De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Herdenking van de ramp

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Herdenking van de ramp

7 minuten leestijd

Wat er boven Oekraïne gebeurde met de MH-17, heeft ons land diep geraakt, zo bleek onder meer tijdens de dag van nationale rouw en verschillende stille tochten. Nu we wat verder zijn in de tijd, waagt Joost Röselaers zich in de Volkskrant aan een duiding van de manier waarop de rouw gestalte kreeg. Röselaers is sinds enige tijd predikant bij de Nederlandse kerk in het financiële hart van Londen (Austin Friars).

RÖSELAERS IN DE VOLKSKRANT

De Nederlandse Kerk in Londen stond de afgelopen tien dagen in het teken van herdenken: van de slachtoffers van de vliegtuigramp in Oekraïne, die grote indruk maakte op de Nederlandse gemeenschap in Engeland; en een week later van de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog, die honderd jaar geleden begon.

Het verschil in de wijze van herdenken tussen beide landen waar de Nederlandse Kerk in Londen zich mee verbonden voelt, kan niet groter zijn. Dat zit hem met name in de rol die geloof en kerk in het herdenken spelen. Herdenkingen in Engeland zijn doordrongen van christelijk geloof. Er is een geestelijke aanwezig, er worden kerkelijke liederen gezongen, niet zelden wordt er gebeden. Ook (prominente) atheïsten waarderen openlijk deze wijze van herdenken, waarmee uiting wordt gegeven aan de verbondenheid met een lange traditie en waar duiding een centrale rol speelt.

Hoe anders verliep het in Nederland na de vliegtuigramp. Tijdens officiële gelegenheden was er geen enkele verwijzing naar het geloof. Koning Willem-Alexander sloot zijn toespraak niet af met een bede. Bij aankomst van de kisten was de ceremonie indrukwekkend, maar vooral door de stilte die er heerste. Geen muziek, geen gesproken woord. Vervolgens verzamelden duizenden mensen zich langs de kant van de weg, en klapten toen de wagens langs reden. In Amsterdam werd een stille tocht gehouden. Talloze mensen waren daarbij – heel toepasselijk – in het wit gekleed. Frans Timmermans zorgde voor de nodige duiding en diepgang in zijn seculiere overdenking bij de Verenigde Naties in New York. De kerken deden actief aan het herdenken mee, maar het bleef vooral een gebeurtenis voor eigen parochie. Er werd moedig een bijzondere kerkdienst georganiseerd, waar slechts 200 duizend Nederlanders naar keken. Op hetzelfde moment keken miljoenen mensen naar de tocht van de lijkwagens.

Vanuit Engeland keek ik met waardering en ontroering naar de wijze waarop Nederland uiting gaf aan collectieve rouw. En tegelijk besefte ik: Nederland is definitief een post-christelijk land geworden. Ook zonder het geloof zijn er rituelen waarin mensen uiting kunnen geven aan hun boosheid en verdriet. De rituelen zorgden ook voor saamhorigheid en eenheid. De beelden van de tocht van de rouwwagens hebben ook in Engeland diepe indruk gemaakt. Misschien ervoeren ook de Engelsen een gevoel daarbij dat soms in hun eigen rituelen gemist wordt.

Heeft het christelijk geloof ons dan niks meer te bieden? Ik zou twee aspecten willen noemen die ik nu nog mis in de seculiere rouwverwerking. Allereerst, blijvende aandacht voor moedeloosheid en verdriet. Niet alleen hier maar ook op andere plaatsen in de wereld. Ten tweede, overgave. Het besef dat leven en dood een mysterie zijn, waar we slechts in alle bescheidenheid over kunnen spreken. Vanuit de Engelse kerkelijke traditie krijg ik woorden en rituelen aangereikt om dit mysterie te benoemen en soms zelfs te aanvaarden. Het zal een uitdaging vormen voor politici, dichters en theologen om de aanvaarding van leed te vertalen naar een seculiere context.

Eerlijk gezegd was wat Röselaers verwoordt ook mijn eerste gedachte; elke verwijzing naar geloof of God bleef achterwege tijdens het officiële rouwbeklag. Dit is kennelijk de nieuwe werkelijkheid. Maar het is toch allemaal ingewikkelder. James Kennedy, hoogleraar geschiedenis in Amsterdam en van geboorte Amerikaan, nuanceert het betoog van Röselaers in zijn wekelijkse column in Trouw.

KENNEDY IN TROUW

Donderdag markeerde Australië een dag van nationale rouw voor de 38 omgekomen ingezetenen op vlucht MH17. Net als op 23 juli in Nederland werd stilgestaan bij deze ramp, hingen de vlaggen halfstok en werden condoleanceregisters getekend. Maar er was een opvallend verschil. In Australië werd die dag een interreligieuze dienst gehouden in de St. Patrick's Cathedral in Melbourne, waaraan christenen, joden, hindoes, moslims en boeddhisten een bijdrage leverden en politieke leiders en de Nederlandse ambassadeur Annemieke Ruigrok toespraken hielden. Interreligieuze herdenkingsdiensten met politieke en religieuze leiders maken geen deel uit van de Nederlandse traditie. (…) Zelf denk ik niet dat de afwezigheid van een religieuze dienst op zichzelf een teken is van een uniek post-christelijk karakter van Nederland. De wekelijkse kerkgang in Australië is even laag als in Nederland – in beide landen iets minder dan 10 procent – en hoger dan in Groot-Brittannië. Het is eerder dat interreligieuze of oecumenische diensten Nederlanders minder aanspreken, ook niet toen Nederland nog een kerkgaande natie was.

De laatste keer dat de Nederlandse overheid een dag van nationale rouw uitriep na een ramp was na de treinbotsing in Harmelen op 8 januari 1962, toen 91 mensen om het leven kwamen. Ook toen was er geen gezamenlijke kerkdienst. Hoewel bijna alle overledenen werden opgebaard in de Buurkerk in Utrecht, was deze locatie ook gekozen vanwege de functionaliteit; in winter was het koud in de kerk. Daar konden nabestaanden hun geliefden identificeren. Er was geen nationale uitvaartceremonie; alle overledenen werden in eigen familiekring begraven. De officiële herdenking vond plaats in het parlement op 12 januari, waar de minister-president en de Tweede Kamervoorzitter korte toespraken hielden en de hoop uitspraken dat gebeden de nabestaanden konden troosten.

De Nederlandse invulling van de herdenking na de ramp in Harmelen suggereert dat het herdenken in stilte en afwezigheid van religieuze rituelen langer in Nederland bestaat dan de ontkerkelijking. Dit komt door het pluriforme karakter van Nederland en de overtuiging dat verschillende levensovertuigingen niet zomaar samengeraapt kunnen worden in een gemeenschappelijke ceremonie. Religie is in Nederland persoonlijk en privé; je levensovertuiging onderscheidt je van andere mensen. Dat is anders in de Engelssprekende wereld, waar religieuze rituelen juist worden gezien als zalvend en samenbindend in tijden van crisis.

Toen 232 Nederlanders omkwamen bij de vliegramp in Tenerife in 1977, organiseerde de KLM een besloten herdenkingsdienst op Schiphol met de kisten en nabestaanden. Daarbij nodigde de luchtvaartmaatschappij een rabbijn, een dominee en een bisschop uit om te spreken. Het KLM Mannenkoor zong 'Beati Mortui' van Mendelssohn ('Zalig zijn de doden') en 'Vaste rots van mijn behoud'. Ik vraag me af of KLM een vergelijkbare dienst zou houden als de ramp in deze tijd zou zijn geweest. (…)

Ik voel mij wel aangetrokken tot de Australische vorm van herdenking, omdat ik geloof dat woord en zang uitdrukking kunnen geven aan gevoelens, die door stilte niet benoemd worden. Maar dat neemt niet weg dat Nederlanders op hun eigen manier ook indrukwekkend afscheid kunnen nemen. De stilte waarmee zij al die kisten hebben begroet heeft indruk gemaakt, ook in het buitenland. Moge de nabestaanden zich hierdoor getroost weten.

ND/DE WEKKER

Ook Rien van den Berg, commentaarschrijver in het ND, nuanceert de visie van Röselaers op het postchristelijke Nederland. Een passage uit het slot van het commentaar:

Het is waar: de ruimte om in Nederland in het openbaar religieus te zijn, is sterk ingeperkt, en D66 en GroenLinks zijn met hun behaalde antireligieuze successen nog lang niet tevreden. Onze momenten van nationaal stilstaan zijn in dit opzicht, zeker in internationaal perspectief, schrijnend schraal en horizontaal geworden. Toch kun je de conclusie dat Nederland post-christelijk is geworden uitgerekend uit de afgelopen Nationale Herdenking niet trekken. Op dit moment van grote rouw besloot de regering, dat de nationale reactie er een zou zijn van zwijgen. De hand op de mond. Daarmee heeft Nederland Prediker 3:7c op een indrukwekkende manier serieus genomen.

Hoe dat voelde, beschrijft J.A. Voorthuizen in De Wekker:

Nooit eerder heb ik bewust een dag van nationale rouw meegemaakt. (…) In alle vroegte heb ik wel de vlag halfstok gehesen, maar verder scheen de zon en was de vakantie nog niet voorbij. Maar toen het vier uur werd, werd het plotseling stil rondom en in ons huis. Met het stilvallen van de propellers van het Hercules transportvliegtuig van onze luchtmacht leek de aarde even te bevriezen. (…) Geen toespraken, geen woorden, geen dappere daden van wie dan ook. Een koning en een koningin die er zijn. Gewoon en daardoor zo heel bijzonder.

Postchristelijk of niet, de herdenking van de slachtoffers van MH- 17 was indrukwekkend, de onderlinge verbondenheid en betrokkenheid op wie rouwen, tekens van hoop.

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Herdenking van de ramp

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's