De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een bezeten wereld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een bezeten wereld

7 minuten leestijd

Wij leven in een bezeten wereld en wij weten het’, schreef de historicus Johan Huizinga in 1935. Het is een zin die je te binnen schiet wanneer je de ontwikkelingen in de wereld van vandaag op je in laat werken. De wereld van IS en ebola, de Oekraïne en Rusland, Gaza en Tel Aviv, christenen en Yezidi. Maar ook die van Zuid-Soedan, Congo en de Centraal Afrikaanse Republiek – vergeten landen. Afgelopen zomer kwam deze wereld met grote intensiteit ‘binnen’ in onze eigen werkelijkheidsbeleving en dit brengt fundamentele gevoelens van onzekerheid en onveiligheid met zich mee.

ND

Prof.dr. Beatrice de Graaf, hoogleraar in Utrecht, opende het academisch jaar van de Protestantse Theologische Universiteit met een rede (samengevat in het ND) over ons veiligheidsbeleid. Zij betoogde daarin dat veiligheid niet het belangrijkste is dat er is. Enkele fragmenten:

Vanaf het midden van de twintigste eeuw groeide het besef dat de toekomst elk moment weggevaagd kon worden door menselijk toedoen. Via sociale media leven mensen voortdurend in het hier en nu, maar worden ze tegelijkertijd onophoudelijk met allerlei dreigende rampen en risico’s geconfronteerd. En daarmee moeten ze het doen. Die voortdurende verbeelding van de apocalyps [hier: de ondergang, GvM] kent niet meer de goddelijke troost die de middeleeuwer nog tot zijn beschikking had. En de mogelijkheid van een menselijke oplossing is discutabel geworden: menselijk-technologische vindingen kunnen immers zelf weer nieuwe, ongekende risico’s opleveren.

De Graaf stelt dat de huidige veiligheidscultuur vooral een risicocultuur geworden is.

(…) waarin met de modernste computersimulaties ingebeelde toekomsten en worstcasescenario’s zichtbaar worden gemaakt. Dat leidt vervolgens tot allerlei overtrokken verwachtingen aan overheden om hier met dito omvangrijke en proactieve maatregelen op te reageren – want voor je het weet wordt er al een ‘klein kalifaat’ in de Schilderswijk in Den Haag geconstateerd.

Vervolgens stelt ze vanuit een theologische invalshoek vraagtekens bij drie kenmerken van het veiligheidsdenken in onze dagen.

Ten eerste is het hedendaagse veiligheidsdenken potentieel totalitair, want gericht op volledig risicomanagement in heden, toekomst en in onze verbeelding. Ten tweede is het veiligheidsdenken dikwijls onverzoenlijk. Het is gericht op identificatie van steeds grotere categorieën en groepen van dreiging en gevaar die in het hier en nu bij voorbaat onschadelijk moeten worden gemaakt. Denk aan allerlei vormen van registratie (van kentekens tot reizigers naar het Midden- Oosten), aan categorisering van ‘risicogroepen’ (voetbalsupporters, hangjongeren, patiënten met suikerziekte etc.), aan het gevaar van ‘etnisch profileren’ dat wordt gesignaleerd, en aan alle inbreuken op privacy en persoonlijke vrijheid die daaruit voortvloeien. Bij alle pleidooien voor ‘hardere straffen’ wordt bovendien de terugkeer, rehabilitatie en re-integratie van verdachten volledig uit het oog verloren. Tot slot maakt het huidige veiligheidsdenken ons ook uiterst kwetsbaar. Bij zo veel concrete én verbeelde gevaren is de manifestatie daarvan al voorgeprogrammeerd en worden de angst en onzekerheid vergroot in plaats van bezworen.

Dr. De Graaf legt de vinger bij een aantal belangrijke ontwikkelingen. Onder meer dat het signaleren van veiligheidsrisico’s vaak leidt tot nog weer meer veiligheidsmaatregelen. Maar daarmee worden de onderliggende (maatschappelijke) problemen niet opgelost en komen belangrijke maatschappelijke waarden als solidariteit, onderling vertrouwen en zorg in het gedrang. Nog fundamenteler is het volgende:

De toekomst kan niet worden gekend, maar hij is wel in Gods handen. Wij hoeven het mysterie niet zelf op te lossen. Het eind der tijden is ook niet iets wat wij zelf in de hand hebben. Met andere woorden: een invulling van veiligheid die schreeuwt om een volledige kolonisatie van de verre toekomst en die een menselijke verlossing van het kwaad belooft, is iets dat we op theologische gronden met een gerust hart mogen afwijzen. Risicomanagement heeft zijn grenzen en hoeft zich niet totalitair over tijd, grondgebied, mensen en hun gedachten uit te strekken. Er is al een einde van het kwaad bereikt en dat mag zich ook in een veiligheidsbeleid vertalen dat zich niet aanmatigt die radicale verlossing over te moeten doen.

In Christus (Goede Vrijdag en Pasen) heeft God het kwaad in principe al overwonnen en die zekerheid heeft de belofte in zich dat er een einde aan het kwaad zal komen. Op dat laatste moet de kerk profetisch blijven hameren: het kwaad gaat eruit.

Er is een antwoord mogelijk op de uitdijende en totalitaire macht van angst- en onveiligheidsdenken dat mensen onzeker, boos of bang maakt en vertrouwen ondermijnt.

HABAKUK.NU

Op de website Habakuk.nu wordt ingegaan op De Jacht , een in Zwolle ontwikkeld ‘spel’ waarin christenvervolging wordt nagedaan om zo het bewustzijn op dit punt te vergroten. Gert Jan de Jong schrijft daarover een kritische, columnachtige bijdrage:

Nederlandse christenen gaan komende veertigdagentijd jacht op elkaar maken. Nee, niet echt natuurlijk. Het gaat om een spelletje. Thuis en in de kerk ben je veilig, maar buiten loop je kans dat een vervolger een sticker met ‘I love Jesus’ op je plakt. Wie is gesnapt, ligt uit het spel. Doel is dat deelnemers iets proeven van christenvervolging. De Jacht werd dit voorjaar in Zwolle gespeeld en was daar, aldus de organisatoren, een succes. Daarom stellen ze het concept ook voor andere steden ter beschikking. Behalve Zwolle staan Almere, Amsterdam en Hoogezand al vast. (…)

In het ‘Nederland Dagblad’ wordt het spel een light-versie van vervolging genoemd. Klaas Muurling van Open Doors benadrukt dat christenvervolging geen spel is. ‘Maar De Jacht is wel een manier gebleken waardoor mensen erover gaan nadenken dat er een andere wereld is waar christenen steeds over hun schouder moeten kijken. (...) Op verjaardagsfeestjes wordt erover gepraat en komt het gesprek op de vervolgde kerk.’

De Jong vervolgt zijn bijdrage dan met vijf ‘tips’ om deze jacht toch wat spannender te maken ‘kan het niet wat minder light? Zo leer je nog niks over vervolging’, schrijft hij een tikje cynisch. Hij besluit daarna met:

Vind je bovenstaande tips wansmakelijk? En respectloos? Dat vind ik ook. Maar waar ligt de grens tussen ‘moet kunnen’ en ‘respectloos’? Is elke poging tot imitatie van zoiets ergs als vervolging niet per definitie wansmakelijk?

VATICAAN

Daarmee lijkt mij niets te veel gezegd. Misschien is er iets anders nodig. Op 13 september herdacht paus Franciscus in Noord-Italië bij een begraafplaats het begin van de Eerste Wereldoorlog. ‘Is er nu al sprake van een Derde Wereldoorlog die in hoofdstukken wordt uitgevochten?’, kopten de persbureaus. De paus zei het allemaal iets genuanceerder en dieper:

Vandaag de dag (…) kun je misschien spreken van een derde oorlog, die stukje voor stukje wordt uitgevochten, met misdaden, slachtingen, vernietiging… In alle eerlijkheid, op de voorpagina’s van de kranten zou de kop: ‘wat kan mij het schelen?’ moeten staan. Kaïn zou zeggen: Ben ik mijn broeders hoeder? Het is precies die houding die totaal tegenovergesteld is aan datgene wat Jezus van ons vraagt in het Evangelie. We hebben gehoord dat Hij de minste is van zijn broeders; Hij is de Koning, de Rechter van de Wereld, Hij is degene die honger lijdt en dorst, de vreemdeling, de zieke, de gevangene… Degene die zich bekommert om zijn broeder of zuster gaat binnen in de vreugde van zijn Heer; degene echter die dat niet doet, die door zijn nalatigheid zegt: ‘wat kan mij het schelen?’, blijft buitengesloten.

Volgens de paus is het de taak van de ‘wijzen in deze wereld’ om wat fout is te ontdekken, om de pijn te voelen, om berouw te tonen en te roepen en te wenen.

Kaïn weende niet. De schaduw van Kaïn hangt vandaag over ons bij deze begraafplaats. (..) En ik vraag ieder van u, voor ieder van ons, om bekering van ons hart. Om de weg te gaan van ‘Wat kan mij het schelen’ naar de tranen. (…) De mensheid heeft tranen nodig en nu is het de tijd om te wenen.’

Johan Huizinga heeft gelijk. Wij leven in een bezeten wereld, en wij weten het. En toch mogen wij ook nog meer weten. Dat deze wereld niet opgehouden heeft Góds wereld te zijn, die Hij niet over heeft voor de chaos en de nacht, maar die Hij nieuw zal maken. Het kwaad kent een einde. Dat geeft hoop en moed om in deze tijd te zoeken naar een begaanbare weg en te bidden voor allen die ons regeren.

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Een bezeten wereld

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's