De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staande gehouden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staande gehouden

Meditatie Psalm 71:6 Op U heb ik gesteund van de moederschoot af, van de baarmoeder af bent U mijn Helper; voortdurend zal mijn lof van U zijn.

4 minuten leestijd

In een terugblik op zijn leven ziet een oudere de lijn van Gods trouw lopen. Die welfde zich al voor zijn geboorte over zijn leven heen. De Heere God heeft hem altijd geholpen. Daarop past maar één adequate reactie: dank aan God.

Op het eerste gezicht is dat wel een wat raadselachtige zin: ‘op u gesteund van de moederschoot af’, ‘van de baarmoeder af’. Daarbij denkt de psalmdichter niet zozeer aan het moment van de geboorte. Maar aan de tijd die daaraan voorafging, de tijd dat hij groeide bij zijn moeder. Maar kan een ongeboren kind in geloof leven? Kan het al belijden? Nu heeft onderzoek aangetoond dat ongeboren kinderen al heel wat meer waarnemen dan werd gedacht. Maar een overtuiging uitspreken, dat kunnen ze nog niet.

BIJZONDERE ROEPING

Gaat het hier dan over een bijzonder charismaticus? Bij de woorden ‘van de moederschoot af’ moest in ik ineens denken aan Johannes de Doper. Van hem zegt de engel Gabriël tijdens de geboorteaankondiging aan Zacharias dat hij ‘van de moederschoot af met de Heilige Geest vervuld zal worden’. Er zijn mensen in de (heils)geschiedenis geweest, die een heel bijzondere roeping te vervullen hadden, waarover al lang voor hun geboorte door Godsgetuigen gesproken werd. Toch krijg je niet de indruk dat de dichter van Psalm 71 zo iemand geweest is. Hij blijft anoniem, hij noemt zijn naam niet. Toch spreekt ook hij over ‘de moederschoot’ en ‘de baarmoeder’. Het kan denk ik toch niet anders dan dat dat betekent dat hij gelovige ouders heeft gehad, in ieder geval een gelovige moeder, die wat zijn leven betreft vertrouwen in God heeft gehad. Zij heeft geloof gekend. En in haar voorbede heeft ze haar ongeboren kind aan de Heere God opgedragen en hem dat ook verteld.

NAUWE BAND

We zien hier iets van de verbondslijn. Er is een nauwe band, nauw als de navelstreng, tussen de generaties. Er wordt veel geleerd over de Heere God, thuis, van vader en moeder. En dat is niet uit te besteden aan de school of aan de kerk. We weten vandaag de dag maar al te goed hoe de band tussen de verschillende generaties verbroken kan worden als het om geloof in God gaat. Meer dan ooit staat die band onder spanning. Dat motiveert tot gebed voor onze kinderen en daar mag je al heel vroeg mee beginnen: zelfs nog voor zij geboren zijn. Deze roeping houdt nooit op. Ouderen hebben het druk met hun roeping voorbidder te zijn voor hun kinderen en kleinkinderen. Deze dichter heeft gelukkig de verbondslijn niet verbroken. Hij ziet die lopen vanuit het gebed van zijn ouders naar zichzelf toe. En hij is daar dankbaar voor. Wat ben je dankbaar als ouders de doop van kinderen vragen niet vanuit een dorre gewoonte, maar vanuit een levend geloof. Wat ben je dankbaar als jongvolwassenen vanuit overtuiging in een belijdenisdienst ‘ja’ zeggen tegen hun doop. De Heere God wordt als Helper beleden. Het leven kent tegenslagen. Daar heeft de dichter zijn deel wel van gehad, en zelfs op zijn oude dag dienen die zich aan. Ook gelovige mensen hebben daarmee te maken, soms juist door het geloof waarin ze leven. Maar God heeft deze dichter staande gehouden. En de ervaring daarvan heeft hij vanaf de vroegste jeugd. Als gezond kind werd hij geboren en door God door het leven gedragen. Alhoewel we in deze psalm niet uitdrukkelijk een spreken over zonde en schuld vinden, heeft dat ongetwijfeld toch ook betekend dat Hij beseft dat hij door de Heere God verdragen is, in de zonden van zijn jeugd, maar ook in alles wat zich daarna afspeelde. Hij heeft gesteund. Dat betekent dat hij kon omvallen. Er zijn de nodige stormen en aardbevingen geweest in zijn leven. Toch is hij dankzij Gods hulp staande gebleven. Zoals Paulus later zal zeggen: ‘Maar door de hulp die ik van God verkregen heb, sta ik tot op deze dag als een getuige tegenover klein en groot’ (Hand.26:22).

DANKZEGGING

Uiteindelijk is de dichter gekomen tot het doel van zijn leven: ‘voortdurend zal mijn lof van (voor) u zijn’. Zijn leven staat in het teken van de dankzegging. Onophoudelijk. Het gaat daarin over heil en gerechtigheid (vs.15). De dichter heeft indertijd gedacht aan de gang van zijn leven. Wij mogen verder zien en deze psalm lezen en verstaan vanuit het evangelie van Jezus Christus, Die ons heil is, in Wie ons gerechtigheid is geschonken. De reformator Calvijn stelde zich de vraag wat nu uiteindelijk het doel van ons leven is, en zijn antwoord was: ‘Dat God tot Zijn eer komt.’ En dat komt Hij in de woorden van deze dichter.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Staande gehouden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's