De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Teken van het Verbond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Teken van het Verbond

12 minuten leestijd

De dopers stellen dat wij in het Nieuwe Testament in een geheel andere situatie leven dan in het Oude Testament. Zo komen zij onder andere tot het verwerpen van de kinderdoop. Calvijn komt juist op voor de kinderdoop.

Aan hun standpunt danken de dopers ook hun naam: anabaptisten of ook wel: katabaptisten. Hun stelling ondergraaft de eenheid van de Schrift. Hierin ligt het grote verschil tussen hen en de Reformatie. Volgens de doperse opvatting is de Reformatie halverwege blijven steken. In hun radicalisme breken de dopers met het oude en maken een absolute tegenstelling tussen deze wereld en de nieuwe schepping (nova creatio), die zij denken nu reeds te kunnen beginnen. Enerzijds brengt deze ‘radicale reformatie’ tot revolutionaire activiteiten zoals het wederdoper koninkrijk in Munster, anderzijds leidt ze tot wereldmijding.

EÉN VERBOND

Calvijn is met alle reformatoren opgekomen voor de eenheid van de Schrift. Zo spreekt hij over één verbond met als enig verschil twee bedieningen. In het oude verbond zijn dat besnijdenis en pascha en in het nieuwe verbond zijn het doop en heilig avondmaal. In Straatsburg heeft hij een formulier voor de doop ontworpen waarvan hij bij zijn afscheid van de predikanten van Genève aangeraden heeft dat zij dat niet moesten veranderen. Het is goed om daarnaar te luisteren. ‘Onze Heere toont ons in welke armoede en in welke ellende wij allen geboren zijn, doordat Hij ons zegt dat wij opnieuw geboren moeten worden (Joh.3:3). Want wanneer onze natuur vernieuwd moet worden om het rijk van God in te kunnen gaan, zo is dat een teken dat zij totaal verdorven en veroordeeld moet zijn.’ Dit is de toestand van de mens: hij is een vijand van God, een vijand van zijn Heere, een opstandeling tegen Zijn Woord. Hij is vlees, niet in staat het goede te doen. De ellende waarvan de Heilige Schrift spreekt, ligt daarin dat de mens zonder God is (Ef.2:12).

LEVEN

In Jezus Christus keert God Zich tot de mens, die van Hem wegvlucht, en geeft hem het leven weer. Hij betuigt dat Hij de God, de Vader van hem is, die van zijn natuur uit Gode vijandig is. Hij betuigt dat hij in Jezus Christus Zijn aangenomen kind geworden is, geheiligd is en vrucht draagt. Jezus Christus handelt in het werk van onze verlossing en onze heiliging als het Hoofd van Zijn kerk. Aan de leden van Zijn lichaam deelt Hij Zijn leven mee. Zij hebben deel aan Zijn gaven. Hij belooft hun het leven door Zijn Woord en Zijn sacramenten. ‘Al deze genadegaven worden ons deel, wanneer het Hem behaagt ons door de doop in Zijn kerk in te lijven. Want in dit sacrament betuigt Hij ons de vergeving der zonden. Om deze reden heeft Hij het teken van het water verordend om uit te beelden dat, zoals door dit element de onreinheden van het lichaam gewassen zijn, Hij onze zielen wassen en reinigen wil, opdat er geen enkele vlek meer zal verschijnen. Vervolgens, daarin stelt Hij onze vernieuwing voor, die – zoals reeds gezegd is – bestaat in het afsterven van ons vlees en in het geestelijke leven, dat Hij in ons voortbrengt en wekt.’

KINDSCHAP

De doop is het teken van het verbond van God, het teken van ons kindschap. Dit teken spreekt niet van de mens die God zoekt te bemeesteren, van de mens die religieuze zekeringen eist. Dit teken geeft ons niet de macht over God en Zijn rijk. Het betuigt ons dat wij het werk van Christus deelachtig zijn, dat zondeloos en volmaakt is. Wij zijn kinderen van God en geheiligd. De staat van de christen is die van een mens die van alle heerschappij van de machten bevrijd is, van een vrij mens, van een kind van God. Die staat is niet een moeitevolle opstijging, een ontwikkeling. De doop spreekt van datgene wat wij in Christus zijn, in Hem, Die voor ons alles vervuld heeft: ‘daar bent u zalig geworden’. Een geslacht dat het goddelijke wonder niet meer verstaat, meent de reformator te moeten verbeteren in: ‘zo zult ge zalig worden’.

GEEN HERHALING

Het werk van Christus kan niet herhaald kan worden. Zo kan ook de doop, die ons het leven van Christus deelachtig maakt, niet herhaald worden, zonder dat de mens de volkomenheid en de voltooidheid van het werk van Christus begint te betwijfelen. Wie het eigendom van Christus is, is gereinigd, ‘opdat geen vlek meer daarop gevonden wordt’. De doop belooft dus dat de rechtvaardiging het werk van God is, dat Jezus Christus, onze rechtvaardiging is, dat dit werk volkomen is. God vergeeft de zondaar. God ziet in deze zondaar geen goddeloze, maar een gerechtvaardigde, want Jezus Christus, de Rechtvaardige, heeft de plaats van de goddeloze ingenomen.

Dat is de zin van de verzoening. God ziet niet hem aan die zich slechts als zondaar kent, Hij ziet hem aan als de broeder van Christus, van de Eerstgeborene, Zijn eengeboren Zoon. En hij houdt zich aan Hem: ‘Zo zie, Heere, in het Aangezicht van Uw Gezalfde en niet op ons’ (gebed van Calvijn).

VOLWASSENDOOP

Door de doop ‘hebben wij een zeker getuigenis, dat God een genadige Vader voor ons wil zijn en ons onze gebreken en zonden niet toerekent’. Waar de doop ernstig genomen wordt, heeft de jacht naar menselijk perfectionisme geen ruimte. Want de doop spreekt over de reinheid van Christus, niet over de reinheid van de mens, over de gerechtigheid van de Zoon des Mensen, niet over onze eigen gerechtigheid. Wanneer de mens de rechtvaardiging in zijn eigen heiligheid zoekt, dan houdt hij op te danken voor de in de doop ervaren genade. De doop verliest haar karakter van goddelijke belofte, goddelijke gave en verwordt tot een eerwaardig gebruik, tot een gewoonte of tot een daad van persoonlijke vroomheid. Van daaruit is de volwassendoop begrijpelijk. Zij is niet meer een daad van gehoorzaamheid tegenover het teken dat God schenkt, maar een beslissing van diegene die het nu waagt God te belijden, zich in de dienst van God te stellen, het juk van het Rijk van God op zich te nemen.

HEILIGING

Zoals het geloof het antwoord van de zondaar is op de inlijving in de staat waartoe hij in Christus geroepen is, zo is de gehoorzaamheid het antwoord op het werk van de heiliging, die door Christus volbracht is. Zowel het geloof als de gehoorzaamheid zijn het werk van de Heilige Geest, het zijn vrije gaven, wonderen van de genade. Nadat het werk van de rechtvaardiging ons in herinnering geroepen is, gaat het formulier verder: ‘Hij zal ons bijstaan door Zijn Heilige Geest, opdat wij kunnen strijden tegen de duivel, de zonde en de begeerten van ons vlees, totdat wij daarvan de overwinning hebben, om te leven in de vrijheid van Zijn Koninkrijk, dat het Koninkrijk der gerechtigheid is.’ De doop betuigt ons dat wij door het Woord geheiligd, – en niet uit eigen wil, niet door eigen doen – van de wereld zijn afgezonderd. Die zegt ons: ‘word niet gelijkvormig aan deze wereld, maar word hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat u moogt onderkennen, wat de goede, welgevallige en volkomen wil van God is’ (Rom.12:2). De christen houdt zich aan dit getuigenis van de doop, dat hij in zijn handelingen, in zijn gehele leven Christus toebehoort en niet de machten en de geweldigen van deze wereld. Tegenover de gedoopten verliezen de machten hun absolute aanspraak van heerschappij. De christen kan zich in zijn doen, in zijn beroep, in zijn historisch bestaan niet anders verstaan dan als een gedoopte, en dan op grond van het doopverbond.

IN HET WOORD

Nadat Calvijns formulier gesproken heeft over het goddelijk handelen, waarvan de doop getuigenis aflegt, herinnert het ons eraan dat dit alles in Christus, in het Woord, verkregen is. Het teken verliest zijn geldigheid, wanneer het gescheiden is van Christus, van de hoogste Leraar, van de enige Hogepriester aan Wie alle macht gegeven is in hemel en op aarde. Het gaat dan ook verder: ‘Daaruit volgt dat de waarheid en substantie van de doop in Hem begrepen is. Want wij hebben helemaal geen andere afwassing dan in Zijn bloed; en wij hebben helemaal geen andere vernieuwing dan in Zijn dood en opstanding. Maar zoals Hij door Zijn Woord Zijn rijkdommen en de zegeningen ons meedeelt, zo deelt Hij die aan ons uit door Zijn sacramenten.’

BELOFTE

De doop is niet de garantie van de voor ons door Christus vervulde gerechtigheid, maar de belofte van deze gerechtigheid. De mens in zijn ongeloof wil verzekeringen buiten het geloof om. De gelovige belijdt dat de goddelijke belofte veel meer zekerheid bevat dan alle verzekeringen die onze behoefte aan zekerheid begeert. Hij belijdt de barmhartigheid van God in de gave van het sacrament van de doop. Door het Woord deelt Christus Zijn leven aan ons mee. Dat is de afwijzing van een ingegoten genade, waardoor het leven van Christus naar de mate van de ervaring op de mens overgaat en tot leven van de mens wordt. Deelt Zijn Woord, dat geloof vraagt, ons het leven mee, dan hebben wij dit leven als belofte. Door de sacramenten deelt de Heer der kerk aan de Zijnen Zijn rijkdommen en genadegaven uit. Daarom is dit teken slechts daar werkzaam waar het in geloof aangenomen wordt, waar de mens de goddelijke roeping gehoorzaamt, waar hij zich houdt aan de belofte van deze gave.

ONZE KINDEREN

Ten slotte spreekt Calvijn ontroerend in zijn formulier over de kinderen. ‘Wel nu onze goede God, Zich helemaal niet tevreden houdende met ons te hebben aangenomen als Zijn kinderen en te hebben opgenomen in de gemeenschap van Zijn kerk, heeft nog veel verder Zijn goedheid over ons willen uitstrekken. Dat is ons belovende dat Hij onze God zal zijn en van ons nageslacht tot in duizend geslachten. Daarom is het Zijn wil van het begin van de eerste grondlegging van een kerk af in het oude verbond geweest, dat de kinderen het teken van de besnijdenis zouden ontvangen, waardoor Hij toen alles voorgesteld heeft wat ons vandaag getoond wordt door de doop. Nu dus, omdat onze Heere Jezus Christus op aarde gekomen is, helemaal niet om de genade van God Zijn Vader te verminderen, maar veelmeer om over heel de wereld het verbond der zaligheid uit te breiden, dat eertijds ingesloten was binnen het Joodse volk; zo is er geen enkele twijfel, dat ook onze kinderen erfgenamen zijn van het leven, dat Hij ons beloofd heeft. Daarom schrijft ook Paulus dat God hen vanaf het moederlijf geheiligd en van de kinderen van de heidenen en ongelovigen onderscheiden heeft.’

GOD HANDELT

De doop is niet het antwoord van de mens maar het teken van Gods verbond. Een theologie die de Heere Jezus van het Oude Testament scheidt, die de kerk van Jezus Christus en het volk van het Oude Testament uit elkaar scheurt, verliest ieder fundament. Deze theologie is niet in staat die houding van de kerk der Reformatie te verstaan, die de kinderdoop behouden en opnieuw verstaan heeft. Er werd vaak beweerd dat het een gebrek aan consistentie, een capitulatie voor de traditie van de kerk was. Wie zo oordeelt, kent de theologie van de reformatoren niet; hij scheidt zich van hen af en gaat de weg van de dwepers. De doop is niet het antwoord van de bekeerde mens op de roeping van God. Zij is het teken van Gods verbond. Het is God Die handelt en niet de mens; het is God Die het leven van onze kinderen onder Zijn belofte stelt, het stelt onder het teken van Zijn koninklijke heerschappij, het als Zijn eigendom verzegelt.

WEIGERING

Een kind dat ouders weigeren te laten dopen of dat de gemeente weigert te dopen, wordt buiten de kerk van Jezus Christus en Zijn verbond gesteld. Het wordt gesteld buiten de beloften van God waarover de heilige Schrift spreekt en onze belijdenissen de Schrift naspreken. Het wordt buiten het handelen van God, van God Die ons en onze kinderen roept en tot Zijn erfgenamen wil maken, geplaatst. Wie de kinderdoop verwerpt, neemt daarmee ook een praktische beslissing, die doorwerkt in de relaties tussen ouders en kinderen, tussen leraren en leerlingen, die doorwerkt in alles wat mensen voor elkaar doen. Wie de kinderdoop afwijst, luistert niet naar Gods belofte. Hij bouwt in kerk en staat, in familie en school een gebouw dat gebouwd is op het fundament van menselijke willekeur.

BESNIJDENIS

In Jezus Christus is de belofte vervuld die het teken van de besnijdenis bevat. Christus is de vervulling en het einde (telos) van het sacrament van de besnijdenis. Die doop is het teken van Zijn koninklijke heerschappij over alle volken, over de hele aarde. De kerk antwoordt haar Hoofd: ‘Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed uit elke stam en taal en volk en natie; En Gij hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen heersen op de aarde’ (Openb.5:9).

Dr. W. Balke uit Den Haag is emeritus hoogleraar geschiedenis van het calvinisme.


STUDIEBIJEENKOMST CALVIJNS ‘INSTITUTIE’

De Institutie of onderwijzing in de christelijke religie van Johannes Calvijn (1509-1564), waarvan de eerste druk in 1536 verscheen, is voor de kerk en de christen tot op de dag van vandaag van grote betekenis. De hoofdzaken van het christelijk geloof worden er op een pastorale wijze in samengevat. Reden dat de Gereformeerde Bond 450 jaar na het overlijden van de reformator dit najaar voor zijn leden en voor abonnees van De Waarheidsvriend een seminar belegt waarin de Institutie centraal staat. De bijeenkomst is DV op woensdag 1 oktober van 15.30-21.00 uur in gebouw Eben Haëzer, Schoutstraat 8 te Woudenberg. Zie www.gereformeerdebond. nl voor meer info en aanmelding.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Teken van het Verbond

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's