Evangelieverkondiger
Eens, dicht bij Damascus, sprak Jezus hem aan als Saul. Maar zelf stelt hij zich in zijn brieven altijd voor als Paulus, een apostel van Jezus Christus. De vraag is: waarom wordt Saulus Paulus?
Van Saulus lezen wij in Handelingen 13 dat hij ook Paulus werd genoemd. Door God? Door Christus? Vaak ziet men in Paulus een bijnaam. Hij was immers door geboorte een Romeins staatsburger (Hand.22:25-28). Een Romein heeft een naam, een familienaam en een bijnaam. Saulus zou dan zijn naam zijn en Paulus zijn bijnaam. Dat laatste zou hieruit te verklaren zijn dat hij klein van persoon was. Sommige gemeenteleden in Korinthe vonden hem bepaald geen indrukwekkende verschijning (2 Kor.10:10). Maar wat is dan zijn familienaam? Zou dat Benjamin geweest zijn (Fil.3:5)? De opvatting van Paulus als bijnaam van de apostel lijkt niet waarschijnlijk (J. Murphy-O’Connor).
JOODSE OREN
n de bijbelse theologie moeten wij uitgaan van de tekst die vóór ons ligt en niet van wat daarachter ligt. Daarom moeten wij voor Abram niet op zoek gaan naar een eventueel Babylonische achtergrond van die naam. Abram klinkt in Joodse oren als ‘Vader is (hoog) verheven’. Evenzo moeten wij de naam Mozes niet verklaren vanuit het Egyptisch, maar ons houden aan wat de tekst in deze naam gehoord wil hebben: De dochter van farao gaf hem de naam Mozes, ‘want, zei ze, ik heb hem uit het water getrokken’ (Ex.2:10).
GEROEPEN APOSTEL
Op dezelfde wijze wordt Saulus nu Paulus genoemd. In Handelingen 13 begint zijn eerste zendingsreis. Na de verhalen over Petrus gaat Lukas nu vertellen over Paulus. Ja, hij is die Saulus die de gemeente heeft vervolgd. Maar de Heilige Geest heeft hem toch vooral geroepen als de apostel voor de heidenvolken (Hand.13:2). Saulus wordt Paulus om de verkondiging van het Evangelie. Maar ooit heeft hij de gemeente vervolgd. Hij ging tekeer als een beest. Hij ‘brieste van dreiging en moord’. Toen verscheen Jezus aan hem. Dat was vlak bij Damascus. Daar hoorde hij Zijn stem: ‘Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij?’ (Hand.9:1-22). Dat is heel zijn leven met hem meegegaan. Hij kwam er ook steeds weer op terug (Hand.22:4- 17; 26:8-18; Fil.3:6; 1 Tim.1:13).
HERHALING NAAM
Het komt maar drie keer in de Bijbel voor dat de Heere Jezus iemand aanspreekt en dan zijn of haar naam herhaalt. Dat is de evangelist Lukas opgevallen. We horen Jezus tegen Martha zeggen: ‘Martha, Martha, je bent bezorgd en maakt je druk om veel dingen. Slechts één ding is nodig’. (Luk. 10:41) Na de instelling en viering van het heilig avondmaal zegt Jezus tegen Petrus: ‘Simon, Simon, zie, de satan heeft u allen opgeëist om te ziften als de tarwe’ (Luk.22:31). Hier is het ‘Saul, Saul!’ Driemaal ziet Jezus een mens wankelen aan de rand van de afgrond. En op dat moment grijpt Hij in en keert hij het kwade ten goede. Martha weet later op het juiste moment het juiste woord te spreken: ‘De Meester is er en Hij roept je’ (Joh.11:28). Petrus zal later zijn broeders versterken (Luk.22:32). En Saulus wordt voor Jezus Zijn uitverkoren instrument om Zijn ‘Naam te brengen naar de heidenen en de koningen en de Israëlieten’ (Hand.9:15).
BOODSCHAP
Paulus trekt de wereld in met het Evangelie. Dat is – zie zijn brief aan de Romeinen – het Evangelie van de rechtvaardiging van de goddeloze alleen uit genade. Dat stelt ons voor vragen als: Zit de wereld nu echt op die boodschap te wachten? Is zo’n aanpak wel verantwoord? Is dit niet veel te veel kerktaal waar een gewoon mens niets van begrijpt? Zie je die mens wel staan? Neem je hem of haar wel serieus? Toch sluiten deze woorden aan bij wat mensen voelen. Vaak hoor je zeggen als er iets ergs is gebeurd, bijvoorbeeld het overlijden van een kind: ‘Ik ben boos.’ of: ‘Ik vind dat onrechtvaardig.’ Eigenlijk ben je boos op God, omdat je vindt dat Hij jou onrecht doet. Zo ‘voelt’ dat. Maar de werkelijkheid is dat de toorn van God rust op ons mensen, omdat wij Hem geen recht doen door Hem en onze naaste liefhebben (Rom.1:16). Maar bij Hem is vergeving, want bij Hem is verzoening.
BEMOEDIGING
In de ‘leer’ van de rechtvaardiging door het geloof gaat het om Mijn NAAM, zegt Jezus. Zijn Naam is Hijzelf als persoon. In de ‘leer’ van de rechtvaardiging van de goddeloze uit genade alleen wil je van niets anders weten dan van Jezus Christus en Die gekruisigd. Verkondiging wordt dan bemoediging. Verkondiging gaat dan over in lofprijzing (Rom. 8:31-39).
Ds. H.J. de Bie uit Huizen is emeritus predikant.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's