Gevaar van activisme
In Verschuivingen in de Gereformeerde Bondsprediking signaleerde dr. C. Graafland in de jaren zestig een verandering op het punt van de verhouding tussen wet en evangelie. Zelf ziet hij de volgorde wet-evangelie niet als een strakke chronologische orde.
In zijn boek uit 1965 schetst de latere hoogleraar hoe ‘tot voor kort’ de verhouding wet-evangelie in de prediking werd gesteld: ‘Wanneer God de mens tot bekering roept, wordt deze gesteld voor de eis van Gods heilige Wet. De mens tracht door eigen inspanning aan deze eis te voldoen. Maar door de ontdekkende werking van de Heilige Geest gaat hij steeds meer inzien, dat al zijn gerechtigheden een wegwerpelijk kleed zijn. Dit brengt hem tot een wanhopen aan zichzelf. Maar juist dan, wanneer hij in het licht van Gods heiligheid zijn totale doemwaardigheid moet erkennen, wordt aan hem door de Vader en de Heilige Geest Christus geopenbaard als de enige weg, waarlangs hij aan Gods rechtvaardig oordeel kan ontkomen en weder tot genade komen. Voortaan op Christus gericht zijnde, begeert hij met Zijn gerechtigheid te worden bekleed. En meestal na een nog dieper gaande ontdekking aan eigen schuld en verlorenheid, breekt op Gods tijd het moment aan, dat hij de vrijmoedigheid ontvangt om Christus als zijn persoonlijke Borg en Zaligmaker te omhelzen. Nu treedt hij in Hem verzoend voor het oog des Vaders en mag hij heengaan in vrede. Hij is om niet gerechtvaardigd door het geloof in Christus Jezus.’ (blz. 57,58)
TEGEN SCHEMATISERING
Wat Graafland hierin nu hekelt, is dat dit als een normatieve geloofsweg, een algemeen geldig schema aan de gemeente wordt voorgehouden. Hebben we hierin niet te maken met een drang tot systeemvorming waardoor de Schriftgegevens in een bepaald keurslijf worden gewrongen? Is er niet een veel grotere variatie en levendigheid in de wijze waarop de HEERE Zijn volk roept en leidt? De door ons geijkte geloofsweg blijkt niet de enige bijbelse weg te zijn. De wet is niet alleen kenbron van onze zonde en ellende, maar ook openbaring van Gods genade en liefde. De wet ontvangt haar eigenlijke plaats in het kader van het evangelie. De volgorde wetevangelie is niet een strakke chronologische orde. Wet en evangelie zijn op elkaar betrokken als het ene Woord van God. Op de achtergrond van de door Graafland geconstateerde scheefgroei staat een bepaalde interpretatie van de Heidelbergse Catechismus, waarbij de drie stukken (ellende, verlossing en dankbaarheid) als een tijdsorde worden uitgelegd. Het gaat de Catechismus echter niet om een temporele orde, maar om een theologische orde. Het gaat om de drievoudige beleving van de enige troost in leven en sterven. Het gaat om het ene weefsel van ellende, verlossing en dankbaarheid, waarbij scheiden scheuren is (W. Verboom). De evangelische functie van de wet als richtsnoer van de dankbaarheid is het eigenlijke werk van de wet, terwijl de ontdekkende functie het bijkomende werk van de wet is.
VOORWAARDELIJK
Wanneer er een meer bijbels zicht komt op de betekenis van de wet, zal de prediking niet langer voorwaardelijk kunnen zijn. ‘In het Wet - Evangelie systeem is het zo, dat men de gemeente voorhoudt: men moet eerst ontdekt worden, voordat Christus wordt geopenbaard, want alleen verloren zondaren kunnen door Christus worden behouden.’ (blz.62) Zo wordt weer een wettisch systeem gepredikt dat een verstarrende werking op de gemeente heeft. We moeten wet en evangelie niet zoveel mogelijk uit elkaar trekken, maar juist zo dicht mogelijk bij elkaar brengen. Om de ontdekking der zonde zo indringend mogelijk te doen zijn, moet de wet zo nauw mogelijk op het evangelie betrokken worden, zoals de Catechismus dit doet in zondag 2. Het gaat dan ook om ontdekking aan concrete zonden en niet om een abstract geestelijk gebeuren. Graafland werpt een kritische vraag op: ‘Zij, die zo krachtig beweren, dat de zondekennis aan die van de genade voorafgaat, hebben zich af te vragen, of zij juist niet bezig zijn om het goud van Gods genade te verdonkeren.’ (blz. 64)
MORALISME
Het is verblijdend dat in de hedendaagse prediking in de kring van de Gereformeerde Bond en breder in grote delen van de gereformeerde gezindte veel minder dan vijftig jaar geleden een chronologische orde van wet en evangelie de prediking beheerst. Wie recente jaargangen van de prekenserie Genade voor genade doorleest, kan dit gemakkelijk constateren. Nu is het echter tijd om beducht te zijn voor een ander gevaar. Het gevaar namelijk dat de prediking moralistisch wordt, omdat zij niet meer weet van het wonder van de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen. We krijgen dan een prediking die mensen opbouwt in wat godsdienstige gevoelens en beseffen, zonder dat er oprechte verootmoediging komt voor het aangezicht van de heilige God en zonder dat er een zielsbehoefte wordt gewekt aan Christus als het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt. In zo’n prediking staat het kruis, of liever gezegd de Gekruisigde niet meer centraal. Jezus wordt meer als Voorbeeld en Voorganger dan als Middelaar en Borg getekend. Hij is meer Leidsman dan Lam, meer Inspirator dan Verzoener.
KRUIS
Enkele jaren geleden deed Annemieke Kiesel-Griffioen, studente van de opleiding GPW in Ede, een onderzoek naar de plaats van het kruis in hedendaagse prediking. Ze analyseerde 33 preken vanuit de vraagstelling: ‘Wordt de gekruisigde Christus ook vandaag de dag nog gepredikt? Krijgen mensen die op zondag naar de kerk gaan de boodschap van de gekruisigde Christus, de boodschap van het kruis te horen?’ Het ging om preken van zowel de bevindelijk-gereformeerde stroming, de orthodoxgereformeerde stroming, uit de breedte van de Protestantse Kerk in Nederland en de evangelische en Pinkstergemeenten. De uitkomst van haar onderzoek was dat Jezus’ dood aan het kruis in veel van de geanalyseerde preken helemaal niet genoemd wordt. In slechts enkele preken was Jezus’ kruisdood het centrale onderwerp van de preek. De zonde van de mens komt in bijna de helft van de preken niet aan de orde. Dat wil niet zeggen dat de zondigheid van de mens wordt ontkend, maar wel dat de reden waarom ieder mens afhankelijk is van Jezus’ offer aan het kruis grotendeels onbesproken blijft. De grote liefde en genade van God Die Hij ten diepste toont in het offer van Zijn Zoon aan het kruis, komt zelfs in meer dan de helft van de onderzochte preken niet aan de orde!
GEESTELIJK ACTIVISME
Een thema dat wel vaak voorkomt, is ‘Gods Koninkrijk’. Bij de preken over het Koninkrijk van God ontbreekt echter meestal de sleutel. Er wordt wel over het Koninkrijk verteld, maar er wordt niet duidelijk gemaakt hoe wij deelgenoot kunnen worden van dit Koninkrijk. Ook hier wordt aan de boodschap van de verzoening door Christus’ bloed voorbij gepreekt. Aspecten als vergeving, verzoening en heiliging worden dan niet verbonden met Jezus’ kruisdood. Daardoor wordt onvoldoende duidelijk hoe wij aan dit heil deel kunnen krijgen.
Slechts in één van de 33 onderzochte preken wordt opgeroepen tot geloof in Jezus’ volbrachte werk aan het kruis. Soms is er sprake van een oproep tot een algemeen geloof in God, veelvuldig komt het voor dat er sprake is van een oproep tot het doen van bepaalde werken. Binnen preken in evangelische en pinkstergemeenten is een bepaalde trend herkenbaar die kan worden benoemd als ‘een oproep om aan de slag te gaan’. Thema’ s als ‘samen-gemeente- zijn’ of ‘gastvrijheid’ worden besproken, zonder dat daarbij duidelijk wordt gemaakt dat wij in ons doen en laten afhankelijk zijn van dat wat God in ons door Zijn Geest bewerkt. Het gevaar van ‘geestelijk activisme’ ligt daarbij op de loer. Het wordt onvoldoende duidelijk dat God van ons niet allereerst werken vraagt, maar geloof in dat wat Jezus voor ons heeft gedaan. Maarten Luther zou hier spreken van een desastreuse vermenging van wet en evangelie.
SCHADELIJKE VERMENGING
We dienen beslist te waken voor overhaaste en ongefundeerde conclusies naar aanleiding van een beperkt onderzoek. Toch is er voldoende aanleiding om te waarschuwen voor een bloedarme prediking waarin het kruis van Christus marginaal is geworden. Graafland waarschuwde voor een schematisch hanteren van de tweeslag wet en evangelie, vandaag lijkt de waarschuwing geboden voor een schadelijke vermenging van wet en evangelie. ‘Al met al blijkt van hoeveel belang het is goed te onderscheiden tussen wet en evangelie. Het is een van de geheimen van de rechte prediking. Het bewaart zowel voor goedkope genade en oppervlakkigheid als voor moralisme en activisme. Het doet een mens tegen zijn grenzen aanlopen en Christus in de armen lopen.’ (brochure van de Gereformeerde Bond Naar Christus toe,28)
CONFRONTEREND
Ik sluit dit artikel af met een citaat van prof. dr. A. van de Beek: ‘Er is het risico van een prediking die gaat over leven zonder sterven, over opstanding zonder dood, over Pasen zonder Goede Vrijdag. Dat is dan een prediking die gaat over het oude leven, ook al klinkt die nog zo vroom of nog zo opgewekt. De verlossing in Christus gaat niet zonder ‘niet ik leef, maar Christus leeft in mij’ – want ik weet dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Vroeger noemde men dat ontdekkende prediking. Ik zou nu zeggen confronterende prediking, maar het is een en hetzelfde’.
Dr. J. Hoek uit Veenendaal is bijzonder hoogleraar ‘Gereformeerde spiritualiteit’ vanwege de Gereformeerde Bond aan de PThU, locatie Groningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's