Het koninkrijk is dringend
In Markus 6 stuurt Jezus de twaalf eropuit om het goede nieuws te verkondigen. Ze mogen geen extra kleding, geen eten en geen reistas meenemen, alleen een stok en sandalen. Hoe zouden we dit gedeelte als volgeling van Jezus of als ambtsdrager vandaag moeten lezen?
We zouden dit gedeelte zo kunnen opvatten dat het ons een moraal voorhoudt van hoe wij Jezus moeten volgen. ‘Niets meenemen voor onderweg’ zou dan kunnen betekenen dat we méér op God moeten vertrouwen en niet op onze eigen spullen. Verder betekent dit gedeelte dan misschien ook dat we meer moeten geloven, dat we meer moeten getuigen van Jezus, dat we meer voor zieken moeten bidden. Heel veel méér dus.
HAAST
Maar als je het zo leest, als moralistisch verhaal, dan maak je deze geschiedenis veel te klein. Ik denk dat er als boodschap vanuit deze geschiedenis voor ons één woord centraal staat: urgentie! Dat de twaalf nauwelijks iets mogen meenemen voor onderweg, laat vast ook wel zien dat ze op God moeten vertrouwen. Maar er spreekt toch vooral veel haast uit. ‘Nee, niet naar huis gaan om in te pakken, direct op weg gaan om het goede nieuws te gaan vertellen. Het is dringend! Onderweg geen tijd verspillen. Als je ergens niet welkom bent met je boodschap, schud het stof maar van je voeten, ten teken dat je geen tijd meer aan weigeraars wilt kwijtraken. Het is de hoogste tijd om het goede nieuws te laten horen, er staat iets groots te gebeuren.’ Het doet een beetje denken aan de instructies die de mensen van Israël krijgen op de avond voor hun bevrijding uit Egypte (Ex.12:11).
KONINKRIJK VAN GOD
Wat is er in Markus 6 zo urgent? Het Koninkrijk van God. De haast in deze geschiedenis is vanwege het Koninkrijk van God. Heel de haastige verteltrant van het Markusevangelie, van meteen gebeurde dit en meteen gebeurde dat, is vanwege het Koninkrijk van God. Het begint gelijk al in de eerste verzen van hoofdstuk 1: ‘Maak de weg van de Heere gereed’. Dat riep Johannes de Doper, Hij riep de mensen op om tot inkeer te komen.
Direct daarna komt Jezus met dezelfde boodschap: ‘De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen, bekeer u en geloof het Evangelie.’ Met dat goede nieuws moeten de twaalf nu op pad. Met haast, want het Koninkrijk van God is dringend. Wat heeft dat ons te zeggen? Wij zijn niet de twaalf, maar wij zijn wel geroepen door Jezus. Elke volgeling van Jezus, zeker ook elke ambtsdrager, is geroepen om dat goede nieuws van het Koninkrijk uit te leven en door te geven in daden en woorden. Het belangrijkste dat deze geschiedenis ons daarbij zegt, is dat het dringend is.
IN ONS LEVEN
Waarom is het Koninkrijk dringend? In de eerste plaats, omdat het eraan komt. Het is met Jezus al begonnen, het grijpt in deze wereld om zich heen, het wil zich realiseren in ons leven. God zal het allesbeheersend laten zijn, het zal alle kwaad overwinnen. Dat is goed nieuws. Het is daarom urgent dat wij ons leven daarop afstellen. Het zondige dat je doet, gaat in tegen Gods Koninkrijk, het is de hoogste tijd voor omkeer. Als je iets goeds doet, omdat je Jezus volgt, dan is dat niet zomaar een geïsoleerde actie of een druppel op de gloeiende plaat, maar een daad van het Koninkrijk, een teken van wat God zal laten aanbreken. Het mooie dat je geniet, wijst vooruit naar de schoonheid die komt. Dat is geen vanzelfsprekende kijk op het leven in onze seculiere cultuur. Daarom is het heel goed als wij met regelmaat dit soort dingen tegen elkaar zeggen. Want hoe je het ook wendt of keert, sinds Jezus in je leven gekomen is, heeft je leven echt een nieuwe urgentie gekregen.
BEVRIJDING
In de tweede plaats is het Koninkrijk ook dringend omdat het mensen bevrijding geeft van alles wat hen bij God vandaan houdt. We hebben ook de roeping om iets van dat bevrijdende door te geven aan mensen om ons heen. Dat brengt me nog even bij die ‘onreine geesten’ die de twaalf moeten uitdrijven, iets wat Jezus ook telkens doet in het Markusevangelie als teken van het aanbreken van het Koninkrijk. Het is opvallend dat die geesten niet boos of slecht worden genoemd, maar onrein. Dat wil zeggen dat ze je onrein maken, ongeschikt voor de omgang met God. De uitdrukking ‘onreine geesten’ staat in Markus voor het hele rijk van het kwaad. Het zijn de kwade machten die bezit van mensen nemen. Dan gaat het om persoonlijke kwade machten, maar ook om zaken die wij tegenwoordig als onpersoonlijk kwaad ervaren, zoals ziekte, dood, zondige daden, verslavende gewoonten, angsten (zie Mark.1:21-2:17). Daarbij hoort bijvoorbeeld ook de baan waar de tolpachter Levi in verstrikt zat.
VERZET
Met Jezus komt het Koninkrijk van God in een enorme botsing met het rijk van het kwaad. De twaalf zijn betrokken in deze botsing. Wij zijn niet de twaalf, die zieken genazen en onreine geesten uitdreven. Wij zijn niet zo direct betrokken als zij bij de grote botsing die toen plaatsvond en die uitliep op Jezus’ kruisdood. Maar wij staan niet neutraal aan de kant. Als burgers van het Koninkrijk mogen ook wij bidden om genezing van zieken. We zijn wel geroepen om de geesten te onderscheiden en ons tegen onreine geestkracht te verzetten. Om ons te verzetten tegen het rijk van het kwaad in onszelf en in de wereld om ons heen. Gods Geest werkt zo door ons heen om het bevrijdende van het Koninkrijk handen en voeten te geven. Dat is een dringende zaak, want de bevrijding tot Gods Koninkrijk komt mensen voor altijd ten goede.
ANDERS
Haast en urgentie. Moet je daar dan toch niet het woordje ‘meer’ bij gebruiken? Meer doen in de kerk, meer bezoeken afleggen als ouderling, meer bijbelstudie doen, meer... Nee, dat denk ik dus niet. Het woord ‘meer’ is te klein. Het Koninkrijk is zo dringend, dat vraagt ons helemaal. Het vraagt niet van je dat je in je vrije tijd meer geestelijke dingen doet. Het vraagt van je om wat je al doet, anders te doen. Je doet de gewone alledaagse dingen als burger van het Koninkrijk van God. Misschien ga je je werk als ambtsdragers ook wel anders doen. In de contacten die je hebt met gemeenteleden, ga je uitdrukkelijker gemeenteleden helpen om Jezus na te volgen en te leven als burger van het Koninkrijk.
Ds. A. Markus is predikant van de hervormde gemeente Rotterdam- Delfshaven.
Bijgaande tekst sprak ds. A. Markus uit als meditatieve opening van een bijeenkomst over kerk in de stad, speciaal in Utrecht. Volgende week: beleidskeuzes van de Utrechtse Jacobikerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's