Van jongs af aan
Meditatie: Psalm 71:5 en 17 Want u bent mijn hoop, Heere, HEERE, mijn vertrouwen van mijn jeugd af aan (...) en tot nu toe verkondig ik Uw wonderen.
De Heere God is ook de God van jonge mensen die op Hem hopen en vertrouwen. Hij is hen voorgesteld door de brede kring van mensen om hen heen, waarin de ouders een heel belangrijke rol spelen. Op hun beurt worden deze jongeren ook weer getuigen.
Er zijn mensen die midden in het leven tot geloof komen. Maar er zijn er ook die de Heere Jezus Christus vanaf hun jeugd liefhebben. De dichter van Psalm 71 belijdt de Heere HEERE als zijn hoop en zijn vertrouwen van zijn jeugd af aan. In het geheel van de bijbelse boodschap is het moment waarop wij tot geloof komen niet het belangrijkst. Het allerbelangrijkste is bij Wie we uitkomen, namelijk bij de Heere HEERE. Dat kan al heel vroeg gebeuren. Het woord voor jeugd doelt hier niet op een heel jong iemand, maar op iemand die ‘tot zijn verstand gekomen’ is. Een adolescent, zouden we zeggen: een jongere die op weg is naar de volwassenheid. Hij is geen kind meer, maar ook nog niet volwassen.
ONDERWIJS
Onderwijs speelt in dat tot geloof komen een grote rol. Onderwijs door de ouders van deze dichter, maar niet door hen alleen. Ook grootouders kunnen een rol hebben gespeeld, en de omgeving om hem heen, niet het minst jongeren met wie hij optrok. We ontmoeten in ons leven, ook in onze jeugd een heel scala van getuigen. De dichter ziet dat de Heere God daarin Zelf aan de gang was. Mensen waren getuigen van Hem. Er is onderwijs dat mondeling gebeurt. Het gebeurt nog, als kinderen vragen stellen en ouders antwoord geven en vertellen van de hoop die in hen is. Toch blijft het daar niet bij. Het werkwoord dat vertaald is met ‘onderwijzen’ kan ook vertaald worden met ‘bijbrengen’ en ‘gewennen’. Mogelijk heeft hij eraan gedacht hoe zijn ouders baden in huis en hem op een zeker moment meenamen naar de tempel en de rituelen daar uitlegden. Daar maakte hij kennis met de dienst der verzoening, daar werd de zegen opgelegd en hij ging daar in de nog onkritische fase van zijn leven in mee. Leren gebeurt dus niet alleen met woorden, maar ook door jongeren mee te nemen in de dienst van God.
DOCHTERTJE
Een vader nam ooit zijn dochtertje voor het eerst mee naar de kerk in een heilig avondmaalsdienst. Ze waren op de eerste bank van de galerij gaan zitten om goed zicht te hebben op de avondmaalstafel en te zien wat daar gebeurde. Persoonlijk vond ik een eerste kerkgang in zo’n dienst niet zo voor de hand liggend − een avondmaalsdienst duurt nu eenmaal wat langer dan andere diensten −, maar de vader vertelde me dat hij in de kerk en na afloop thuis heel wat vragen had gekregen en mogen beantwoorden.
JONGEREN
Wij maken ons, terecht, zorgen over de jeugd van de gemeente. Er zijn er die afhaken, en dan onderwezen worden in heel andere dingen. Anderen zoeken aansluiting bij meer enthousiaste bewegingen, die soms veel meer geseculariseerd zijn dan zij denken. Maar we mogen er ook oog voor hebben dat er tot de dag van vandaag jongeren zijn die dankbaar zijn voor wat ze van huis uit hebben meegekregen. Dat heeft hen gebracht tot Godsvertrouwen. En met enthousiasme en bewogenheid nemen ze hun plaats in het midden van de gemeente in. Een tekst als de bovenstaande stimuleert en motiveert ouders tot de geloofsopvoeding. Mooi is het als een jongere iets dergelijks uitspreekt. Je hoort het gelukkig ook vandaag.
SPREKEN
De geloofsopvoeding deed deze dichter spreken dat hij tot dan toe Gods wonderen verkondigt. Wat hij van huis uit te horen heeft gekregen, geeft hij weer door. Vanuit het luisteren en het zien is hij zelf ook gekomen tot spreken. Misschien denkt hij wel aan wat hij verteld heeft en vertelt aan zijn kinderen en kleinkinderen. Wat hij vertelt, gaat het menselijke ver te boven: ‘Uw wonderen’. Ongetwijfeld heeft hij het gehad over het grote heilsmoment in Israëls geschiedenis, de uittocht uit Egypte. Maar zal het ook niet een persoonlijke spits hebben gehad? In wat hij persoonlijk in het leven voor Gods aangezicht heeft ondervonden? De grootste ontdekking die wij kunnen doen is dat niet wij de Heere God vasthouden, maar dat Hij ons vasthoudt. En dat we in Hem geborgen zijn. Een zekerheid die we niet aan ons gevoel ontlenen − dat laat ons juist in de steek als we erop willen gaan bouwen − maar een zekerheid die ligt in het Evangelie van Jezus Christus, in Zijn offer en Zijn opstanding. De twee grote wonderen waarop we ons levenshuis mogen bouwen.
Ds. M.J. Middelkoop is predikant van de hervormde gemeente te Middelharnis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's