De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eerlijk theologie bedrijven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eerlijk theologie bedrijven

Graafland als kind van zijn tijd en traditie

4 minuten leestijd

Dat was dus het beslissende moment, dacht ik na het lezen van een brief die ik tegenkwam in een van de collecties van het Historisch Documentatiecentrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Dr. C. Graafland’, stond er op het briefpapier. Hij tikte de brief op zaterdag 13 november 1965 in zijn pastorie in Veenendaal. Die week was in De Waarheidsvriend de vijfde aflevering verschenen van zijn discussie met ds. J. van Sliedregt. Zwaar teleurgesteld was deze oudere collega over een kritisch boekje dat Graafland had gepubliceerd over de ‘verstarde prediking’ in de bevindelijke vleugel van de Nederlandse Hervormde Kerk. Wat dacht die jonge doctor wel, dat hij na zijn proefschrift over de geloofsleer van Calvijn en latere gereformeerde godgeleerden de nodige verschuivingen in de Gereformeerde Bondsprediking meende te moeten proclameren? Het hoge woord kwam eruit: Graafland was onder invloed van ‘de nieuwere theologie’ afgeweken van het zuiver reformatorische spoor. Dit ‘doodvonnis’, zonder vorm van proces op basis van argumenten, was het beslissende moment, zo schreef Graafland aan zijn promotor, de Utrechtse hoogleraar Simon van der Linde: ‘Het is meer een mentaliteitskwestie dan een zaak van theologie. Maar dat is het in de G.B. überhaupt. In ieder geval heb ik nu gezegd, wat ik reeds jarenlang op mijn hart had. In zoverre heb ik nu niets meer te verliezen en kan ik eerlijk theologie bedrijven.’

KUITERT

Toen Graafland zijn brief schreef, was aan de Vrije Universiteit de jonge theoloog dr. H.M. Kuitert aangetreden. Diens proefschrift uit 1962 bevatte al kiemen van ingrijpende kritiek op de gereformeerde dogmatiek. Toch kon de faculteit der godgeleerdheid niet om hem heen. Hij kreeg zijn platform voor academische en populaire bezinning op het ene na andere vraagstuk, dat zijn generatie in de Gereformeerde Kerken in Nederland bezighield. Zo kon ook de Gereformeerde Bond niet om Graafland heen, toen in 1972 de semikerkelijke leerstoel aan de Utrechtse Universiteit vacant raakte. Hoewel sommigen in hem ‘de hervormd-gereformeerde Kuitert’ vreesden, werd hij zonder problemen benoemd. Veel wantrouwen had Graafland intussen weggenomen. Als predikant in Amsterdam had hij zich dapper en orthodox tegen de ‘nieuwere theologie’ van Kuitert en de zijnen teweer gesteld.

ZONEN

Toch waren zij kinderen van dezelfde tijd en zonen van dezelfde traditie. Kuitert had in zijn studie over ‘de mensvormigheid Gods’ het openbaringsbegrip in de antropologische sfeer getrokken. Graafland waagde het te spreken over ‘verschuivingen in God zelf’ ter relativering van de dynamiek in het gereformeerde denken sinds Johannes Calvijn zijn geopenbaarde waarheden op schrift had gesteld. Maar waar Kuitert met zijn gezonde verstand de ui van de gereformeerde theologie afpelde tot hij was uitgekomen bij ‘de mens een tijd een plaats van god’, daar bleef Graafland met zijn bevindelijke geest graven in de grabbelton van de ‘oude schrijvers’, tot hij ontdekte dat zijn geloofservaring ‘bijbels en daarom gereformeerd’ mocht heten. Zeker, de meetlat van Calvijn moest er na zijn grondige studies over verkiezing en verbond aan geloven. Graafland was zo soeverein om voor het bijna fatalistische godsbeeld van Calvijn naar Kuiterts proefschrift te verwijzen. Toch sloot hij in 1993 zijn loopbaan als Gereformeerde Bondshoogleraar af met een rede voor zijn collegapredikanten onder de titel …om gereformeerd te blijven…

PUBLIEK

Graafland had net als Kuitert zo’n sprekende schrijfstijl waarmee hij een vast lezerspubliek aan hem verknocht wist. Dat publiek hield tot het laatste moment het hart vast of hij wat betreft de vrouw in het ambt of de historiciteit van het Schriftgetuigenis niet weer een ‘hoekje om’ zou gaan. Velen verslonden zijn boeken en artikelen en genoten van zijn rake analyses van het doen en denken in de gereformeerde gezindte. Wie hem ontmoette, raakte bovendien onder de indruk van zijn eenvoud en hartelijkheid, zijn openhartigheid ook, zoals toen hij vertelde in zijn laatste boek een passage uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis over het hoofd te hebben gezien. Voor mijn eigen generatie betekende hij wat A.A. van Ruler voor een vorige en A. van de Beek voor een volgende lichting reformatorische jongeren was geweest of zou zijn. Hij leerde ‘gereformeerden op zoek naar God’ wat eerlijk theologie bedrijven is. Zo noemde hij dat in die brief, verscholen in het archief van zijn leermeester, onthuld als een dankbare herinnering aan een van de meest bevlogen theologen die de hervormd-gereformeerde beweging in Nederland heeft voortgebracht.

Dr. F.A. van Lieburg is hoogleraar geschiedenis van het Nederlands protestantisme aan de VU in Amsterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Eerlijk theologie bedrijven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's