De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbesprekingen

6 minuten leestijd

Almatine Leene Samen dansen in de kerk. Als mannen en vrouwen op God lijken. Uitg. Buijten&Schipperheijn Motief, Amsterdam; 120 blz.; € 12,50.

Dit boek van Almatine Leene is een beknopte weergave van haar dissertatie uit 2013. Haar proefschrift had als titel: Triniteit, antropologie en ecclesiologie. Een kritisch onderzoek naar implicaties van de godsleer voor de positie van mannen en vrouwen in de kerk. Indertijd trok haar studie de nodige aandacht en ook bij dit boek is dat het geval. De schrijfster typeert het niet alleen maar als een ‘beknopte’ weergave van haar proefschrift maar ook als een ‘populaire’. En inderdaad, het is geschreven in een vlotte, toegankelijke stijl. Omdat het wat omvang betreft ook beknopt is, kun je het ook verschillende keren doorlezen. Ik heb dat zelf gedaan. Niet omdat het boek toch moeilijk en ingewikkeld geschreven zou zijn, maar wel omdat er in een kort bestek veel stevige theologische kost wordt aangeboden. De centrale gedachte is de leer van de drieeenheid. Dat de God van de Bijbel drie-enig is, wil zeggen dat God relaties kent. De drie Personen − Vader, Zoon en Heilige Geest − ‘hebben een gezamenlijk wezen, een volmaakte eenheid en doen niets zonder elkaar, al hebben ze alle drie hun specialiteiten’. Leene legt veel nadruk op deze samenwerking tussen de drie Personen. In de dogmatiek noemen we dat wel de ‘peri-chorese’. Ik citeer de toelichting op dit begrip van de hand van de schrijfster: ‘daar zit het woord peri (rondom) in en het woord dat we in choreografie tegenkomen (dans). Het is dus een rondedans.’ Hier ontspringt dus de wat frivole titel van haar boek. Even los van dit gekozen beeld is dit het punt dat zij wil maken, namelijk dat God uit drie Personen bestaat die allemaal even belangrijk en goddelijk zijn. Ze zijn gelijkwaardig en volkomen op elkaar gericht. Een volgende belangrijke stap in haar boek is het gegeven uit het scheppingsverhaal dat man en vrouw naar Gods beeld geschapen zijn. Waarom combineert ze deze twee onderwerpen? De aanleiding tot haar studie was de vraag of alleen mannen of ook vrouwen door God tot het ambt worden geroepen. Kortweg dus: een studie over de vrouw in het ambt. Methodisch kiest ze er echter voor om niet bij de (bekende) teksten uit de brieven van Paulus te starten. Ze wil fundamenteler inzetten. De godsleer en de scheppingsleer komen ter sprake. Mannen en vrouwen zijn naar Gods beeld geschapen. En God is drie-enig. Heel kort geformuleerd komt haar combinatie van deze gegeven hierop neer: zoals Vader, Zoon en Heilige Geest geheel gelijkwaardig zijn, zo zijn man en vrouw dat dus ook. Ik geef toe dat mijn weergave nog beknopter is dan het boek zelf, maar zo heb ik het voor mijzelf samengevat. Dit gegeven opent dan voor de vrouw de weg naar het ambt. Na verschillende keren het boek te hebben doorgelezen, blijf ik toch zitten met de vraag of deze benadering de oplossing is. Is gelijkheid (in de relatie) hetzelfde als identiek zijn? Behalve het element van de (gezamenlijke) relatie is het toch ook kenmerkend in de drie-eenheid dat Vader, Zoon en Heilige Geest ook hun eigenheid hebben en daarom ook hun specifieke ‘taak’ binnen het geheel. Of anders gezegd: de notie van relatie is belangrijk als het gaat over de Drie-eenheid, maar dit is toch niet de enige typering? Zou je daarom ook niet met een zelfde beroep op het geschapen zijn naar het beeld van God kunnen stellen dat man en vrouw samen geschapen zijn naar het beeld van God, samen geroepen zijn om God te dienen, maar de specifieke taakstelling, net zoals bij de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, onderling dus kan variëren. Met deze opmerking geef ik aan dat ik de duiding van het beeld Gods door de auteur boeiend maar ook te beperkt vind. Juist ook die diversiteit tussen man en vrouw is en blijft een belangrijk gegeven, om ook in onze tijd en cultuur de drie-enige God samen te dienen. Het laatste woord hierover lijkt me nog niet gesproken.

C. VAN DUIJN, DELFT


Janne IJmker Kanaleneilandjes. Uitg. Hanz / ’t Gulden Boek; 176 blz.; € 14,50.

‘Tegenover ons wordt een kerk gebouwd. Daar zullen we niet naartoe gaan, want ze geloven daar lang niet alles wat wij geloven.’ De opmaat zet de toon van het boek, waarin één van de jongste kinderen, Josje, de belevenissen vertelt van een gezin in Utrecht Zuid-West, begin jaren zestig. Van het droge Drentse achterland ineens in het diepe van de nieuwe stadswijk. Je proeft de pendelbeweging van openheid en geslotenheid, waarmee de ouders het gezin in een veranderende maatschappij probeerden voor te gaan. De hele stad door op zoek naar een stichtelijk Woord van zuivere snit; en tegelijkertijd één van de eersten met tv in huis, om maar goed zicht te hebben op het kinderkijkgedrag. De schrammen en het schoolleven, de oude psalmen en de hits van de radio, passeren de revue. Mettertijd floreert het gezinnetje op het Rozeneiland, zoals de bijnaam van de wijk in die jaren was. Totdat tamelijk abrupt een BOEKBESPREKINGEN verhuizing voor de deur staat. Een koophuis, op de grond, maar vooral: er is daar ook een heel goede kerk. Weer van het eiland af. Josje ziet het allemaal met een volwassen, soms al te volwassen blik aan. Aan het slot van ieder hoofdstuk wandelt het hele gezin als het ware door de wijk en reageert op de kinderlijke terugblik: de herinnering krijgt er een hedendaagse kleur door. Zaterdag 13 september kwam Janne IJmker, bekend van Achtendertig nachten en Afscheid van een engel, terug naar het Kanaleneiland en presenteerde in de Triumfatorkerk haar nieuwste bundel verhalen, Kanaleneilandjes. Moeder IJmker gaf het eerste boek cadeau aan de huidige Marokkaanse bewoonster van de flat. Een ontroerend moment. Twee werelden in één handdruk, een kus zelfs, die grenzen overstijgt. De Drentse immigrant uit de jaren zestig en een dame die met duidelijke dictie vertelde hoe zij als jonge vrouw de overgang beleefde van het Berberdorp naar dat kouwe Kanaleneiland. Vijftig jaar na dato blijkt het geschrevene heel eigentijds.

M. VAN DUIJN, KANALENEILAND, UTRECHT

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's