Globaal bekeken
Maarten Dekker, door de Geref. Gemeenten naar Nazareth uitgezonden, vertelt in zijn nieuwsbrief over een neusoperatie aldaar:
Ik werd binnen geroepen en werd door de assistente klaargemaakt, een groot operatielaken kwam over mijn gezicht met een gat erin waar mijn neus uit kon steken. De dokter kwam binnen met een joviaal shalom en vroeg plotseling: ‘Naar welke muziek wilt u luisteren?’ Nou, wat een onverwachte vraag! Ik was even uit het lood geslagen en zei plompverloren: ‘Bach!’ Maar ik bedacht gelijk: Zouden ze dat wel hebben in een Joods ziekenhuis in Israël? De dokter opende de deur en riep naar zijn secretaresse op de gang: ‘Ba-ach!’ En warempel, liefelijke klanken uit de Hohe Messe vulden de operatiekamer en dan nog wel het Kyrie eleison! (Heere, erbarm U onzer!). Ik mocht erdoor bemoedigd worden en bedankte de dokter. (…) De dokter begon met de verdoving en zei opeens met forse stem: ‘Zo, en nu moet u mij maar eens vertellen waarom de christenen in Europa ons, de Joden, zo haten?’ Het zweet brak me uit, wat een zwaar beladen vraag en op zo’n ongemakkelijk moment! Naar ademsnakkend kon ik niets anders uitbrengen dan: ‘But-we-love-you!’ ‘Ja ja’, zei de dokter, ‘ik weet wel dat u van ons houdt, maar uw baas dan? Het Vaticaan?’ Ook dat nog! Hoe kon ik dat allemaal gaan uitleggen terwijl ik me in zo’n miserabele positie bevond? Ik zei dat ik niet katholiek was, maar protestant. Ik hoorde een vaag gemompel en probeerde het wat uit te leggen.
Een lezer stuurde een stukje uit Rondom het Woord van nu wijlen ds. R.E. Kuus, van 1971 tot 1992 hervormd predikant in Putten.
Tast ik ver mis, wanneer ik stel, dat we het vaker hebben over de predikers dan over de preken? Ben ik er helemaal naast, indien ik zeg, dat het zogenaamde “domineesgeloof ” onder ons meer is verbreid dan het Godsgeloof ? Het eerste heeft alles te maken met het puur menselijke en dat niet eens in uitsluitend negatieve zin. Als een predikant bepaalde gaven bezit en zodoende “volk trekt”, is daar niets op tegen. Hoe zou ’t ook? Niet denkbeeldig is echter, dat men eigenlijk slechts daarvoor oog heeft. Luther heeft wel gezegd, dat je het als predikant dan de mensen naar het zin maakt, als je ”een mooie stem, een mooie voordracht, een knap voorkomen” hebt. Als je dan ook nog vertelt, “wat de mensen graag horen”, dan is dat alles bij elkaar een goede voedingsbodem voor dat zgn. domineesgeloof. (…) Als Petrus spreekt van de wedergeboorte, zegt hij, dat zulks gebeurt ‘door het levende en eeuwig blijvende Woord van God” (1 Petrus 1:23). Anders gezegd: de prediking (niet de prediker) moet het doen; te verwachten valt er weinig van de dienaar, maar veel (heel veel) van het Woord. Over preken gesproken: het is dunkt mij een goed ding, dat we inderdaad spreken over de preken. In tweegesprek met onszelf, maar ook met de anderen, thuis met je man, je vrouw, je kinderen. En niet in de laatste plaats met God, op de wijze van het gebed. In een geesteloze wereld en in een (vaak) on-geestelijk gemeente zijn we dringend verlegen om de doorwerking van de Heilige Geest. Maar die wekt (met eerbied gesproken) niet op eigen houtje. Integendeel: Die slaat (naar een Calvijnse uitdrukking) altijd de hand aan de ploeg van het Woord. Over preken gesproken; u zegt: ze zijn soms zo moeilijk! Zeg het tegen uw predikant, misschien, dat hij zich dan herinnert wat Luther ook eens heeft gezegd: “Eigenlijk zouden alle predikanten eerst onderwijzer moeten worden. Dan leren ze om de dingen eenvoudig uit te leggen”.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's