Globaal bekeken
Uit ‘De tien vroegste gedichten’ van Willem de Mérode, geschreven in 1907, volgt hier het gedicht ‘kruisdragen’, waarin de dichter kennelijk zijn lijden aan zijn pedofiele geaardheid verwoordt.
Een kruis drukt op mijn schouder; ‘k ga gebogen!
Mijn voeten slepen en mijn handen beven.
Ik draag het kruis den langen weg door ’t leven
En staar vooruit, met moeden blik in d’oogen.
Mijn voorhoofd glimt van zweet; ik kan ’t niet drogen,
Daar bei mijn handen ’t zware kruis omgeven.
Mijn schouder pijnt, mijn droge lippen kleven.
Ik wankel… help! Wie heeft er mededoogen?
Een hand raakt aan mijn schouder, en verdwenen
Is alle pijn en moeheid. Ik wil vragen:
“Wie zijt Gij?” Maar Hij gaat stil voor mij henen
En grijpt het kruis. Ik volg Hem na, verslagen
Van blijdschap… Jezus zelf is mij verschenen,
Hij helpt mij, om het zware kruis te dragen.
Een lezer zond me een dagoverdenking uit Venster op het leven van ds. J. Overduin (1902-1983), schrijver van Hel en hemel van Dachau, over Psalm 31:16a, ‘Mijn tijden zijn in Uw hand’.
• Zodra wij maar leven in het geloof dat al onze tijden, onze levensomstandigheden, onze levensproblemen in Gods hand liggen, dan hebben we rust en troost. Wie doet je dan eigenlijk wat? Maar wanneer we God niet meer zien en horen, en alleen maar oog en oor hebben voor onze vijanden en de overmachtige omstandigheden, ja dan is het geestelijk met ons gedaan. Dan is ons hele leven zoals het reilt en zeilt in de handen van het noodlot of van de vijanden of van ziekte en dood. David blijft geestelijk op de been, omdat hij zich bewust is, dat niemand zich roeren en bewegen kan zonder de wil van de hemelse Vader. Mijn tijden zijn per slot van rekening in Gods hand, ook al heeft het er alles van dat wij machteloos gevangen zitten in de wrede handen van onze vijanden. Toen ik in Dachau met veel slagen verwelkomd was, kwam er nog deze groet uit de hel bij: ‘Ben jij geestelijke, o, dan zullen we wel zorgen dat je binnen 14 dagen je hemelvaart viert door de schoorsteen van het crematorium.’ Mijn enige troost was toen: En toch, mijn tijden zijn in Uw hand! Een afdoende troost.
• Prof. dr. H. Ridderbos schreef over hem na zijn overlijden (1983):
Hij was zelf niet van gereformeerd-kerkelijke origine. Zijn moeder was christelijk gereformeerd, zijn vader een “Kohlbrüggiaan” in de Hervormde Kerk. Maar meer dan de kerkelijke vraag domineerde in het ouderlijk huis de geestelijke gemeenschap en het geestelijk gesprek, een trek, die men ook bij Koos Overduin telkens terugvond. Zelf koos hij als student met overtuiging voor de Gereformeerde Kerk en hij is die steeds van harte trouw gebleven, hoe critisch hij in vroeger jaren ook stond tegenover de zelfverzekerdheid, die hij daar aantrof en hoezeer hij zich in de laatste tijd van zijn leven ook diepe zorgen maakte over haar karakterverlies als kerk van gereformeerde religie en confessie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's