Hart voor zieken
Anna Maria Johanna Teding van Berkhout (1833-1909) is één van die talrijke negentiendeeeuwse dames uit de hogere kringen die zich geroepen gevoelen hun gaven van verstand en hart in dienst van de lijdende naaste te stellen.
Een roeping waartoe hun bestuurlijke talenten en invloedrijke netwerken hen als het ware voorbestemt, maar niet minder hun geld en goed waarmee zij de stichting van vele inrichtingen van weldadigheid mogelijk maken. Freule Anna is een telg van de Haarlemse tak van het geslacht Teding van Berkhout, dat dan tot de meest vermogende families van ons land behoort. Het leven ’s winters in Haarlem en ’s zomers op het buiten De Aelbertsberg in het lieflijke Bloemendaal is haar bijzonder goed, maar de crisis die ze in 1868 meemaakt, leidt tot haar eigenlijke levensbestemming: het dienen van de ander, waarvoor ze, naar een woord uit haar omgeving, een heilige passie had. Ze bleef ongehuwd. Over die verandering schrijft ze zelf: ‘In november 1868 kwam eene zware krankheid eene groote verandering in mijn in- en uitwendig leven brengen; het geloof werd eene werkelijkheid voor mij en tevens voelde ik mij inwendig geroepen om mijn verder leven aan zieken en ongelukkigen te wijden. Ik leerde iets verstaan van het Woord des Heeren Matthéüs 25: vers 40 en daarenboven wist ik door eigen ervaring wat het is ziek te zijn tot nabij den dood, dus kon ik aan haar die zieken verplegen zeggen: “doe dit” of “doe dit niet”.’
RUW WERK
Jonkvrouw Teding van Berkhout had zich wel willen inzetten als verpleegster in de Frans-Duitse oorlog (1870-1871), maar haar gevoel van onbekwaamheid weerhoudt haar. Daadkrachtig echter begint zij zich nu op haar levenstaak voor te bereiden. Eind 1870 volgt ze een cursus ziekenverpleging en verbandleer van het Rode Kruis en in 1871 volgt een studiereis naar Duitsland waar zij onder meer de beroemde diaconesseninrichting van Theodor Fliedner in Kaiserswerth bezoekt. In 1872 volgen enige maanden praktijkervaring in het stedelijk ziekenhuis in Den Haag waar ze, voor een dame uit haar kringen iets zeer uitzonderlijks, het meest ruwe werk verricht en zich veel eigen maakt voor het werk dat haar voor ogen staat.
HELDRING
Het ene belangrijke vormingsjaar – belangrijk zowel voor freule Anna zelf als voor de Nederlandse ziekenverpleging – volgt op het andere. In 1873 brengt Otto Heldring, de grote figuur van de Inwendige Zending, haar een bezoek. ‘Vernemende dat ik mij aan zieken wilde wijden sprak hij met zijne eigenaardige bezieling over de leemte die in ons land bestond doordat niemand zich het lot der epileptischen aantrok; met klem voegde hij haar toe dat zij dit moest doen.’ De freule is niet ongevoelig voor deze woorden, maar de eerstvolgende jaren wordt haar aandacht in beslag genomen door de gewone ziekenverpleging en legt ze met haar in 1874 begonnen particuliere verpleging de grondslag voor het Haarlemse diaconessenhuis. Contact met een epileptisch meisje in 1879 herinnert haar aan Heldrings woorden en ze komt tot de overtuiging dat het op haar weg ligt ‘een aanvang te maken met de verzorging van epileptischen in ons land’. Ze weet een aantal aanzienlijke mannen bijeen te brengen en op 29 december 1881 vindt de oprichting plaats van de Christelijke Vereeniging voor Verpleging van Lijders aan Vallende Ziekte, die in 1882 rechtspersoonlijkheid kreeg − dit jaar geldt als het officiële begin van de zorg voor epileptici in ons land. Al spoedig breidt het werk zich uit, dit vooral door de aankoop (1885) van het mooi gelegen landgoed − de keuze voor een mooie en rustige omgeving voor inrichtingen voor geesteszieken maakt deel uit van het geneeskundig concept − Meer en Bosch te Heemstede, waar vele lijders aan vallende ziekte liefdevol zijn verpleegd. In christelijk Nederland is Meer en Bosch spoedig een begrip.
VASTE OVERTUIGING
Freule Anna Teding van Berkhout is een uiterst bescheiden vrouw met een warm en meelevend hart, maar tegelijkertijd een vrouw van vaste overtuiging en onafhankelijk oordeel en vervuld van een innerlijke stuwkracht die haar als het ware alles doet overwinnen. Ze behoort tot de vrouwen die tot grote zegen zijn geweest.
Dr. O.W. Dubois uit Berkenwoude is historicus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's