Boekbespreking
Werner Pieterse Wat blijft. God na de kaalslag. Uitg. Kok, Utrecht; 118 blz.; € 17,50.
Collega Werner Pieterse (1970) publiceerde een boek met een intrigerende titel: Wat blijft. God na de kaalslag. Een week voordat het boek verscheen, spraken wij elkaar, omdat hij na zijn intrede in Amstelveen graag eens wilde praten over de context en cultuur waarin wij leven en geroepen zijn. Ik ontmoette een bevlogen mens en een diep bezorgde dominee. Al gauw ging het gesprek over de hamvraag van dit boek: hoe valt er vandaag adequaat in Gods naam te spreken? In hoeverre mogen en kunnen we nog verwachten dat de Levende zelf zich door onze woorden openbaart? Of is dat voorbij, is het culturele tij zo gekeerd dat we dit kunnen vergeten? Aangrijpende vragen. Zekere als je bedenkt dat het in het licht van de Schrift niet ondenkbaar is dat een cultuur aan haar eigen verblinding wordt overgeven in een vice versa van afval en oordeel. Zulke taal gebruikt collega Pieterse niet, maar door de woorden heen proef ik af en toe wel iets van die huiver. Intussen blijft hij hardnekkig geloven dat God niet voorbij is en alle spreken niet tevergeefs. Het ligt als een belijdenis en belofte besloten in de titel: Wat blijft. Vraag is wel: welke taal moeten we dan spreken? Waar halen we de woorden vandaan? Zijn boek is een weerslag van deze (blijvende) zoektocht. Het loopt niet uit op een afgerond antwoord. Het is veeleer een tussenbalans voor zo lang het duurt. En daarmee is het eerder een kwetsbaar dan een stoer verhaal. Al is er wel moed voor nodig om het zo op te schrijven, zoals hij dat deed. De zaag gaat geregeld wel heel ver in de poten van de stoel waar hij zelf op zit. Pieterse heeft een beeldende, associatieve en verhalende stijl van schrijven. Met veel losse eindjes. Daarom laat zijn boek zich moeilijk recenseren. Het wil al lezend vooral beleefd worden. En overwogen. Hij neemt zijn uitgangspunt in het eeuwenoude Credo. Deze belijdenis is de grond waarop hij staat. Tegelijk beproeft hij, al kijkend naar wat zich om ons heen voltrekt, en luisterend naar wat hij binnen en buiten de kerk verneemt, de houdbaarheid van dit belijden in het heden. Overal zijn open eindjes. Aanvankelijk dacht ik: roep in Gods naam (letterlijk!) ook eens iets. Zeg me wat blijft. Of onopgeefbaar is, zelfs al is het verdwenen. En ongeacht of mensen er op zitten te wachten. Of het gelegen komt of niet. Zoals een Paulus waagde. Maar Pieterse bedwingt zich. Wat mij betreft soms net iets te vaak en te veel. Voordeel is wel dat hij daarmee voorkomt dat ik me moet verhouden tot wat hij al dan niet vindt. En mij als lezer ruimte geeft om zelf verder te denken. Om de smaak van het boek wat te proeven, tot slot een citaat dat de vraag die in dit boek aan de orde is, kernachtig verwoordt: 'In deze stad, in het welvarendste deel van de wereld (..) zijn we het oordeel voorbij. De hemel is leeg. Curiosa in musea is wat er nog rest. De rechterhand Gods, het oordeel over levenden en doden laten we graag aan primitievere zielen. Niets dan ellende heeft het gebracht (..) Leef bij de dag. Wie goed doet, heeft geen hemel meer nodig. Maar hoe geriefelijk moet je leven zijn om zonder hemel te kunnen? Hoe stoer en onaangeraakt moet je zijn om het woord van troost te kunnen missen? (..) Angst in het sterfbed is vrees voor het sterfbed geworden, maar zijn wij minder bang? (..) Of doen we maar alsof?' Al met al is het een boek dat meer vragen stelt dan beantwoordt. Daarom aanbevolen voor ieder die de moed heeft om met de auteur mee te denken en om in geloof verder te denken.
P.J. VISSER, AMSTERDAM
Tim Keller Galaten, om te lezen, te leren, te leiden. Uitg. Van Wijnen, Franeker; 176 blz.; € 16,95.
De laatste jaren verschijnen veel Engelstalige publicaties van Tim Keller (1950, predikant van de Redeemer Presbyterian Church in New York) in het Nederlands. Zo ook Galaten, om te lezen, te leren en te leiden. Wie gewend was aan de witte omslagen van de boeken van Keller, wordt verrast door de kobaltblauwe kleur van Kellers boek over de Galatenbrief. Het cover verraadt het doel van dit boek: om van kaft tot kaft te lezen, om te gebruiken als studieboek of om te gebruiken als leidraad bij het leiden van een bijbelstudiegroep. Evenals bij sommige andere publicaties van zijn hand heeft de auteur een gespreksgids aan zijn boek toegevoegd als bruikbaar hulpmiddel bij het leiden van een bijbelstudiegroep. Wie verwacht dat Keller een commentaar op de Galatenbrief heeft geschreven, wordt teleurgesteld. Maar dat betekent absoluut niet dat Keller geen leerzame dingen zegt, die een verrassend licht op de Galatenbrief werpen. Direct al op blz. 9 bijvoorbeeld: ‘In de Galatenbrief zet Paulus kort maar krachtig uiteen dat het evangelie niet het abc, maar het a tot z van het christelijke leven (cursivering van Keller) is’. Het gaat er niet alleen om dat we door het evangelie het Koninkrijk van God binnengaan, het evangelie mag ons hele leven bepalen. De Amerikaan Keller is een radicaal theoloog. De apostel Paulus eveneens, zeker als we hem leren kennen in zijn Galatenbrief. Waar het Paulus om gaat en wat Keller keer op keer benadrukt, is dit: in het leven van het geloof gaat het om het pure en onvoorwaardelijke evangelie. Dat is een evangelie waar geen ‘plus’ aan toegevoegd hoeft te worden, omdat het evangelie dan een voorwaardelijk evangelie wordt. Keller zegt het keer op keer: de wet is geen middel om behouden te worden. Dat betekent overigens – ook voor Keller – niet dat de wet geen functie meer heeft. Wanneer Keller over zonde schrijft, komt eenzelfde radicaliteit aan het licht, bijvoorbeeld als hij met instemming John Stott citeert: ‘Een van de grootste fouten van de hedendaagse kerk is de neiging om zonde en oordeel wat af te zwakken’ (pag. 110). Om Keller goed te begrijpen, is het nodig dat we zijn hele betoog lezen en niet een enkel citaat uit zijn boek nemen en daarmee aan de haal gaan. Dat laatste zou bijvoorbeeld gemakkelijk kunnen aan de hand van pag. 132: ‘En als we ‘Abba Vader’ roepen in ons leven, dan doet de Geest zijn werk door ons ervan te verzekeren dat wij Gods kinderen zijn’. Alsof wij de Geest een stap voor moeten zijn. Dat kan Keller niet bedoelen, want een aantal pagina’s eerder schrijft hij: ‘Allereerst brengt de Geest ons ertoe om ‘Abba Vader’ te roepen.’ (pag. 129) Dit boek van Keller schetst de inhoud in de Galatenbrief met krachtige en grove penseelstreken. Soms wat meer gedetailleerd, vaak op hoofdlijnen. Verwacht bijvoorbeeld geen uitgebreide uiteenzetting over de vrucht van de Geest. (Gal. 5) Wat hij erover schrijft, is trouwens het overdenken waard: groei van de vrucht vindt geleidelijk plaats, is onvermijdelijk, komt van binnenuit en verloopt symmetrisch. Bijbelteksten worden in dit boek in beginsel geciteerd uit de NBV. Dat is opvallend, omdat ettelijke keren wordt aangegeven de HSV zorgvuldiger en beter vertaalt. Achter in het boek is een woordenlijst opgenomen, waarin een aantal in het boek genoemd begrippen wordt uitgelegd. Bij het doornemen van die lijst vraag ik me meer dan eens af wat de toegevoegde waarde ervan is. Bij wijze van toegift gaat Keller aan het einde van zijn boek beknopt in op het debat rond het ‘new perspective’ bij het hedendaagse Paulus-onderzoek. Boeiend (zijn standpunt is niet verrassend na het lezen van dit boek) om dat in kort bestek uiteengezet te zien. Wie zich in de Galatenbrief wil verdiepen, heeft met dit boek van Tim Keller materiaal in handen dat een verfrissende aanvulling biedt op het al bestaande aanbod.
H.I. METHORST, NIEUWLAND EN OOSTERWIJK
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's