De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wetenschapper en vroom

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschapper en vroom

Graafland bewoog steeds tussen Schrift, traditie en de eigen tijd

7 minuten leestijd

Als je Graafland als godgeleerde wilt typeren, is fijngevoeligheid een woord dat opkomt. Een veranderlijk, beweeglijk theoloog was hij ook. Voor mij was hij vooral een voorbeeldig en hoopvol wetenschapper, bij wie diepe vroomheid en gedegen wetenschapsbeoefening hand in hand gingen.

Een kleine tien jaar na het overlijden van dr. C. Graafland is onlangs zijn archief ondergebracht in het Historisch Documentatie Centrum (HDC) aan de Vrije Universiteit. Daar zit wel enige ironie in. Graafland zelf had nooit zo veel op met het geestelijk en theologisch klimaat aan de VU van zijn dagen; dat was hem, kort gezegd, te activistisch. Het kon echter wel eens datzelfde activisme zijn waardoor zijn eigen nalatenschap nu – hopelijk voorgoed – aan de vergetelheid is ontrukt.

51 DOZEN

Onlangs heb ik Graaflands archief in het HCD enigszins verkend. Het bleek te gaan om 51 dozen, die samen meer dan zes meter boekenplank omvatten. In een tamelijk willekeurige steekproef (men moet de doosjes van tevoren digitaal aanvragen en het leek me niet gepast ze allemaal te bestellen) nam ik de inhoud van enkele ervan door – en raakte onmiddellijk weer onder de indruk. Wat een veelzijdige persoonlijkheid, wat een intense betrokkenheid op geloof, kerk en theologie, wat een enorme werkkracht ook. Het aantal tot op de komma uitgetypte (en dan soms ook nog weer met pen nader bewerkte) lezingen, gehouden bij tal van uiteenlopende gelegenheden, bleek legio. Krantenknipsels met verslagen ervan waren veelal bijgevoegd – Graafland hield kennelijk goed bij hoe hij overkwam. Maar ook het grote aantal uitgetypte preken viel op. En dan heb ik het nog niet over de vele brieven en stapels collegedictaten. Zo trof ik uitgeschreven teksten van de vele college-uren waarin hij stil stond bij artikelen uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Andere doosjes bevatten ongetwijfeld soortgelijke dictaten over de Heidelbergse Catechismus en over specifieke thema’s die hij op college behandelde. Een deel van dit collegemateriaal vond weliswaar zijn weg in zijn vele publicaties, maar lang niet alles. Het is eigenlijk verbazend dat zoveel leerzaam materiaal ligt te vergrijzen in een magazijn, en het is dan ook te hopen dat het een en ander nog eens wat meer publiekelijk ontsloten komt.

OVERZICHT

Dat zou ook het beeld dat we hebben van Graafland als theoloog naar mijn inschatting nog wel eens kunnen aanvullen en preciseren. Het zou in elk geval meer zicht geven op wat, in retrospectief gezien, zijn betekenis voor kerk en theologie in ons land is geweest. Je hebt immers vaak enige afstand in de tijd nodig alvorens dat enigszins te kunnen peilen. En Graafland schreef zo veel − hij vergeleek schrijven wel eens met het breien van een sok: gewoon doorgaan, steek na steek… − dat het nog niet zo gemakkelijk is een goed overzicht te krijgen over het geheel van zijn oeuvre. In dit nummer van De Waarheidsvriend doet dr. A.J. Kunz een kleine en mooie aanzet daartoe, gebaseerd op Graaflands belangrijkste boeken.

FIJNGEVOELIG

Voor ons als studenten was de manier waarop Graafland met de gereformeerde theologie in de weer was spannend, bij tijden zelfs adembenemend. Het zat dan ook altijd vol bij zijn colleges; ook wanneer je er geen studiepunten voor kreeg ging je er als student graag naar toe. Doordat Graafland zo lang kon stilstaan bij een korte tekst – bijvoorbeeld een zondag of zelfs maar een enkele zinswending uit de Heidelbergse Catechismus – leerde hij je heel goed lezen. Eindeloos kon hij doorvragen – is het nu toevallig dat het er juist zús staat en niet zo? Ook eerdere commentaren op de catechismus werden op deze manier gefileerd – dat Noordmans het zó zegt, moeten we dat niet zien tegen de achtergrond van deze theologische (of soms zelfs persoonlijke) karaktertrek van hem? Een medestudente die helemaal niet uit de Gereformeerde Bond afkomstig was maar wel graag naar zijn colleges kwam, zei eens tegen me: bij Graafland leer je hoe je theoloog wordt. En zo heb ik dat zelf ook wel ervaren. Bij anderen deed je een hoop kennis en inzichten op, of leerde je zindelijk denken, en dat is allemaal ook belangrijk; maar theoloog worden is nog weer wat anders. Een theoloog is immers vooral iemand die voortdurend de heen en weer gaande beweging tussen de Schrift, de traditie en de eigen tijd maakt. Juist dat leerde Graafland je bij uitstek. Hij had indertijd als hoofdvak voor zijn doctoraalexamen dogmatiek gekozen (bij A.A. van Ruler). En hij was zich ervan bewust dat die voorliefde altijd een rol bleef spelen in zijn werk, ook toen hij zich meer als theologiehistoricus ging ontwikkelen. Hij had ook altijd meer Anklang bij theologen dan bij de ‘zuivere’ (kerk)historici. Door de laatsten voelde hij zich wel eens misverstaan, bijvoorbeeld wanneer die het deden voorkomen alsof er geen enkele belangrijke ontwikkeling traceerbaar was tussen Calvijn en de latere gereformeerde orthodoxie. Al zag Graafland zelf ook wel degelijk de continuïteit, zijn uitlegkundige fijngevoeligheid was er denk ik te groot voor om elke ontwikkeling binnen de gereformeerde traditie voor theologisch onschuldig te houden. Hij wist veel te goed hoezeer subtiele veranderingen (bijvoorbeeld in de plaatsing van de verkiezingsleer) onbedoeld grote gevolgen konden hebben.

BEWEEGLIJK

Ook Graafland zelf was een veranderlijk, beweeglijk theoloog. Veranderlijkheid en beweeglijkheid werden door hem dan ook niet per se negatief gewaardeerd. Hij nam zulke woorden (net als ‘dynamisch’) niet alleen graag in de mond, maar ze typeerden ook zijn eigen bezigzijn. Critici verweten hem daarom wel eens dat hij in de loop van zijn bezigzijn in de theologie nogal wat bochten en omslagen gemaakt had. Moesten we nu het verbond als de basso continuo van de gereformeerde theologie zien, of was het toch de verkiezingsleer, waarover hij zo’n meesterlijk boek had geschreven? Was Calvijn maatgevend voor wat werkelijk gereformeerd mag heten en zelfs voor het juiste Schriftverstaan, of toch niet? En wezenlijker nog: is de Heere God Zelf nu wel of niet veranderlijk? Graaflands zich doorontwikkelende visies op dit soort kwesties maakten dat sommigen zich destijds wel afvroegen: ‘Wie is die Graafland eigenlijk? Vandaag denk je dat je hem hebt en morgen ben je hem kwijt’. Wat zou het daarom goed zijn als aan de hand van Graaflands publicaties en van het materiaal dat in zijn archief ligt opgeslagen, iemand nog eens grondig zou nagaan hoe zijn ontwikkeling daadwerkelijk is geweest.

VOORTGAANDE STUDIE

Graafland zelf ‘weet’ het feit dat hij over verschillende thema’s in de loop der tijd anders was gaan denken vooral aan zijn onafgebroken voortgaande studie. Deze bracht hem telkens weer tot verdiept inzicht. Daarnaast was hij natuurlijk ook een sterk reactief theoloog, die voortdurende reageerde op wat zich in zijn omgeving afspeelde. Wanneer een afscheidnemend hoogleraar een vriendenbundel krijgt aangeboden, gebeurt het maar zelden dat deze daar met een vrijwel even dik eigen boek tot in de details op ingaat – maar Graafland deed het.

CONTINUÏTEIT

Het is intussen precies dat boek (Verantwoord gereformeerd uit 1995) waarin hij uitvoerig reflecteert op de manier waarop hij door de jaren heen met geloof en theologie is bezig geweest. Daarbij wijst hij erop dat er toch ook sprake was van een diepe onderliggende continuïteit in zijn werk. Dat laatste zou ik graag willen onderstrepen. In heel zijn ontwikkeling bleef hij toch ook weer trouw aan zichzelf en aan zijn roeping. Het ging bij Graafland niet zo als bij sommige vakgenoten van zijn generatie, dat bij elk volgend boek de bagagemand met datgene wat men uit de gereformeerde traditie wilde ‘meenemen’ weer een beetje leger was geworden. Integendeel, de intensiteit waarmee hij worstelde om de geheimenissen van het Koninkrijk te verstaan, en de inbedding daarvan in zijn persoonlijke omgang met God, werden door de jaren heen bepaald niet minder. Dat maakt hem wat mij betreft tot een voorbeeldig en hoopvol theoloog: het is kennelijk niet waar dat als je intensief theologie studeert en je inlaat met haar grote vragen, je als vanzelf steeds minder zekerheden overhoudt, en je geloofsleven welhaast moet wegkwijnen. Graafland liet zien dat het ook anders kan: dat diepe vroomheid en gedegen wetenschapsbeoefening blijvend samen op kunnen gaan. Alleen al dát maakt hem wat mij betreft blijvend van betekenis.

Dr. G. van den Brink is bijzonder hoogleraar theologie van het gereformeerd protestantisme te Amsterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Wetenschapper en vroom

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's