Globaal bekeken
In De Hervormde Vrouw gaf mevrouw H. G. Schuurman-Hijmissen aandacht aan het gedicht Pinksteren van Willem de Mérode.
O Geest, toen Gij ternederkwaamt
En voor hun oog gestalte naamt,
Doorzonk de hemel ademloos
Een stille witte vlammenhoos.
Boven hun lichaams donkre zuil
Verscheen een zacht bewogen tuil
Van licht, en glinsterende gleed
Het neder langs hun schamel kleed.
Hun mengelmoes van woorden vaal
Klonk ieder als zijn moedertaal.
In mensenwoord, op mensenwijs
Geeft God zijn heilgeheimen prijs.
Geen is zo druk, geen leeft zo snel,
Of hij hoort Uw vermaning wel:
De storm steekt op, de noodklok luidt,
De wereld wijkt, o mens, trek uit!
Die U in vlammen openbaart,
Wiens adem door de wereld vaart,
Die ’t al bezielt, doordringt ons ’t meest,
Ken ons, dat wij U kennen, Geest!
Ik zie de dichter voor me: biddend en zoekend bezig met het tweede hoofdstuk van Handelingen. Zijn daar wel woorden voor? In de eerste drie strofen kijk ik mee naar wat daar gebeurt. Ik proef bij het lezen de worsteling van de dichter, om de heiligheid van God te laten schitteren tegenover het donkere en schamele van de mens.
In Ecclesia, uitgave van de stichting Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge, schrijft dr. B.J. Spruyt over A.F. de Savornin Lohman (1837-1924).
Wat is de overeenkomst tussen een dominee, een politicus en een toneelspeler? Over deze vraag boog zich de Tweede Kamer der Staten-Generaal in haar vergadering van 27 november 1919. Aan de orde was een voorstel om de ‘dramatische kunst’ met overheidssubsidies te ondersteunen. Een van de sprekers was Alexander Frederik de Savornin Lohman (1837-1924), de fractievoorzitter van de CHU. Lohman was geen principieel tegenstander van de subsidies aan het theater, mits de opgevoerde stukken niet opriepen tot ongehoorzaamheid tegen wet en gezag en niet in strijd waren met de openbare zedelijkheid die de overheid moest verdedigen. Hij ging vervolgens in op het standpunt van velen ’in den lande’ die iedere vorm van theater principieel afwezen. Zij deden dit met het argument dat de toneelspeler ‘een verkeerd en slecht beroep’ uitoefent omdat zijn beroep hem dwingt telkens een rol te spelen, zodat hij uiteindelijk zelf niet meer weet wat ‘zijn eigen gevoelens’ zijn. Het zou best eens kunnen zijn dat het spelen van steeds weer andere rollen een gevaar voor het karakter is, zo gaf Lohman toe. Maar dat geldt dan niet alleen voor toneelspelers maar ook voor zeer respectabele beroepen als dat van predikant en Kamerlid en minister. Is het niet zo dat een predikant zeker niet bij elke preek in ‘de hoge stemming’ verkeert die voor het houden van een preek eigenlijk nodig is? Vaak moet hij tijdens een preek in een andere stemming verkeren dan in de stemming ‘waarin hij voorgeeft te zijn’. Eerlijke predikanten hebben dit ook altijd toegegeven. Voor politici behoefde zijn betoog nauwelijks enig bewijs. Hoe vaak houden staatslieden geen prachtige redevoeringen terwijl zij op dat moment overduidelijk een rol spelen? De conclusie van Lohman luidde dan ook: het verschil tussen een toneelspeler en een dominee of politicus bestaat hierin dat de toneelspeler weet dat hij een rol speelt, en zijn publiek weet dat ook, en dat dit veel minder gevaarlijk is dan wanneer men zelf niet weet dat men een rol speelt en de toehoorders dat ook niet weten. ‘Dit is echter geen reden iemand te ontraden predikant of Kamerlid te worden’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's