Boekbesprekingen
Dr. D. Kroneman De betoverde mens. Geestelijke strijd in bijbels perspectief. Uitg. De Banier, Apeldoorn; 142 blz.; € 9,95.
De auteur laat vanuit zijn ervaring als zendingswerker in Indonesië zien dat angst voor tovenarij nog steeds een belangrijke rol speelt in het leven van veel Papoea’s, terwijl het Evangelie daar al veertig jaar geleden zijn intrede deed. Ook de Westerse mens is niet immuun voor de betoverende werking van de driehoofdige vijand – de duivel, de wereld en de eigen zondige natuur. Vanuit bijbels perspectief vraagt de auteur aandacht voor geestelijke strijd en voor de roeping van christenen om zich te wapenen tegen allerlei vormen van grove en subtiele betovering. Dick Kroneman werkt als vertaalkundige in dienst van de Gereformeerde Gemeenten in Papoea. Daarnaast doceert hij exegese en zendingswetenschap aan twee hogescholen in Indonesië. De begrippen ‘tovenarij’ en ‘betovering’ spelen in dit boek een belangrijke rol. De auteur vat zijn taak breed op en hij noemt veel aspecten van het geestelijke leven en de bijbehorende gevaren. Hij legt veel nadruk op het heilzame van het christelijke geloof. Kroneman acht bezinning op de thema’s betovering en geestelijke strijd hard nodig in deze tijd van secularisatie en wereldgelijkvormigheid. Hoofdstuk 2 bespreekt vijf vormen van betovering in Papoea: angst voor tovenaars, voor boze geesten, valse lijdelijkheid, het streven naar een paradijs op aarde en de lokroep van de vrijheid. Daarna komt in hoofdstuk 3 Europa aan de beurt: de verleiding van de ideologie, de betovering van het modernisme en het postmodernisme en de bedwelming van het genot als levensstijl. Er is ook betovering in de kerk: dwaalleer, wereldgelijkvormigheid en ideeën die op de waarheid lijken. De hoofdstukken 4 en 5 vermelden enige vormen van betovering in de Bijbel en gaan in op diverse goede en kwade machten die invloed hebben op het geestelijke en religieuze leven van de mens. Het laatste hoofdstuk bespreekt de bescherming die Psalm 91 noemt. Het is boeiend dat Kroneman wijst op gemeenschappelijke geestelijke achtergronden in verschillende culturen. Ik heb het boekje over het algemeen met instemming gelezen, maar veel passages roepen vragen op omdat een onderbouwing onderbreekt. Vanwege de zeer brede aanpak worden de onderwerpen niet uitgediept. Zo staan er een paar welwillende en een paar kritische opmerkingen over bevrijdingspastoraat, maar in specifi eke situaties zal de lezer hier niet veel aan hebben. Het zou mooi zijn als dit brede overzicht een concreter vervolg krijgt.
M.J. PAUL, EDE
René Erwich, Jan Hoek, Jan Marten Praamsma (red.) Theologie als beroep. Verhalen van hoop. Uitg. Kok, Utrecht; 256 blz.; € 23,99
Dit boek vraagt aandacht voor de ontwikkeling en het beroep van hbo-theologen in een veranderende context. Het bevat de kern van het onderzoek van het lectoraat ‘geestelijk leiderschap’ aan de Christelijke Hogeschool Ede en staat vooral op naam van dr. René Erwich, lector ‘geestelijk leiderschap’ aan de Academie Theologie van de CHE. Het vertrekpunt in het boek ligt in verhalen van alumni (oud-studenten), die de opleiding inmiddels al een poosje hebben verlaten. Hun ‘eigen geloofsverhaal-in-ontwikkeling’ was het startpunt voor het verhaal van de redactie. De gegevens van de alumni zijn geanonimiseerd. De verhalen heeft de redactie in menig opzicht ervaren als ‘verhalen van hoop’. De verhalen, waaruit doorgaans veel waardering spreekt voor de opleiding, zijn bepaald niet rimpelloos. Depressie en angst, problemen rond het persoonlijk leven, discrepantie tussen de eigen overtuiging en de levensstijl komen erin voor. De rode draad door de verhalen heen is het verlangen naar een veel sterkere community, gemeenschap, waarin studenten en docenten samen het leven delen. Het gaat dan om ontmoetingen en gesprekken waarin ieders ‘spirituele biografi e’ centraal staat. Aansluitend hierop wordt in dit boek de hbotheoloog bepleit als een interpreterende gids. Zo’n gids zoekt naar verbinding tussen de postchristelijke samenleving, het eigen beroepsideaal en de spirituele bronnen waaruit hij leeft. Het begrip ‘spiritualiteit’ wordt in een apart hoofdstuk verkend; het heeft immers heel verschillende betekenissen. Het is nooit eerder zo in de mode geweest als vandaag en gewezen wordt op het gevaar dat God er zou zijn voor onze wensen en gevoelens. De spirituele ontwikkeling van de hbo-theoloog wordt in dit boek als reis geschetst: ‘de slavernij ligt achter je, het beloofde land voor je en samen met anderen ben je onderweg’. In een hoofdstuk ‘Verbindende theologie’ wijst dr. Hoek erop dat de hbo-theoloog, ondanks het feit dat de nadruk ligt op competentiegericht onderwijs, dient te beschikken over een stevige theologische bagage. Het gaat er bij verbindende theologie om dat aloude christelijke kernwoorden vanuit nieuwe culturele leesoefeningen relevant worden gemaakt. In een hoofdstuk over de beroepsidentiteit van de hbo-theoloog valt sterk de nadruk op de hermeneutiek, waarmee het ‘script van het Evangelie’ in verbinding wordt gebracht met situaties van mensen. Met fraaie beelden worden de rollen van deze interpreterende gids uiteengezet: de luisterende priester, de wijze die verstaat, de onderscheidende en beoordelende profeet en de dienende leider. Benadrukt wordt dat in de situatie van het onderwijs de klas meer nodig heeft dan een programma van leren. ‘Er moet aandacht zijn voor wat mogelijk net zo diep kan bijdragen aan de ontwikkeling van een leerling als een les geschiedenis: het besef een gezamenlijk doel te hebben en een gemeenschap te vormen.’ Hier wordt een keuze gemaakt. Je kunt je immers voorstellen dat het accent precies andersom wordt gelegd: eerst op de noodzakelijke bagage en dan ook op de vorming van de leerling. ‘Verder blijft overeind dat het wel om een opleiding theologie gaat’, is een zin in het boek die het voorgaande onderstreept. Het is goed om nog eens de centrale vraag naar voren te halen die aan de oud-studenten voor dit onderzoek werd gesteld. Die luidde: ‘In hoeverre is er bij competentiegericht opgeleide alumni van de Academie Theologie van de CHE een ontwikkeling zichtbaar in hun spirituele profi el in relatie tot hun werk als hbo-theoloog? Wat heeft de opleiding hiertoe bijgedragen en wat zijn mogelijke lacunes?’ Aan het einde van het laatste hoofdstuk ‘Conclusies’, dat trouwens eerder het karakter van een samenvatting van het voorgaande heeft, vinden we het antwoord. ‘We blijven op zoek naar nog relevanter theologiebeoefening, nog pittiger opdrachten, nog uitdagender real-life-situaties, nog nauwere verwevenheid met het werkveld, nog meer geïntegreerde programma’s, en ga zo maar door.’ Er is dus kennelijk geluisterd naar de oud-studenten. Zij hebben niet voor niets hun bijdragen geleverd. Het boek geeft een goede indruk van het multidisciplinaire karakter van de opleiding tot hbotheoloog aan de CHE. Het is met een zekere bezieling geschreven, zoals de ondertitel ‘Verhalen van hoop’ al weergeeft. Wat de verhalen van oud-studenten betreft is een selectie gemaakt van vijf verhalen uit een totaal van 36. Vanuit het perspectief van de gereformeerde gezindte is het teleurstellend dat er bij de geselecteerde verhalen niet één verhaal is van een oud-student die is opgegroeid binnen een kerkelijke gemeente en een gezin dat de gereformeerde religie liefheeft en vertelt hoe hij zich ontwikkeld en gevormd heeft in dat spoor. Je vraagt je af waar deze studenten zijn. Je kunt natuurlijk ook – en die vraag is beter – vragen: waar blijft onder ons als hervormd-gereformeerden de geestelijke leiding en vorming vanuit het thuisfront en de kerkelijke gemeente?
H.G. LEERTOUWER, KRIMPEN AAN DEN IJSSEL
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's