd, die volgens dr. Roelevink in zijn optreden ‘meer kuyperiaanse hang naar daadkracht en isolement vertoonde’. ‘De Bond ‘werkte’, de Confessionele Vereniging ‘bevorderde’ en ‘diende’’, is haar conclusie, waarbij ze opmerkt dat de verhouding tussen CV en GB ‘in de loop der tijden genormaliseerd werd, al is deze nooit heel innig geworden’. Zou dat wellicht komen omdat naar een uitspraak van ds. S. Kooistra ‘de confessionelen nauwelijks een theologisch of dogmatisch programma hebben waarmee zij zich kunnen onderscheiden van de Gereformeerde Bond’? Boeiender is het te ontdekken waar de CV voor stond en voor wil staan. Mr.dr. Hélene Evers noemt in haar bijdrage de kerk een van de grote liefdes van de vereniging en haar identiteit als lichaam van Christus een kerngedachte. Voor het werk van de CV in de kerk komt dr. Roelevink daarom tot drie kernen: een belijdende kerk, ruimte voor inhoudelijk gesprek binnen de kerk en orde in het functioneren van de kerk. En dit wordt weer concreter in het opstel van ds. Dick Wolters: ‘De CV heeft alleen bestaansrecht als ze een bijdrage levert aan de inhoudelijke bezinning en verdieping binnen de gemeenten’, waarbij hij denkt aan het herkennen van de nood van de tijd en het verdiepen van Godskennis. Over hoe dat dan gestalte moet krijgen, proef ik verlegenheid. ‘Misschien is het goed om ons iets van de strijdbaarheid van de confessionelen van het eerste uur eigen te maken’, schrijft ds. Wilbert Dekker. Ds. Elly van der Meulen wil dit met een hernieuwd imago doen, ‘niet meer star maar vloeiend. Niet meer veel vergaderen, maar elkaar ontmoeten’, terwijl dr. Herbert Wevers het geloofsgesprek wil aangaan vanuit een combinatie van traditie en vernieuwing. Een toekomstvisie is lastig, als ds. B.H. Weegink gelijk heeft dat ‘confessioneel een containerbegrip geworden is’, waarmee hij aansluit bij dr. J.G. Barnhoorn, die benoemt dat ‘verschillende vanouds confessionele gemeenten zich als confessioneel-evangelisch, als gereformeerd-evangelisch of zelfs als openconfessioneel presenteren’. Lettend op de situatie van de kerk, schrijft ds. Weegink: ‘Confessionelen zijn in de kerkverwoesting van vandaag terug bij af.’ De meest bondige samenvatting van waar de CV voor wil staan, las ik in het opstel van dr. J.F. Mol: ‘Eerbied voor het Woord van God, op Christus betrokken Schriftuitleg, nadruk op de heilsfeiten, liefde voor de gemeente en de kerk met haar belijdenis’. Ja, daar wil je dan wel bij horen. En laten deze noties gedragen mogen worden door het gebed om de Heilige Geest, in het besef dat onze verenigingen, onze inspanningen in zichzelf de kerk bouwen noch bewaren.
P.J. VERGUNST
Rika ten Voorde Opwekking en gebed. Uitg. Groen, Heerenveen; 231 blz.; € 12,50.
De masterscriptie die H. ten Voorde-van der Zwan aan de VU maakte, werkte ze om tot een boek over opwekking en gebed. Ze stelt heel wat aan de orde: de Great Awakening (1740-1742), het werk van Jonathan Edwards (1703-1758), het optreden van Brainerd, Whitefield en de gebroeders Wesley. Daarnaast geeft ze weer wat een groot aantal auteurs over het gebed heeft gezegd. De bekende werken van Edwards die cirkelen rondom het thema opwekking worden samengevat. Als een rode draad loopt door heel het boek de nadruk op de betekenis van het (gemeenschappelijk) gebed om een opwekking van God af te smeken. Verder schetst de auteur verschillende patronen van opwekking en kenmerkende thema’s die daarbij naar voren. Op deze wijze ontvangt de lezer een goede oriëntatie ten aanzien van het onderwerp ‘opwekking’. Door heel het boek heen is duidelijk dat de auteur niet op een afstandelijke wijze over haar onderwerp schrijft, maar juist vanuit een geestelijke betrokkenheid en bewogenheid. De mooiste vrucht van het lezen van dit boek zou zijn dat meer mensen gaan verlangen naar en bidden om een geestelijke opwekking. In zo’n opwekking is een buitengewoon besef van Gods majesteit en heiligheid aanwezig, Gods deugden worden helder verkondigd en gelovig bewonderd. Velen komen tot doorbraak van het geloof en hernieuwde bekering, ook al is het niet alleen maar goud wat er blinkt en moeten kaf en koren goed onderscheiden worden.+ Een belangrijk kenmerk van een geestelijke opwekking is het allesoverheersende en ontzagwekkende besef van Gods aanwezigheid. Bij Jonathan Edwards leefde de overtuiging dat de profetie van Joël 2:28 nog uitputtend vervuld moet worden en dat in samenhang met de massale bekering van het Joodse volk tot de Messias Jezus een grote bloeitijd van de kerk nog voor de wederkomst van Christus mag worden verwacht. Het ware te wensen dat velen in onze tijd deze overtuiging met hem zouden delen. Het lijkt mij een gezond standpunt wanneer de auteur stelt dat de traditionele kerken enerzijds en opwekkingsbewegingen anderzijds bij elkaar horen en naar elkaar moeten luisteren, zonder elkaar te verketteren. Al met al is dit een leerzaam boek. Soms is het Nederlands wat stroef, is de opbouw wat onhelder (met name hoofdstuk 6 is te veel een opsomming van citaten) en zijn er nogal wat herhalingen. Over een aantal formuleringen valt te twisten. Maar ik wens het boek graag in veler handen. Gebed om geestelijke opwekking is hard nodig in onze tijd, vanuit verootmoediging over onze lauwheid en met verwachting van de wondere kracht van de Heilige Geest. Wie staat er op de wachtpost om grote dingen van God te verwachten, vanuit Zijn onverdiende ontferming over een in veel opzichten gebroken kerk?
J. HOEK, VEENENDAAL
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's