Opgeslokt
Meditatie Jona 2 Ik riep uit mijn benauwdheid tot de HEERE en Hij antwoordde mij.
Jona wordt overboord gegooid. Wij weten de afloop, maar Jona niet. Ongetwijfeld heeft hij gedacht: Nu is het afgelopen. Ik verdrink. Als die vis Jona dan opslokt, denkt hij niet: Gelukkig, gered! Nee, banden van de dood hebben hem omringd.
Hij is levend begraven, zoals Korach, Datan en Abiram werden opgeslokt door de aarde (Num.16). Zoals zij levend worden verslonden, zo wordt Jona opgeslokt door die grote vis. Drie dagen en drie nachten is Jona in de buik van de vis.
STERK VERHAAL
Het is een wonderlijk verhaal. Een verhaal ook waar velen sceptisch of kritisch over zijn: zo’n vis die een mens doorslikt, met huid en haar; die dan ook nog eens in leven blijft in de vissenmaag, tot hij drie dagen later wordt uitgespuwd. Een sterk verhaal, zegt men dan, dat kan toch niet echt gebeurd zijn!? Laten we dan vooral niet vergeten dat de onze Heiland Zijn verblijf in het graf vergelijkt met Jona’s verblijf in de vis. ‘Zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen drie nachten in het hart van de aarde zijn.’ (Matt.12:40).
NOOD LEERT BIDDEN
Nu pas begint Jona te bidden. Wat was daar veel voor nodig. Hij moet in feite eerst levend begraven zijn. Dan stijgt pas een gebed omhoog. Vers 2: ‘Uit de schoot van het graf riep ik om hulp.’ Nood leert bidden, zeggen we dan. Dat gaat niet altijd op; soms zie je juist het omgekeerde. Maar van Jona lezen we: ‘Toen bad Jona tot de HEERE, zijn God, vanuit het binnenste van de vis.’ De profeet, die bezig was het aangezicht van de Heere te ontvluchten, zoekt nu Gods aangezicht in gebed. Uit zijn benauwdheid roept hij tot de Heere. In hoofdstuk 2 lezen we het gebed van Jona. Jona begint met te erkennen dat het Gods hand is die hem getroffen heeft. Hij zegt niet: ‘Die zeelui hadden mij in de zee geworpen.’ Nee, Jona bidt: ‘U wierp mij de diepte in, in het hart van de zeeën.’ In het oordeel heeft Jona de Heere ontmoet. Hij moest ondervinden dat we de Heere niet kunnen ontvluchten. In zijn nood leert Jona bidden.
PSALMEN
In Jona’s gebed horen we flarden van psalmen. Jona’s gebed begint met Psalm 120:1, ‘Ik riep tot de Heere in mijn benauwdheid, en Hij verhoorde mij.’ Vervolgens horen we woorden uit Psalm 102:11, ‘Want U hebt mij opgetild en weer neergeworpen.’ En Psalm 88: ‘U hebt mij in de diepte gelegd.’ En verder horen we woorden uit Psalm 31, 42, 51, 116 en 130. In de nood richt Jona zich tot zijn God in het gebed en in dat gebed citeert hij woorden uit psalmen. Zo komt hij weer tot de Heere, zijn God, en kan hij ook zeggen: ‘Toen mijn ziel in mij bezweek, dacht ik aan de HEERE; mijn gebed kwam tot U, in Uw heilige tempel’ (v.7). De bede om hulp verdiept zich tot een belijdenis van vertrouwen in de Heere. Jona’s geloofsvertrouwen is op dat ogenblik zo sterk dat hij gelooft in het onmogelijke. Het geloof blijft niet staan bij de menselijke onmogelijkheden, maar leeft bij het woord: ‘Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.’
VRAAGTEKENS
Toch hebben wij nog wel wat vraagtekens bij het gebed van Jona. Want wat ons opvalt, is dat Jona het met geen woord heeft over de bemanning van het schip, die toch door zijn schuld in moeilijkheden kwam en de lading overboord zette. Ook missen wij een eerlijke schuldbelijdenis in zijn gebed. Jona bidt niet: ‘Heere, laat me alstublieft alsnog naar Ninevé gaan opdat er voor de mensen daar nog behoud zal zijn.’ Nee, Jona wil het wel graag goed hebben tussen God en zijn ziel, maar om zijn medemensen bekommert hij zich niet zo erg.
DANKZEGGING
Jona sluit in vers 9 zijn gebed af met de woorden: ‘Met dankzegging zal ik U offers brengen; wat ik beloofd heb, zal ik nakomen. Het heil is van de HEERE!’ Hoe we het gebed van Jona ook beoordelen, dit kunnen wij ervan leren: de grond van ons behoud ligt niet in het mooie of minder mooie bidden van ons, maar in de genade van God. Nee, niets uit ons, maar alleen in de biddende handen van de hemelse Hogepriester, Jezus Christus, zijn we werkelijk geborgen. Echt, het heil is van de HEERE. Zo heeft dit gebed van Jona een machtig slot, een geloofsgetuigenis: Het heil is van de HEERE.
Ds. C. Mijderwijk is predikant van de hervormde gemeente te Meerkerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's