Meester in het leren
Calvijn is de reformator die ons leert wat ook vandaag wezenlijk is voor een lerende gemeente. Hoewel we in een heel andere context leven dan de gemeente in het Genève van de zestiende eeuw, reikt hij uitgangspunten voor het leren aan die blijvende betekenis hebben.
De achtergrond van Calvijns passie voor catechese is dat de meeste gemeenteleden in Gèneve weinig of niets wisten van de Bijbel en de inhoud van het christelijk geloof. Dit feit hing samen met de visie van de Rooms-Katholieke Kerk dat persoonlijke kennis van de Bijbel en het geloof niet nodig is voor een leek, als hij maar gedoopt is en gelooft wat de kerk gelooft. Daar zet Calvijn het mes in.
KENNIS
Geloven heeft alles met kennis te maken. Zonder kennis kunnen we − behoudens bijzondere gevallen − niet geloven. Sterker nog, Calvijn omschrijft geloven als kennen wanneer hij in zijn Institutie zegt: ‘Het geloof is een vaste en zekere kennis van Gods welwillendheid jegens ons (…)’ (III.2.7). De catechese, bestaande uit op elkaar aansluitende leerprogramma’s vanaf de kindertijd, wordt een van de middelen waardoor de Heilige Geest het geloof wil werken. Dat heeft Hij bij de doop beloofd. Daarom gaat het in de catechese heel persoonlijk toe. Als het kind de inhoud van het christelijk geloof leert, gaat het niet om abstracte waarheden, maar om zijn eigen geloof in de drie-enige God, om zijn eigen relatie met Hem. Nodig om te delen in het heil van Christus. Het doel van het geloofsleren wordt prachtig omschreven in de eerste Calvijn [3, de catechese] MEESTER IN HET LEREN Calvijn is de reformator die ons leert wat ook vandaag wezenlijk is voor een lerende gemeente. Hoewel we in een heel andere context leven dan de gemeente in het Genève van de zestiende eeuw, reikt hij uitgangspunten voor het leren aan die blijvende betekenis hebben. twee vragen en antwoorden van de catechismus van Genève (1542).
Wat is het hoofddoel van het menselijk leven?
God te kennen.
Waarom zeg je dit?
Omdat Hij ons geschapen en in
de wereld gebracht heeft om in
ons verheerlijkt te worden.
Dit leert Calvijn de kinderen na te zeggen als hun eigen geloofsbelijdenis. Dan gaat het om kinderen die gedoopt zijn. Je kunt daarom ook zeggen dat het doel van het geloofsleren is: leren leven als gedoopt mens. Weer anders: leren de relatie van God met jou als kind van Zijn verbond te beantwoorden. Vandaar dat Calvijn niet alleen de kinderen aan het leren zet, maar alle generaties van de gemeente. Dus: levenslang leren van de geloofskernen in hun actualisering naar het alledaagse leven.
DRIEHOEK
Als het gaat om de praktische vormgeving werkt Calvijn zijn catechetische ideeën uit binnen een heldere structuur. Het gaat dan om de driehoek: gezin, school en kerk. Dat zijn de drie leervelden waarop samengewerkt wordt bij de geestelijke vorming van de gemeente. Elk van deze drie heeft een eigen verantwoordelijkheid: de ouders in het gezin, de meesters op school en de predikanten/ catecheten in de gemeente. Voor elk van de drie verschijnt er catechesemateriaal, waarvan de Catechismus van Genève (1542) het belangrijkste leerboek is. Voor meerdere verdieping van de kennis van leraar en leerling is er bijvoorbeeld de Institutie, die zowel in het Latijn als (later) in het Frans verscheen. Telkens weer spoort Calvijn de ouders aan om hun kinderen te onderwijzen, zoals ze bij de doop beloofd hebben en hen daarbij het goede voorbeeld van een christelijk leven te geven. Op school leren de kinderen lezen met behulp van de catechetische stukken, geloof, gebod, gebed. Ze leren de bijbelse verhalen, psalmen, teksten, maar ook zelf bidden.
ZONDAGMIDDAG
Het kloppende hart van het geloofsleren wordt gevormd door de leerdienst op zondagmiddag. Dan komen de kinderen met de gemeente samen in de kerk, waar zij de geleerde vragen en antwoorden van de catechismus opzeggen en de leerinhoud van het geloof door de predikanten wordt uitgelegd. Alle aspecten van leren komen hier samen in het samenspel van verstand, hart en hand. Hier is echt de lerende gemeente te vinden, van kinderen tot de bejaarden toe. Dit is het kloppende hart van de catechese. Ook de andere diensten met de verkondiging, met bidden, zingen en de collecte zijn vol onderricht. In het bijzonder nemen de sacramenten van doop en avondmaal een grote plaats in. Ze geven visueel onderwijs, zoals dat in de preek verbaal gebeurt. Een bijzonderheid is dat Calvijn in plaats van het rooms-katholieke vormsel de geloofsbelijdenis heeft ingesteld. Zij bestaat uit een onderzoek naar de geloofskennis en vindt op ongeveer tienjarige (!) leeftijd plaats. Vanaf dat moment worden de kinderen opgenomen in avondmaalvierende gemeente.
BLIJVENDE BETEKENIS
Ik noem nu enkele aspecten van het leren bij Calvijn die voor ons een blijvende betekenis hebben. 1. Geloofsleren begint ook vandaag in het gezin, als kerkje in de kerk. Daar kan het hart van de kinderen bereikt worden. Laten we dit niet alleen belijden en beloven bij de doop, maar ook in de praktijk brengen binnen de mogelijkheden die er concreet zijn. Via het kerkblad, de website van de gemeente, in prediking en huisbezoek kan hieraan hoge prioriteit en hulp op maat gegeven worden. 2. De kennis, ook de verstandelijke kennis van de Bijbel en het geloof van de kerk der eeuwen, is van uitermate groot belang voor de geloofsvorming. Dat merk je in de regel pas achteraf. Hiervoor dienen alle ons ter beschikking staande leermiddelen te worden ingezet (en die zijn er veel). 3. Een centrale plaats in de lerende gemeente in Genève had de leerdienst. Hier ligt vandaag een zwakke plek in menige gemeente. We zullen er aan moeten werken om de leerdienst weer die plaats te geven die ze dient te krijgen in het geheel van gemeenteopbouw. De vraag is: willen we dat? Als we het willen, hoe zien we dan de plaats van de kinderen in de leerdienst? Er zijn hier veel mogelijkheden. 4. Dan noem ik de leeftijd waarop de toelating tot het avondmaal plaatsvond. Bij Calvijn was dat op ongeveer tienjarige leeftijd. Dat betekent niet dat we die leeftijd moeten overnemen. Tien jaar in de zestiende eeuw is niet tien jaar in 2014. Maar toch geeft het te denken dat de toelating bij ons in de regel pas boven het achttiende jaar plaatsvindt. Ik denk dat de betekenis van leeftijden vandaag verandert. Ook (juist?) jongeren die nog geen achttien zijn, kunnen heel sterk met hun persoonlijk geloof bezig zijn. Kunnen we niet eens aan de mogelijkheid denken dat jongeren vanaf bijvoorbeeld hun vijftiende jaar tot het avondmaal worden toegelaten? Ze zouden dan vooraf een eerste belijdenis kunnen afleggen voor de kerkenraad als de eerste stap op weg naar de volle belijdenis in het midden van de gemeente, vanaf hun zeventiende, achttiende jaar. Ik denk dat heel wat jongeren verlangen naar het avondmaal en dat hun deelname aan de viering ervan hen een duurzaam ‘thuis’ kan bieden.
Dr. W. Verboom uit Harderwijk is emeritus hoogleraar geschiedenis van het protestantisme
CATECHESE
Calvijn reikt ons uitgangspunten aan voor de reguliere catechese, die ook vandaag van groot belang zijn voor de lerende gemeente. Te denken valt aan de visie op de catechisanten als gedoopte kinderen van de gemeente, die het teken en zegel van het verbond dragen. Ook aan de kennis als geloofskennis, in de bijbelse zin van het woord. Verder valt te denken aan het doel van de catechese, de gezins-/schoolcatechese, het grote belang van de leerdienst en het daaraan verbonden levenslang leren. Calvijn liet kinderen op tienjarige leeftijd toe aan het avondmaal, nadat ze op hun geloofskennis onderzocht waren. De vraag is: wat kunnen wij hiervan leren?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's