Fijn als ‘Anna’ komt
Vrouwelijke kerkelijk werker in Voorthuizen positief ontvangen
In allerlei pastorale situaties kan het een voordeel zijn als er een vrouw op bezoek gaat. Maar een vrouw als kerkelijk werker aanstellen, kan dat wel? In Voorthuizen heeft men daar ervaring mee. Sinds 2011 is mevrouw Heintje van Olst-Haze werkzaam in de hervormde gemeente.
Principiële bezwaren tegen een vrouwelijke kerkelijk werker zijn er in Voorthuizen niet. Hervormd Voorthuizen is volgens Van Olst een ‘betrokken gemeente met veel jeugd. Bij de verscheidenheid in de gemeente beleeft men ook eenheid. Ik ervaar rust in de gemeente en zegen op mijn werk.’ In de twee wijkgemeenten van Voorthuizen werken twee predikanten en twee kerkelijk werkers samen.
REACTIES
Gemeenteleden reageren positief op het feit dat zij als vrouw pastorale bezoeken doet. ‘Vaak krijg ik te horen: ‘Je hebt me begrepen’ of ‘Je hebt me veel denkstof gegeven’.’ Wanneer het beter is dat een man ergens de pastorale bezoeken overneemt, geeft Heintje dat aan. ‘Het is een kwestie van aanvoelen. Ik heb goed contact met de wijkouderlingen en doe bijna nooit tevergeefs een beroep op hen als het nodig is om hen in te schakelen.’ In het begin van haar bediening in Voorthuizen heeft de vrouwelijke kerkelijk werker één keer meegemaakt dat een mevrouw opmerkte: ‘Tegenwoordig ook al vrouwen…’ Ze is er in alle openheid mee omgegaan: ‘U mag het aangeven als u liever geen vrouwelijke pastoraal werker op bezoek wilt.’ Van Olst: ‘Ik mocht binnenkomen en binnen tien minuten was er een diep persoonlijk gesprek. Toen ik vroeg of ik uit de Bijbel mocht lezen en mocht bidden, werd dit juist zeer op prijs gesteld.’
BEDIENING
Heintje van Olst is geregistreerd als kerkelijk werker en in Voorthuizen in de bediening gesteld. Daarmee is ze officieel aan de gemeente verbonden. Dit gebeurde in een speciale dienst waarbij ze haar jawoord gegeven heeft en de belofte tot geheimhouding heeft afgelegd. Van Olst: ‘Het was nieuw voor de gemeente. Het was fijn dat veel mensen na afloop van de dienst een hand kwamen geven. Ik heb me vanaf het begin welkom gevoeld.’
VOORDELEN
In allerlei pastorale situaties is het een voordeel dat je als vrouw op bezoek komt. ‘Ik kwam eigenlijk voor iets anders bij een mevrouw, maar gaandeweg vertrouwde ze me toe dat ze in het verleden misbruikt was. Ze stelde het erg op prijs hierover met een vrouw te kunnen praten.’ In meer situaties is het een voordeel, merkt Van Olst. ‘Denk bijvoorbeeld aan kinderloosheid. Een vrouw zal het verdriet hierover gemakkelijker tegenover een vrouw uitspreken. Hetzelfde geldt voor verwerking van een borstamputatie en borstkanker.’ De kerkelijk werkster merkt dat bij huwelijksproblemen een vrouw eerder ‘aan de bel trekt’. Maar ook voor de man van het echtpaar vindt ze het goed om eens met een vrouw erbij over de problemen te praten. ‘Eigenlijk moet je hierbij met z’n tweeën begeleiden. Vooral als het tot een scheiding komt, vraagt het goede afstemming. De begeleider van de man kan dat wat hem is toevertrouwd, niet zomaar delen met de begeleider van de vrouw. We vragen dit dan eerst.’ ‘Al met al is het natuurlijk niet het meest belangrijk of je man of vrouw bent, maar gaat het erom hóe je je werk doet, wie je bent als persoon. Daarnaast kun je soms gebruikmaken van de eigenheid van het man of vrouw zijn.’
BEGRAFENISDIENSTEN
In Voorthuizen heeft de kerkenraad besloten dat een man voorgaat in begrafenisdiensten. Respect voor dit besluit staat bij Heintje voorop en dat wil zij ook in de gemeente uitdragen. Toch krijgt ze regelmatig de vraag: ‘Als er iets met mij gebeurt, wilt u dan de begrafenis leiden?’ Voor familie is het soms onbegrijpelijk dat de predikant of mannelijke kerkelijk werker de begrafenis overneemt. ‘De dominee kent ons niet’ of ‘jij bent de enige die hier komt’, klinkt er dan. Ook voor Van Olst zelf voelt het ‘onaf’: ‘Je kunt niet meegaan in de wensen van de overledene.’ Bovendien ervaart ze de overdracht als een probleem. ‘Omdat ik geheimhoudingsplicht heb, mag ik niet alles wat tijdens de begeleiding verteld is, doorgeven aan de predikant. Als ik het sterven aan zie komen, vraag ik soms wel: ‘Mag ik dit vertellen?’ Of ik zeg tegen de betreffende collega als het sterven aanstaande lijkt: ‘Je moet nú gaan.’ Maar sterven kan ook heel plotseling plaatsvinden.’ Voor de predikant is het ook lastig, vindt de vrouwelijke kerkelijk werker. ‘Hij kent de context niet waarin de dingen gezegd zijn. Vaak is in de stervensbegeleiding een bepaald bijbelgedeelte sterk naar voren gekomen. Als ik zelf de begrafenis zou leiden, zou in overleg met de nabestaanden dat gedeelte centraal kunnen staan.
En verder kan ik vanuit de relatie die ik met de overledene had opgebouwd, beter inschatten wat ik over hem of haar kan vertellen.’
UITLEG
Al met al vindt Heintje dat het lastig uit te leggen is waarom zij als vrouw de begrafenis niet kan leiden. Het is geen ambtelijke dienst, de mannelijke kerkelijk werker gaat wel voor. Vanuit de kerkenraad blijkt ook dat de afbakening van man-vrouwtaken en de ambtskwestie moeilijk scherp te krijgen is. Hier een punt van maken past niet bij Van Olst. Zij doet haar werk van harte, vanuit haar geloof en zij vindt het mooi anderen te kunnen bemoedigen en versterken. Ook vindt ze het een mooie uitdaging om bij mensen die ‘wel iets met het geloof hebben’ tot de kern te komen. ‘Steeds weer is het een uitdaging om datgene wat verteld wordt, te verbinden met de Bijbel. En bidden doet veel.’
BELEIDSMATIG
Van Olst krijgt veel waardering in haar werk. In pastorale gesprekken merkt ze dat ze het vertrouwen van gemeenteleden heeft. Het gebeurt vaak dat bij een ‘routinebezoek’ haar toch iets heel persoonlijks wordt toevertrouwd. ‘Na zo’n gesprek krijg ik te horen: ‘Nu kan ik verder.’’ Ook wat de beleidsmatige kant van de gemeente betreft, is er vertrouwen. Voor een kerkenraadsvergadering wordt Van Olst opgebeld met de vraag of zij nog iets voor de vergadering heeft. In Voorthuizen vinden ook consistorievergaderingen plaats. Hierbij gaat het dan vooral om toerusting van pastorale ouderlingen, psychopastorale toerusters en bezoekbroeders en -dames. Bij deze vergaderingen hebben Van Olst en de predikanten meestal een behoorlijke taak of verzorgen zij de gehele invulling van een avond. ‘De afgelopen avond stelde ik centraal: ‘Jezus kijkt met ontferming naar mensen. Hoe kijk jij op huisbezoek?’ Aan de hand van een casus besprak men in groepjes ‘Hoe ga je om met deze situatie?’ Zo gaat men meer bewust en toegerust op huisbezoek.’
KWALITEIT
Gemeenten die een kerkelijk werker zoeken zou Heintje willen aanraden: ‘Kijk vooral wat past. Het gaat om de kwaliteit van de sollicitant. Wordt iemand gezocht voor pastoraat en gaan vooral mannen op bezoek, dan zou het goed zijn een vrouw aan te stellen’. Aangezien een kerkelijk werker buiten het ambt in de bediening gesteld mag worden, is angst voor vrouwen in het ambt niet nodig, zegt Van Olst. ‘Het is juist een kans: vrouwen en mannen kunnen elkaar in de gemeente aanvullen, bijvoorbeeld in het pastoraat, maar ook in communicatie en verdere samenwerking. Een kerkelijk werker is geen hulpje van de dominee, maar wordt vooral aangesteld in het belang van de gemeente. Het doel is dat meer mensen bezoek krijgen en gemeenteleden zich meer gekend en gehoord weten.’
TEUNIE VAN DE WATER
T. van de Water- Luijk uit Nijkerk is freelance kerkelijk werker en heeft zitting in het platform Persis.
Heintje van Olst is opgegroeid in Hulshorst in een warm kerkelijk gezin, waar het geloof een belangrijke plaats innam. Ze heeft van jongs af liefde voor mensen en voor de kerk gehad. Toen enkele jaren geleden haar baan stopte, was het voor haar niet moeilijk om de keus voor de studie Godsdienst Pastoraal Werk te maken. Met veel plezier heeft ze de opleiding aan de Gereformeerde Hogeschool Zwolle gevolgd. Heintje woont in Doornspijk en is lid van de hervormde gemeente Nunspeet. Vanaf 2011 is zij kerkelijk werker in Voorthuizen. Sindsdien is ze vooral werkzaam in het pastoraat, maar ze verzorgt ook een deel toerusting in de gemeente. Ze heeft het als Gods leiding ervaren dat ze voor een dag in de week is aangenomen in wijk 1. Haar werk kon in 2013 uitgebreid worden met een dag in wijk 2. Recent heeft zij een vaste aanstelling gekregen.
ANDERE INGANG
Eerlijk gezegd is de benoeming van een vrouwelijke kerkelijk werker geen bewust proces geweest. Voorthuizen is een grote gemeente met veel pastoraal werk, vooral crisispastoraat. We zochten daarom ondersteuning. Toen Heintje op onze weg kwam, zijn we bewuster bij een open Bijbel gaan kijken naar de plaats van de vrouw in de gemeente. Bij de vraag hoe het leeft in de gemeente kwamen geen principiële bezwaren boven. We hebben toegelicht dat het niet gaat om een ambtskwestie. Er was geen discussie op dit punt. We zijn blij dat het zo gegaan is. Heintje is vooral een goede pastoraal werker! En in mijn agenda is meer rust gekomen. In onze gemeente bestaat het pastoraat voor een groot deel uit huwelijkspastoraat. Ook zijn er nogal wat alleenstaande vrouwen en weduwen. We zijn blij dat een vrouw hier pastoraal werk kan doen. Heintje heeft een andere ingang bij deze vrouwen, zij is invoelender. Eigenlijk is ze onze ‘Anna’. Ik herken enigszins de angst voor het ‘hellend vlak’. We willen niet de suggestie wekken dat we ‘vrouwen in het ambt’ toelaten. Aangezien uitvoerende taken in de stervensbegeleiding kunnen raken aan het ambt, hebben we besloten dat in openlijke verkondiging bij rouwdiensten een man voorgaat. De kerkenraad heeft ruimte gegeven voor een vrouwelijke kerkelijk werker en de praktijk bewijst dat het een goede keuze is geweest.
DS. M. VAN LEEUWEN, VOORTHUIZEN
PLATFORM PERSIS
Platform Persis, platform voor vrouwelijke kerkelijk werkers binnen de Gereformeerde Bond, richt zich op het verwerven van bekendheid, acceptatie en integratie van vrouwelijke kerkelijk werkers. Ook wil het platform meedenken in het onderzoeken van mogelijkheden (buiten het ambt) om taken te creëren zoals bedieningen in het pastoraat, in catechese en toerusting, in diaconaat en missionair werk. In dit proces wil Persis een ‘vraagbaak’ zijn voor gemeenten en voor vrouwelijke kerkelijk werkers, knelpunten signaleren en meedenken in het zoeken naar oplossingen. In het platform hebben zitting: prof.dr. J. Hoek (adviseur), dr. M. van Campen, mw. J.H. Hokke, mw. C. Wahlbrinck en mw. T. van de Water.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's