De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Alles moet' in de pastorie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Alles moet' in de pastorie

7 minuten leestijd

Het Reformatorisch Dagblad gaf podium aan een discussie over de last van het predikantschap. Ik wil mijn vader terug, schreef een domineesdochter. Vraag een collega-predikant hoe het gaat, en je krijgt inderdaad niet zelden het antwoord: Druk! Hoe beheer je als predikant grenzen?

De vaak gehoorde reactie past in het hedendaagse plaatje. In mei dit jaar gaf minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het startsein voor een campagne om werkgerelateerde stress bespreekbaar te maken en tegen te gaan. Er wordt veel gevraagd van mensen op de werkvloer, en dat gaat de pastorie niet voorbij. Uit onderzoek van het ministerie en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en TNO eerder dit jaar blijkt dat 31 procent van de verzuimgevallen op de werkvloer wordt veroorzaakt door werkstress. Van de werknemers heeft 12 procent burn-outklachten en heeft 40 procent behoefte aan maatregelen om stress op tijd te voorkomen. Aanstaande predikanten krijgen dit gegeven tijdens de opleiding aangereikt en menigeen houdt het in zijn achterhoofd als hij in de pastorie woont. Maar de praktijk leert dat goede voornemens gemakkelijk schipbreuk lijden in de hectiek van het gemeenteleven. Vaak, te vaak trekken jonge collega’s het niet meer, of ze zitten structureel tegen de rode streep aan. Het is dan ook steevast een aandachtspunt tijdens de nascholing. Waar gaat het mis en wat zijn de gevolgen daarvan?

ALLES ‘MOET’

Zeker in de eerste jaren van het predikantschap blijkt het lastig om grip te krijgen op het geheel van taken en verantwoordelijkheden. Je moet eerst de veelheid aan taken overzien alvorens prioriteiten te kunnen stellen en te bezien hoe je de beschikbare tijd het beste kunt verdelen. Criteria op grond waarvan je prioriteiten stelt, zijn niet altijd duidelijk. De vraag waar de eigen grenzen liggen, komt meestal op de tweede plaats. Het gevoel dat alles ‘moet’ overheerst. Weliswaar zijn de Woordverkondiging en het gebed eerste prioriteiten, maar andere hoofdtaken als toerusting en catechese, (crisis) pastoraat, en beleid vragen ook aandacht. Deze maken volgens de profielschets immers deel uit van het takenpakket van de predikant. Als we deze kerntaken leggen naast een normale werkweek, dan wordt snel duidelijk dat er keuzes gemaakt moeten worden. In juni 2009 belegde de Gereformeerde Bond een besloten studiedag over het herkennen en voorkomen van een burn-out bij predikanten. De belangstelling was opvallend groot. Naast waardevolle lezingen werden er nuttige handreikingen gedaan om tot een gezonde balans te komen in het vele werk. Wat mij persoonlijk opviel was dat het kerntakenpakket zelf niet ter discussie werd gesteld. Maar wat nu als het simpelweg voor de gemiddelde prediker niet haalbaar is? Een enkel talent daargelaten. Moet we deze vraag niet serieuzer nemen?

RUST NODIG

Om de kerntaken op existentiële en geestelijke wijze te vervullen, is rust nodig. Het Evangelie in deze tijd doorleefd (bevindelijk) en praktisch te vertalen in prediking, pastoraat en toerusting vraagt vooral rust in hoofd en hart. Het is de rust om biddend de Schriften te verstaan, de wereld waarin onze gemeente ademt te doorzien, en een boodschap te ontvangen om door te geven (2 Tim.4: 13,15-16). Het is deze ruimte en rust in hoofd en hart waarin de Geest spreekt en stuurt. Deze noodzakelijk rust moeten we daarom bewaken door keuzes te maken. Anders raken hart en gedachten versplinterd door een veelheid aan verschillende taken.

SPECIALIST EN GENERALIST

Het is opmerkelijk dat de predikant specialist en generalist tegelijk moet zijn. In de omschrijving van het werk van predikant wordt naast de kerntaken ook terecht gevraagd dat de predikant door middel van studie en bezinning zijn kennis op peil houdt en zo de kwaliteit van de ambtelijke beroepsuitoefening waarborgt. Naast (bijbels-)theologische studie, raakt dit allerlei disciplines die verband houden met de kerntaken. De eerlijkheid gebiedt veel predikanten te zeggen dat ze hier nauwelijks aan toe komen, zeker niet tijdens het winterwerk. Het gemeentewerk roept. Een teken aan de wand. Maar wie het Evangelie moet vertolken, vertroosten en vermanen kan niet zonder voeding (2 Tim.4:6). Verwachtingspatronen spelen een grote rol. De vraag is welk verwachtingspatroon overheerst: dat van de gemeente of dat van de predikant zelf ? Ik vermoed het laatste. Het vraagt moed om als predikant je eigen verwachtingspatronen, die onbewust een sturende rol spelen, kritisch onder de loep te nemen. Ze berusten op een idee van waar een goede predikant aan moet voldoen met betrekking tot kwaliteit en inzet. Dit speelt misschien wel een grotere rol dan we voor waar willen houden. Leg hier de verwachtingspatronen naast die de gemeente van de 21e eeuw heeft aangaande de prediking, toerusting en catechese, pastoraat en beleid. Wie dan op alle terreinen generalist en specialist denkt te moeten zijn, brandt ongetwijfeld snel op in ’s HEEREN dienst. Zo bedoelde Calvijn het echter niet, toen hij zei: ‘Terar dum prosim’ (ik moge verteren, als ik maar nuttig ben). Het verlangen is hier niet het opbranden, maar het nuttig zijn. De vraag wat nuttig is voor de gemeente, moet ieder verwachtingspatroon overstijgen.

GEVOLGEN

Het is opmerkelijk dat werkstress altijd doorwerkt op andere terreinen van het leven. Samengevat kunnen we zeggen dat ze ten koste gaat van iets of iemand omdat belangrijke grenzen vervagen. Ik noem er drie. Allereerst vervaagt de grens tussen werktijd en vrije tijd. Op de lange duur frustreert het gevoel van nooit klaar te zijn, zo niet een schuldgevoel omdat er nog zo veel moet of beter kan. Wie daar niet mee om kan gaan zal het gevoel hebben dat vrije tijd en ontspanning altijd ongelegen komen. De tweede grens is die van werk en privé. Predikanten met een gezin hebben het werk doorgaans dicht bij huis in de pastorie en moeten zeven dagen 24 uur beschikbaar zijn. Je kunt geen deur achter je dichttrekken en de studeerkamer is dichtbij. De derde grens die vervaagt is die tussen het persoonlijk geloofsleven en het ambt. Persoon en ambt gaan dan zo in elkaar op, dat de persoonlijke identiteit samenvalt met predikant zijn. Dit herken je doordat je persoonlijke stille tijd al snel gevuld wordt met zaken die gerelateerd zijn aan de gemeente. Het persoonlijke geloofsleven verdampt zo in het ambtelijke leven. De predikant leest de Bijbel voornamelijk in het licht van werk en vergeet dat er ook een plek is bij een genadig God waar hij met zijn eigen zonden, zorgen, vertwijfeling en verwondering terecht kan. Paulus houdt beide uit elkaar voor Timotheüs, als hij schrijft over de bediening en tegelijk uiting geeft aan de verwondering over het persoonlijk heil (2 Tim.1:8-10). Waar bovengenoemde grenzen vervagen blijft de werkdruk continu aanwezig. De vraag is of we dit willen, of beter, of dit de wil van de Heere is.

DIENSTBAAR

Deze laatste vraag is wat mij betreft het uitgangspunt. Paulus wist van het verlangen om op te branden in de dienst van de Heere. Toch betekende dit niet dat hij zich liet beheersen door een onredelijk takenpakket en ongezonde verwachtingspatronen. Integendeel, hij spoorde Timotheüs aan om zijn roeping te koesteren en te vervullen (1 Tim.4:14a) door zijn tijd zorgvuldig te beheren (1 Tim. 4:13-16). ‘Beheren’ is een belangrijk sleutelwoord. Het betekent dat je niet geleefd wordt, maar kijkt naar wat haalbaar en vooral dienstbaar is aan het geestelijke welzijn van de gemeente. In ieder geval is niemand gebaat bij gestreste ambtsdragers en een ‘hollende’ dominee, die op en onder de kansel meer slaaf dan voorganger is. Hun roeping is te kostbaar om op te offeren aan onnodige stress. Enkele jaren geleden zei een oude predikant tegen mij: ‘Brand op in ’s HEEREN dienst, jongen, maar doe het langzaam.’ Langzaam betekent hier niet lui, maar wel geestelijk, gezond en vooral dienstbaar. Wie deze weg wil gaan, moet net als Timotheüs keuzes maken.

Ds. P. van de Voorde is predikant van de hervormde gemeente te Wijngaarden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

'Alles moet' in de pastorie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's